Hogere conventioneringsgraad, dalende tariefbescherming

Ondanks hogere conventiegraad bij artsen en tandartsen groeit tariefonzekerheid

Tot 12 maart hadden zorgverstrekkers de kans om aan te geven of ze tot de tarievenakkoorden voor 2026-2027 wilden toetreden. 85,72% van de artsen en 60,48% van de tandartsen deed dat ook. Dat lijkt een goed resultaat, maar de cijfers verhullen een realiteit waarbij tariefonzekerheid voor de patiënt in bepaalde regio’s en bepaalde disciplines toeneemt in plaats van afneemt.

Bij de tandartsen heeft 60,48% het nieuwe tarievenakkoord onderschreven. Dat is net boven de wettelijke drempel van 60% die nodig is om het tariefakkoord te laten ingaan. Dat is goed nieuws, maar die geruststellende cijfers verhullen een verontrustende evolutie: het conventionerings-percentage stijgt, maar intussen gaat de tariefbescherming voor patiënten er in realiteit op achteruit.

Versoepeling van de gedeeltelijke conventionering

De stijging van het globale conventioneringspercentage is vooral te danken aan het sterk toegenomen aantal gedeeltelijk geconventioneerde tandartsen. Die toename is een rechtstreeks gevolg van de versoepeling van de voorwaarden voor gedeeltelijke conventionering.

Een gedeeltelijk geconventioneerde tandarts moet de afgesproken tarieven voortaan slechts 20 uur per week toepassen. In het vorige akkoord was dat nog 32 uur per week.

Hierdoor vermindert het aantal betaalbare consultaties per gedeeltelijk geconventioneerde tandarts. In voltijdse equivalenten (VTE) uitgedrukt, daalt het conventioneringspercentage zelfs van 55,3% in het vorige akkoord naar 54,8% in het nieuwe tarievenakkoord.

Tariefvrijheid knaagt aan tariefbescherming patiënten

Tegelijk biedt het nieuwe tarievenakkoord geconventioneerde tandartsen de mogelijkheid om toeslagen aan te rekenen via de zogenaamde maximumtarieven. Sinds 1 januari 2026 mag een geconventioneerde algemeen tandarts voor veelvoorkomende behandelingen toeslagen tot 25% bovenop het RIZIV‑tarief aanrekenen.

We schatten dat deze supplementen de kostprijs voor patiënten met een extra 45,3 miljoen euro kunnen doen oplopen. Concreet: iemand met het recht op verhoogde tegemoetkoming (VT) moet nu een supplement van 15 euro betalen voor een vulling die vroeger volledig was terugbetaald.

Een patiënt die een geconventioneerde tandarts raadpleegt, geniet met andere woorden niet langer dezelfde tariefbescherming als voorheen. Te meer omdat het akkoord heeft nagelaten om de beschermende maatregel van de maximumfactuur op te nemen. Nochtans had de minister van Sociale Zaken in die mogelijkheid voorzien en gevraagd.

Orthodontie: bestaande supplementen legitimeren

In de orthodontie is de nomenclatuur achterhaald en dringend aan herziening toe. Die hervorming komt er tegen 2028. Het huidige akkoord laat orthodontisten al toe om extra toeslagen (maximumtarieven) aan te rekenen die 20% hoger liggen dan wat de helft van de orthodontisten vandaag al toepast.
Het percentage gedeeltelijk geconventioneerde orthodontisten stijgt dan wel van 21,95% naar 42,86%, maar ze kunnen tijdens hun geconventioneerde uren de tarieven met 20% optrekken, daarbuiten volledig vrij factureren én bovendien genieten van een sociaal statuut van 4592,21 euro dat door de ziekteverzekering wordt betaald.

Het conventioneringsmechanisme verliest zo zijn essentie: het beschermt patiënten niet langer tegen supplementen en is geen garantie meer voor een betaalbare toegang tot zorg.

Problematische arrondissementen

Volgens de wet kan een akkoord pas in werking kan treden als in elk arrondissement minstens 50% van de tandartsen toetreden. Dit moet een voldoende betaalbare toegang tot zorg garanderen.

Het nationale conventioneringscijfer maskeert grote verschillen tussen de arrondissementen. In 6 arrondissementen heeft minder dan 1 tandarts op de 2 het akkoord onderschreven: Antwerpen (41,38%), Mechelen (38,28%), Turnhout (44,89%), Roeselare (44,14%), Sint‑Niklaas (45,41%) en Neufchâteau (47,5%)
Die situatie stelt de legitimiteit van het akkoord in deze arrondissementen in vraag en opent volgens de wet een mogelijkheid tot tussenkomst van de minister. Dat kan door de onderhandelingen te heropenen of eventueel door tarieven op te leggen. Solidaris roept de beroepsgroepen daarom op om hun achterban alsnog aan te zetten zich volledig of gedeeltelijk te conventioneren.

Stimulansen zonder randvoorwaarden werken niet

De conventioneringscijfers tonen aan dat tarifaire stimulansen op zich geen betere bescherming voor patiënten garanderen.

De wettelijke mogelijkheid voor de minister om tarieven vast te leggen is een cruciale hefboom in het conventioneringsmodel. Solidaris maakt zich dan ook grote zorgen over het feit dat deze bepaling op niveau van de arrondissementen zou worden geschrapt, zoals in het ontwerp van kaderwet over de conventionering het geval is.

Solidaris pleit er voor om dit beschermingsmechanisme juist te versterken. Het is essentieel om de toegankelijkheid van zorg te verzekeren wanneer overleg niet in alle arrondissementen leidt tot voldoende tariefbescherming. Of op zijn minst als de gedeeltelijke conventie slechts voor de helft te laten meetellen in de conventioneringsgraad

Specialistencrisis bij de artsen

Bij huisartsen is tussen 2024 en 2026 de conventioneringsgraad lichtjes gestegen, bij de artsen-specialisten zien we opnieuw een daling. Ziet het beeld er op het eerste gezicht gunstig uit, dan verhullen de conventiegraden hoe voor patiënten in bepaalde regio’s de toegang tot betaalbare zorg onder druk komt te staan.

Het zorgsysteem wordt zo steeds dualer. Aan de ene kant staat de huisartsgeneeskunde, die dankzij een toetredingsgraad van ruim 90% de ruggengraat van de toegankelijke zorg vormt. Aan de andere kant zien we een specialistensector die stilaan gefragmenteerd raakt en waarbij essentiële disciplines in bepaalde regio’s van Vlaanderen de conventie massaal hebben verlaten.

TABEL 1: VERHOUDING CONVENTIONERINGSGRAAD HUISARTSEN VS SPECIALISTEN

 Totaal % huisartsenTotaal % specialisten
Antwerpen89,78%77,75%
Limburg95,88%77,64%
Oost-Vlaanderen95,85%73,70%
Vlaams-Brabant93,39%83,03%
West-Vlaanderen96,93%76,32%
Brussels Gewest89,45%83,02%
Bron: RIZIV

De drijfveren voor huisartsen om geconventioneerd te blijven zijn divers, maar het behoud van het sociaal statuut en de premies voor het beheer van het GMD spelen hierbij vermoedelijk een sleutelrol.

Terwijl de totale conventiegraad voor specialisten rond de 82% schommelt, zijn er tal van disciplines waar de conventie niet langer de norm is, maar veeleer de uitzondering. Dit geldt in het bijzonder voor technische en esthetische specialismen.

TABEL 2 : ARRONDISSEMENTEN MET LAGE CONVENTIEGRAAD IN PROBLEEMDISCIPLINES

 Dermatologie (%)Ophtalmologie (%)Gynaecologie (%)
Antwerpen17,91%32,41%37,14%
Gent24,56%32,50%54,89%
Mechelen32,00%28,21%31,82%
Aalst40,00%18,52%16,13%
Charleroi28,00%32,43%52,46%
Luik36,92%59,09%55,62%
Kortrijk17,65%26,09%9,68%
Bron: RIZIV

Voor de patiënt is de realiteit van 2026 dat de postcode en de aard van de aandoening bepalen of zorg betaalbaar blijft. Wie in Aalst een radiologisch onderzoek nodig heeft of in Kortrijk een gynaecoloog bezoekt, heeft minder dan 20% kans op een behandeling tegen het officiële tarief. Deze ongelijkheid vraagt aandacht want ze ondermijnt het principe van de universele gezondheidszorg.

Lees het persbericht als PDF

Perscontact

Katrien De Weirdt | Woordvoerster Solidaris
Roeland Byl | Stafmedewerker pers

T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be