Persberichten

04-02-2025

Persberichten
Toegankelijke, betaalbare zorg blijft prioriteit in regeerakkoord

237 dagen na de verkiezingen is er een regeerakkoord. Solidaris is tevreden dat de volgende federale regering toegankelijke, betaalbare gezondheidszorg als een prioriteit blijft zien. Ook al gebeurt dat in een context van weinig begrotingsruimte, strikter activeringsbeleid en inperkingen van sociale uitkeringen en migratie. Het regeerakkoord stelt een betere samenwerking tussen de verschillende entiteiten in ons land voorop en er wordt een volgende staatshervorming voorbereid. Het is een goede zaak dat er meer aandacht gaat naar interfederale samenwerking via het Overlegcomité en naar betere samenwerkingsakkoorden. Dat zal bijvoorbeeld de evolutie naar meer geïntegreerde en patiëntgerichte zorg ten goede komen. Gezondheidszorg De nieuwe regering behoudt de komende jaren de groeinorm voor onze gezondheidszorg. Op het eerste gezicht komt dat neer op een verhoging van bijna 4 miljard bovenop de index. Hoewel we blij zijn dat de groeinorm tijdens de onderhandelingen niet is gesneuveld, worden de komende jaren voor het budget in de ziekteverzekering geen parkwandeling. “Die extra centen zijn broodnodig om aan de groeiende zorgvraag tegemoet te komen en ze creëren ruimte voor innovatie in de zorg”, benadrukt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. “Wij sluiten ons aan bij het principe van doelmatige solidariteit en het werken met duidelijk gedefinieerde doelstellingen binnen een coherent gezondheids- en gezondheidzorgbeleid. Daarbij is het goed dat er aandacht blijft voor de betaalbaarheid en toegankelijkheid.” Zo wil de nieuwe regering bijvoorbeeld onrechtvaardige supplementen verder afbouwen. Ook krijgen meer sectoren de derdebetalersregeling, zodat in die sectoren patiënten enkel nog het remgeld betalen. Positief zijn de plannen om het conventiemodel aantrekkelijker te maken zodat meer artsen de tarieven respecteren. Voorts geloven we in de ambitieuze nomenclatuurhervorming en de versterking van beschermingsmechanismen zoals de maximumfactuur (MAF). We verwachten de komende jaren de nodige besparingsdruk op het RIZIV-budget. We zijn bereid om mee onze schouders te zetten onder de noodzakelijke efficiëntie-oefening, maar vinden het jammer dat de farmaceutische sector, ondanks budgettaire overschrijdingen de afgelopen jaren, blijkbaar buiten schot dreigt te blijven. Dat zal de druk op de andere sectoren onnodig verhogen. Rol ziekenfondsen Het regeerakkoord maakt melding van een nieuw pact met de ziekenfondsen. Wij zijn een grote pleitbezorger van het bestaande overlegmodel dat al meer dan 50 jaar goed gewerkt heeft. We beseffen dat de efficiënte werking van dit model beter kan. Daaraan willen wij meewerken, maar wij zijn wel bezorgd dat onze rol en verantwoordelijkheid om in dit overleg de kwaliteit van de zorg en de toegankelijkheid voor de patiënt te bewaken, te veel worden ingeperkt. Zegt Paul Callewaert. “Wij willen samen met alle betrokken partners werken aan een doelmatig gebruik van de middelen in de zorg om inefficiënties en overconsumptie in kaart brengen en aan te pakken. Tegelijk willen we ook onze rol bij de aanpak van fraude versterken.” “Het regeerakkoord biedt uitdagingen op vlak van efficiëntie, dienstbaarheid en samenwerking. We steunen die, maar voldoende financiële draagkracht en bruikbare handvaten zijn wel noodzakelijk om, waar nodig, doortastend kunnen optreden.” Langdurig zieken In het regeerakkoord krijgen de inspanningen van de ziekenfondsen om langdurig zieken weer aan het werk te helpen de komende jaren een vervolg. Paul Callewaert: “We zetten met Solidaris nu al onze schouders mee onder het terug-naar-werkbeleid en nemen onze verantwoordelijkheid bij het begeleiden van de terugkeer naar de arbeidsmarkt.” De responsabilisering van de werkgevers op vlak van hun langdurig zieke werknemers is een positieve zaak. We betreuren de verstrenging van de sancties voor de langdurig zieken: zij zien hun uitkering nu mogelijks met 10 % dalen, terwijl dat vroeger slechts 2,5% was. Ook de ziekenfondsen worden verder geresponsabiliseerd. De financiering van de werkingskosten van de ziekenfondsen wordt nog meer afhankelijk gemaakt van de mate waarin we erin slagen langdurig zieken te re-integreren op de arbeidsmarkt. Solidaris zal hierover zonder taboes het debat aangaan, waarbij we erover zullen waken dat onze basisopdrachten om als sociale verzekeraar de patiënten en langdurig zieken te verdedigen niet in het gedrang komen. “In het regeerakkoord worden een aantal bestaande inefficiënties en onrechtvaardigheden gemilderd of aangepakt. We zullen er mee over waken dat de slinger niet doorslaat naar meedogenloosheid en dat er in voldoende beschermingsmaatregelen wordt voorzien om te vermijden dat mensen hierdoor in de armoede terechtkomen.” Lees het persbericht als PDF Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker persT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

28-01-2025

Persberichten
Covid-studie Sciensano, VUB, Ugent en Solidaris over sterftecijfers tijdens COVID-19: medische voorgeschiedenis en sociale achtergrond zijn bepalend

De medische voorgeschiedenis en sociale achtergrond hadden een impact op de sterftecijfers tijdens COVID-19. Dat blijkt uit Belgisch onderzoek naar de rol van bestaande gezondheidsproblemen en sociale achtergrond op de algemene sterfte tijdens de COVID-19-crisis. In het wetenschappelijke tijdschrift Archives of Public Health verschijnt deze maand een onderzoek over de invloed van bestaande gezondheidsproblemen en sociale achtergrondkenmerken op de sterftecijfers tijdens de COVID-19-crisis in België. De studie, uitgevoerd door onderzoekers van Sciensano, de Vrije Universiteit Brussel (VUB), de Universiteit Gent (UGent) en het socialistisch ziekenfonds Solidaris, werpt nieuw licht op factoren die in België tijdens de pandemie hebben bijgedragen aan de oversterfte. Belangrijkste bevindingen De studie analyseert data van de bijna 1,4 miljoen volwassen leden van Solidaris, het op één na grootste ziekenfonds in België. De onderzoekers gebruiken gegevens over gezondheidszorguitgaven en medicatiegebruik om reeds bestaande gezondheidsproblemen te identificeren, en combineren die met sociodemografische en socio-economische kenmerken zoals nationaliteit, huishoudenssituatie en het recht op een verhoogde tegemoetkoming. Dat laatste is een indicatie voor een lagere socio-economische status. De belangrijkste bevindingen zijn: In 2020 was er een significante oversterfte en die manifesteerde zich zowel bij mensen met als zonder bestaande gezondheidsproblemen. Bijvoorbeeld bij vrouwen zonder een bestaande ziekte waren er 11% meer overlijdens ten opzichte van de referentieperiode (2015-2019). Voor vrouwen met reeds bestaande aandoeningen varieerde de oversterfte tussen 7% (bij twee ziekten) en 24% (bij vijf of meer ziekten). In 2021 zagen we bij sommige subgroepen een significante ondersterfte, wat mogelijk wijst op een verschuiving van de sterfte. Dit tijdelijk fenomeen treedt op wanneer kwetsbare mensen vroeger overlijden dan verwacht door van gebeurtenissen zoals een pandemie. Er zijn opmerkelijke verschillen tussen specifieke ziekten. De studie toont een ondersterfte onder patiënten met kanker en astma/COPD in 2020 en 2021. Dit valt mogelijks toe te schrijven aan verbeterde, gerichte zorg en aan preventieve maatregelen voor deze kwetsbare groepen. Allicht heeft ook zelfbeschermend gedrag tijdens de pandemie een rol gespeeld. Onder patiënten met cardiovasculaire aandoeningen en diabetes was er daarentegen juist een significante oversterfte in 2020, maar niet in 2021. Sociale ongelijkheden hadden een impact op de sterftecijfers tijdens de COVID-19-pandemie. De hoogste oversterfte tijdens de pandemie werd waargenomen onder personen met een lage socio-economische status, bewoners van woonzorgcentra en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Uit de analyse van naar leeftijd en geslacht gestandaardiseerde sterftecijfers blijkt bij niet-westerse migranten een oversterfte van 47,5% (mannen) en 59,5% (vrouwen) in 2020. Innovatieve aanpak van de studie Het onderzoek is wereldwijd een van de weinige studies over sterftecijfers tijdens de COVID-19-crisis die individuele data over gezondheidskenmerken en sociale factoren combineren. Die aanpak biedt een meer gedetailleerd inzicht in de oorzaken van oversterfte, en levert interessante bijkomende informatie voor het beleid dat zich richt op de kwetsbaarste groepen in de samenleving. “Dit onderzoek onderstreept de noodzaak om sociale ongelijkheden en gezondheidsongelijkheden tegelijk aan te pakken”, zegt Dr. Laura Van den Borre van Sciensano. “Door individuele gezondheidsgegevens en sociale gegevens te combineren, krijgen we een correcter beeld van de uitdagingen waarmee diverse bevolkingsgroepen werden geconfronteerd.” De resultaten benadrukken bovendien het belang van een mensgerichte aanpak bij de voorbereiding op toekomstige gezondheidscrisissen. Daarbij is speciale aandacht voor kwetsbare groepen en ongelijkheden in gezondheid meer dan nodig. Unieke samenwerking Dit relevante onderzoek is het resultaat van een unieke samenwerking tussen Solidaris, Sciensano, de VUB en de UGent. Het project werd mede mogelijk gemaakt door financiering van het Belgisch Wetenschapsbeleid (BELSPO). De studie kadert binnen het HELICON-project dat sociale ongelijkheden, de langetermijneffecten en indirecte gezondheidseffecten van de COVID-19-crisis in België onderzoekt. Zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris: “Wij beschikken als ziekenfonds over uitgebreide data en zijn blij dat we voor dit onderzoek konden samenwerken met wetenschappelijke instellingen. We hopen dat de resultaten de bescherming in toekomstige gezondheidscrisissen inderdaad helpen te verbeteren. Zeker als dat gebeurt met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen” Lees de hele wetenschappelijke publicatie Lees het volledige persbericht als PDF Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker persT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

23-01-2025

Persberichten
JOETZ kan meer jongeren op vakantie sturen dankzij Iedereen Verdient Vakantie (IVV)

Voor 550 kwetsbare jongeren wordt vakantie betaalbaarder Jongeren met recht op een Verhoogde Tegemoetkoming (VT) betalen vanaf 2025 tot 540 euro minder om met JOETZ vzw op vakantie te gaan. We bieden die groep kwetsbare kinderen een korting van 60% dankzij een erkenning door Iedereen Verdient Vakantie. Volgens gegevens van Statbel heeft 1 op de 5 Belgen onvoldoende budget om 1 week met vakantie te gaan. JOETZ vzw zet zich al langer in om jongeren die het thuis minder breed hebben, toch de kans te geven om op vakantie te gaan. Dankzij partnerschappen met onder andere Solidaris, maar vanaf 2025 ook dankzij de erkenning als partner van het overheidsinitiatief Iedereen Verdient Vakantie (IVV) slagen we erin heel veel kinderen en jongeren die anders niet van een vakantie zouden kunnen genieten, te laten deelnemen aan hun zomerkampen. Een korting van 60% voor 550 jongeren Bij JOETZ kunnen kinderen die recht hebben op een Verhoogde Tegemoetkoming (VT) vanaf dit jaar voor 360 euro naar Italië. Op een zomervakantie met 9 overnachtingen die normaal 900 euro kost, krijgen ze een korting van 540 euro. Voor een verblijf aan de Belgische kust betalen ze 232 euro in plaats van 580 euro. Dat is een korting van 348 euro. De afgelopen 5 jaar kon JOETZ telkens tussen 100 en 150 kwetsbare kinderen een noodzakelijke korting bieden bij het boeken van een zomerkamp. De middelen daarvoor kwamen van Solidaris, via de ondersteuning van Toerisme Vlaanderen en uit de eigen werkingsbudgetten. Dit jaar stijgt het aantal kinderen dat we van zo’n korting kunnen laten genieten fors. Dankzij een erkenning als sociaal-toeristische organisatie kan JOETZ nu niet minder dan 550 kinderen met recht op Verhoogde Tegemoetkoming (VT) een korting van 60% bieden. “We maken op die manier vakantie toegankelijker voor meer mensen”, zegt Kenny Mestdagh, teamcoördinator voor JOETZ-vakanties. “We zijn dan ook trots dat we ons een partner van Iedereen Verdient Vakantie (IVV) mogen noemen.” Ook voor buitenlandse vakanties Het aanbod in 2025 geldt voor de vakanties vanaf de paasvakantie tot en met de kerstvakantie, zowel voor binnenlandse als buitenlandse vakanties. Iedereen met een VT-statuut komt in aanmerking voor de korting. Zowel leden als niet-leden van Solidaris.Voor Solidaris-leden gebeurt de toekenning van de korting helemaal automatisch. Wie geen lid is bij Solidaris, moet de korting aanvragen en krijgt die op basis van het rijksregisternummer toegekend. De IVV-korting in de praktijk Animatievakantie aan zee Paasvakantie, verblijf 13 nachten Basisprijs: € 580,00 Leden Solidaris betalen € 385,00 Kinderen met VT en de IVV-korting betalen € 232,00 Dat is een korting van € 348,00 Pretparkenvakantie Zomervakantie, verblijf 5 nachten Basisprijs: € 390,00 Leden Solidaris betalen € 315,00 Kinderen met VT en de IVV-korting betalen € 156,00 Dat is een korting van € 234,00 Arrivederci JOETZ, Italië Zomervakantie, verblijf 9 nachten Basisprijs: € 900,00 Leden van Solidaris betalen: € 765,00 Kinderen met VT en de IVV-korting betalen € 360,00 Dat is een korting van € 540,00 Naar Spaanse Costa’s met JOETZ, Spanje Zomervakantie, verblijf 7 nachten Basisprijs: € 870,00 Leden Solidaris betalen € 765,00 Kinderen met VT en de IVV-korting betalen € 348,00 Dat is een korting van € 522,00 Lees het persbericht als PDF Perscontact Kenny Mestdagh | teamcoördinator voor JOETZ-vakantiesG 0496 58 07 35 Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be Extra Info Over JOETZJOETZ vzw is een erkende landelijke jeugdvereniging en partner van Solidaris. Ze treedt op als gezondheidspromotor voor kinderen en jongeren van 3 tot 30 jaar en komt op voor hun belangen. JOETZ organiseert vakanties en diverse vrijetijdsactiviteiten. Voorts leidt JOETZ competente vrijwilligers op via eigen vormingen en heeft het een internationale jongerenwerking. Bij JOETZ heeft iedereen een plek, ongeacht onderlinge verschillen of individuele eigenschappen. Inhoudelijk en met een laagdrempelige prijs voor ons vakantie- en vormingsaanbod streven we ernaar om te werken aan een inclusieve wereld. Over Iedereen Verdient VakantieIedereen heeft recht op rust, vrije tijd en vakantie. Dat zegt artikel 24 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. In de praktijk schort er vaak wel wat aan dat universele recht. Iedereen Verdient Vakantie kwam er nadat in 2022 de Vlaamse regering een decreet goedkeurde dat ervoor moet zorgen dat elke Vlaming zijn of haar recht op vakantie ten volle kan beleven. Het decreet leidde tot een charter. Organisaties en bedrijven die het charter ondertekenen, worden partners in het Iedereen Verdient Vakantie-netwerk en kunnen dit partnerschap uitdragen. Ze kunnen dan aanspraak maken op subsidies om het recht op vakantie voor iedereen waar te maken.

20-12-2024

Persberichten
2 op de 3 kankerpatiënten is al na 1 jaar weer aan het werk

Goede ondersteuning en gedeeltelijke werkhervatting belangrijk 2 op de 3 kankerpatiënten is na 1 jaar opnieuw aan het werk. En dit ondanks de impact van de ziekte, en de langdurige vermoeidheid die er vaak mee gepaard gaat. “Dat zijn indrukwekkende cijfers. Het toont aan dat goede ondersteuning, begeleiding en maatregelen zoals progressieve werkhervatting werken”, vindt algemeen secretaris Paul Callewaert. Kanker heeft langdurige gevolgen. Ook wie het overleeft, is vaak niet helemaal de oude. Mensen beseffen te weinig dat de grote vermoeidheid die bij de behandeling van kanker komt kijken, jarenlang impact kan hebben. Volgens cijfers van Kom op Tegen kanker heeft 90% van de kankerpatiënten er last van. Kankerpatiënten hervatten massaal het werk Die vermoeidheid kan zich zowel fysiek als mentaal laten voelen. Volgens kankerpatiënten is ze allesoverheersend, onvoorspelbaar en helpt zelfs slapen niet. Toch blijkt uit een analyse van Solidaris dat de meerderheid van de kankerpatiënten weer aan de slag gaat. We volgden daartoe 6.871 leden in Vlaanderen die tussen 1/1/2018 en 31/12/2020 een eerste multidisciplinair oncologisch consult (MOC) geattesteerd kregen. De helft van hen is 3 maanden na het consult opnieuw aan de slag en ontvangt geen uitkering meer. Na 11 maanden gaat het zelfs om 58 procent van de leden. Tabel : Kankerpatiënten hervatten het werk ArbeidsongeschiktheidTotaalVrouwenMannen3 maanden na eerste MOC51%50%55%6 maanden na eerste MOC50%48%53%9 maanden na eerste MOC48%47%50%11 maanden na eerste MOC42%41%44%Bron: Solidaris Het belang van gedeeltelijke werkhervatting Na 1 jaar is 58% van wie een kankerbehandeling onderging opnieuw volledig aan het werk; 42% is nog arbeidsongeschikt en geniet een uitkering. Belangrijk is dat ruim 18% van deze laatste groep deels aan het werk is via progressieve werkhervatting waarbij ze een gedeeltelijke uitkering behouden. De mediane tijd van gedeeltelijke werkhervatting na een eerste MOC bedraagt 270 dagen. Samengevat kan je dus stellen dat een jaar na de kankerbehandeling niet minder dan 2 op de 3 van onze leden die een kankerdiagnose kregen 1 jaar na het eerste MOC weer aan het werk is. Dat is een hoog percentage , rekening houdend met de ernst en de impact van de ziekte. We zien bovendien een verband tussen gedeeltelijke werkhervatting en leeftijd. Van de mensen die een ziekte-uitkering ontvangen, ligt het aandeel van de kankerpatiënten met gedeeltelijke werkhervatting op 22,6% in de jongste leeftijdsgroep (35-39 jaar). Dat aandeel daalt vervolgens naar 19,9%, 17,3% en 15,2% voor de oudere leeftijdsgroepen van 40-44 jaar, 45-49 jaar en 50-54 jaar respectievelijk. Zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris: “Kankerpatiënten moeten zich uiteraard eerst op hun genezingsproces kunnen richten. We blijven daarom inzetten op solidaire en kwalitatieve zorg. Patiënten moeten kunnen rekenen op goede en toegankelijke geneeskunde, maar ook op een uitkering die hen in staat stelt zich te richten op het genezingsproces. Daarna is het belangrijk te voorzien in specifieke ondersteuning, zoals voedingsadvies en psychologische ondersteuning maar ook in specifieke aandacht voor de terugkeer van kankerpatiënten naar de werkvloer. Uit onze analyse blijkt dat die aanpak werkt. Het is hierbij wel belangrijk om op maat te werken en rekening te houden met de draagkracht van de patiënt.” Stap voor stap is de boodschap Het belang van de geleidelijke werkhervatting blijkt bijvoorbeeld uit de getuigenis van An. Na haar behandeling wilde An zo snel mogelijk weer aan het werk. “Ik ben ongeveer anderhalf jaar thuis geweest”, vertelt ze. “Ik miste mijn werk en mijn collega’s enorm! Mijn sociale kring werd door de behandeling veel kleiner.” Ze begon stap voor stap opnieuw met werken en bouwde dat langzaam op. “Mijn artsen raadden me aan om het rustig aan te doen, dus ik begon met 11 uur per week. Zo kon ik langzaam weer in het werkritme komen, zonder mijn lichaam te overbelasten.” Nu werkt An 26 uur per week. Daar is ze blij om, maar ze voelt wel dat ze haar energiereserves goed moet bewaken. “Ik werk nog altijd in de zorgsector en daar hebben ze veel mensen tekort. Vroeger deed ik veel overuren om collega’s te helpen, maar nu kan ik dat niet meer. Anders is de weerslag achteraf te groot.” Lees het volledige persbericht als PDF Extra Info Lees de volledige analyse over werkhervatting bij kankerpatiëntenAnalyse werkhervatting bij kankerpatiënten Lees het volledige getuigenis van AnAn over vermoeidheid na borstkanker: “Moeheid dwingt je om een stap terug te zetten” | solidaris-vlaanderen.be Lees meer over wat je kunt doen bij vermoeidheid door een kankerbehandelingAls kanker je moe maakt: vermoeidheid tijdens en na kanker | solidaris-vlaanderen.be Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

12-12-2024

Persberichten
Betaalbaarheid kan beter, wachttijden een probleem

Enquête over de Belgische gezondheidszorg bij leden van Solidaris 6 op de 10 van onze leden vreest zorg te moeten uitstellen om financiële redenen. Dat blijkt uit een enquête bij de leden van Solidaris. Bovendien zijn er wachttijden door geografische schaarste in het aanbod. Solidaris vraagt volgehouden inspanningen om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van onze gezondheidszorg voor iedereen te blijven garanderen. Onze gezondheidszorg scoort in EU-statistieken goed. Toch kan de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de Belgische zorg beter. Die boodschap komt naar voren uit een online bevraging bij onze leden. Niet voor iedereen even betaalbaar Ongeveer een kwart (26%) van de bijna 5000 leden die onze enquête volledig heeft ingevuld, heeft het afgelopen jaar een zorgbehandeling uitgesteld uit financiële overwegingen. Liefst 6 op de 10 van onze leden maken zich bovendien geregeld zorgen over de prijs die ze betalen voor hun gezondheidszorgen. De betaalbaarheid kan vooral beter voor wie financieel kwetsbaar is. Die leden stellen vaker noodzakelijke zorg uit. Zo blijkt ongeveer 30% van de leden die een lagere eigen bijdrage betalen dankzij het statuut verhoogde tegemoetkoming (VT) toch bezorgd over de kostprijs. Bij de leden zonder VT-statuut is dat slechts 15%. Ook het opleidingsniveau speelt. Hoe hoger opgeleid, des te minder kopzorgen over de betaalbaarheid. Zo’n 7 op de 10 leden zonder diploma middelbaar onderwijs maakt zich zorgen over zijn ziektekosten, terwijl dat bij universitairen slechts voor 46% van de leden geldt. De tevredenheid over de kostprijs verschilt per discipline. Zo vindt 61% van de leden de huisarts best betaalbaar, terwijl dat voor specialisten (38%), tandartsen (36%) en kinesisten (35%) veel minder het geval is. De financiële drempel voor mentale gezondheid blijkt nog problematischer: slechts 15% is tevreden over de betaalbaarheid van psychologen. Niet overal even toegankelijk De geografische toegankelijkheid staat onder druk door schaarste in het medische aanbod. Zo botste 1 op de 4 leden die in het voorbije jaar een huisarts zocht op een patiëntenstop. Maar daarbij zijn er aanzienlijke verschillen naargelang de regio. Vooral in de verstedelijkte eerstelijnszones in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg botsen onze leden op patiëntenstops. De situatie in een aantal landelijke gebieden in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg is merkelijk beter. Ook verschilt de toegankelijkheid naargelang de medische discipline. Zo blijkt de helft van onze leden problemen te ondervinden in de zoektocht naar een dermatoloog terwijl meer dan 3 op 4 leden in hun zoektocht naar een tandarts met een patiëntenstop worden geconfronteerd. Enkele maatregelen om het tij te keren Zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris: “Een toegankelijke en betaalbare zorg voor iedereen is geen luxe. Als samenleving investeren we fors in gezondheidszorg, het lijkt me dan ook logisch dat we iedereen mee aan boord nemen. Niemand zou om financiële redenen zorg moeten uitstellen, en zorg die nodig is, moet ook beschikbaar zijn.” Daarom stelt Solidaris een aantal maatregelen voor om zowel de financiële toegankelijkheid als de geografische toegankelijkheid te verbeteren: Financiële toegankelijkheid stimulerena. De derdebetalersregeling voor alle zorgberoepen naar de hele eerste lijn uitbreiden. Op die manier moeten patiënten enkel hun eigen bijdrage betalen en hoeven ze geen terugbetaalde zorgen meer voor te schieten. Tegelijk vragen we de uitbouw van controlemaatregelen zodat we misbruik van de regeling kunnen tegengaan.b. Waar dat mogelijk is op basis van bestaande databanken, het recht op verhoogde tegemoetkoming automatisch toe te kennen. Wie recht heeft op een lagere eigen bijdrage, wordt zo niet langer opgezadeld met extra kosten.c. Het gebruik van supplementen afbouwen en op termijn overbodig maken voor patiënten met verhoogde tegemoetkoming. Op die manier werken we een van de belangrijkste bestaande financiële barrières weg.d. De plafonds voor de maximumfactuur enkele jaren niet te laten meestijgen met de index. De maximumfactuur beschermt gezinnen door remgelden vanaf een specifiek, aan het inkomen gekoppeld plafond, terug te betalen. Die plafonds volgen normaal de index. Eind 2022 besloot minister Frank Vandenbroucke om die plafonds eenmalig te bevriezen. Wij stellen voor die maatregel enkele jaren te handhaven. Geografische toegankelijkheid stimulerena. Werken in de zorg- en welzijnssector aantrekkelijker maken. Dat kan door administratieve belasting te verminderen en doordachte zorgsubstitutie door te voeren. Daarom moeten we inzetten op kwaliteitsvolle opleidingen voor nieuwe zorgberoepen zoals mondhygiënisten, zorgkundigen en praktijkverpleegkundigen. Hetzelfde geldt voor coördinerende functies zoals casemanagement. Doordachte zorgsubstitutie en taakdelegatie, administratieve vereenvoudiging en ondersteuning creëren tijd en ruimte voor zorgverleners.b. Een grotere instroom van huisartsen, tandartsen en zorgverleners is nodig om aan de stijgende zorgvraag tegemoet te kunnen komen. We vragen om het werken in (tand)artsarme steden en gemeenten te stimuleren met incentives. Lokale overheden kunnen bijvoorbeeld leegstaande eigendommen van de gemeente voor beperkte prijs ter beschikking stellen van zorgverleners die zich vestigen in zones waar een tekort werd vastgesteld. Ze kunnen ook zorgen voor een zorgverlenersvriendelijke context (met parkeerfaciliteiten, busbanen uitbreiden voor zorgberoepers…) zodat het attractief wordt voor zorgverleners om zich in de stad of gemeente te komen vestigen. Verder pleiten we voor samenwerking en solidariteit tussen zorgverleners uit regio’s met een hoog en een laag aantal zorgverleners.c. Hervorming van het conventiemodel. Solidaris vraagt een hervorming van het huidige conventiemodel. We moeten het aandeel zorgverleners dat zich aan de afgesproken tarieven houdt, verhogen. Zorgverleners sensibiliseren voor de merites van het conventiesysteem is een element, maar ook het verbeteren van het sociaal statuut verbonden aan de conventionering is een optie. Dat kan bijvoorbeeld via het voorbehouden van ondersteuningspremies aan geconventioneerde zorgverleners of de financiële aantrekkelijkheid op te voeren naarmate een zorgverlener voor langere tijd geconventioneerd blijft. Bovendien dient deconventioneren ontmoedigd te worden.d. Meer inzetten op gemengde financieringsmodellen. Solidaris juicht de verhoogde keuzevrijheid over het financieringsmodel van zorgverleners in de eerste lijn toe. Vandaag kennen zorgverleners de klassieke prestatiefinanciering, de forfaitaire financiering, en de gemengde financiering via de New Deal. De gemengde financiering is niet uitsluitend prestatiegedreven, maar voorziet ook in forfaits en praktijkfinanciering. Daardoor zit taakdelegatie in het model ingebakken, wat de capaciteit per huisarts doet toenemen.e. We willen ten slotte onze leden-patiënten ertoe aan te zetten om geen onnodige onderzoeken te laten uitvoeren en zelf meer zorg en verantwoordelijkheid op te nemen bij zorgtaken. Opzet van onze enquêteVan de 70.157 leden uit Vlaanderen en het Brusselse gewest die wij contacteerden, stuurden 4.711 leden (6,7%) een volledig ingevulde vragenlijst terug. Op basis van hun antwoorden voerden wij kwantitatieve analyses en kwalitatieve analyses uit.Via kwantitatieve analyses brachten we in kaart:• in welke mate ze tevreden zijn over de betaalbaarheid van gezondheidszorgen,• in hoeverre zij bezorgd zijn over gezondheidszorguitgaven,• of zij zorgen uitstelden omwille van financiële redenen,• en bestudeerden we de mate waarin en in welke regio’s onze leden geconfronteerd werden met een patiëntenstop.Via kwalitatieve analyse capteerden we eventuele bijkomende bezorgdheden over de toegankelijkheid van onze gezondheidszorg. Onze leden konden die vrij opgeven in een open vraag Extra Info Link naar een uitgebreide beschrijving van de enquêteresultatenLees het persbericht als PDF-bestand Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

15-11-2024

Persberichten
17 000 Solidaris-leden kregen in oktober betere terugbetaling

Dankzij automatische toekenning van verhoogde tegemoetkoming lage inkomens In oktober kregen 17 000 van onze leden automatisch het recht op verhoogde tegemoetkoming (VT). Het gaat om mensen die hier eigenlijk recht op hebben, maar vanwege administratieve drempels geen erkenning hadden aangevraagd. Sinds 1 oktober kunnen ziekenfondsen voor bepaalde groepen namelijk zelf een inkomstenonderzoek opstarten en het VT-recht automatisch toekennen. In onze ziekteverzekering betalen patiënten gemiddeld 20 tot 25% van de kosten uit de eigen portemonnee. Die eigen bijdrage is niet voor iedereen gelijk. Wie een lager inkomen heeft of in een kwetsbaar sociaal statuut valt, betaalt bij de dokter of in het ziekenhuis minder zelf. Die persoon heeft dan recht op een verhoogde tegemoetkoming (VT) van de ziekteverzekering. Om van dat VT-statuut te genieten, heb je wel een erkenning nodig. Sommige groepen krijgen die automatisch, andere moeten bij het ziekenfonds die erkenning aanvragen. Daardoor blijft het recht al jaren onderbenut bij mensen die er wel nood aan hebben. In een studie van het KCE uit 2020 blijkt dat 1 op de 3 van de mensen met een armoederisico geen VT-erkenning heeft. Mijlpaal administratieve vereenvoudiging Solidaris zet zich al langer in om de toekenning van het VT-recht administratief eenvoudiger te maken en indien mogelijk automatisch toe te kennen. Sinds 1 oktober mogen we ambtshalve een inkomstenonderzoek opstarten voor invaliden en voor personen die 3 maanden werkloosheidsuitkering, een ziekte-uitkering of een combinatie van beide krijgen. Dat gebeurt via consultatie van hun gegevens in de KSZ-databanken. Die mensen hoeven niet meer fysiek naar het loket te komen om die inkomstencontrole aan te vragen en allerhande papieren documenten voor te leggen. Het proces verloopt volledig automatisch en digitaal. Na 1 maand heeft de nieuwe maatregel voor 17 000 Solidaris-leden al een verschil gemaakt. Ze kregen automatisch het recht op verhoogde tegemoetkoming toegekend nadat we in de beschikbare databanken nagekeken hebben of hun inkomen onder de toepasselijke drempel ligt. Net als voor alle andere leden die het recht op VT genieten, zullen we jaarlijks nakijken of ze aan de inkomensvoorwaarde blijven voldoen. “Dit is een mijlpaal in de administratieve vereenvoudiging”, vindt Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris. “Dankzij de automatische toekenning kunnen we wie er recht op heeft, maar in de regeltjes vastloopt, makkelijker helpen. Sociale voordelen zijn maar beter geen administratief doolhof. We vinden het belangrijk om daar als ziekenfonds ons steentje toe bij te dragen.” Lees het volledige persbericht als PDF Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

13-11-2024

Persberichten
1 op de 2 peuters stelt het eerste tandartsbezoek te lang uit

Solidaris, stad Antwerpen en Rebelle dichten de tandzorgkloof op het terrein Nergens is de gezondheidskloof duidelijker dan in de tandzorg. Om die kloof te dichten, zoekt Solidaris met partners zoals de stad Antwerpen en Rebelle vzw het terrein op. Door lokale samenwerkingen zoals bijvoorbeeld in een proefproject op het Kiel in Antwerpen en met gerichte acties wijzen we kinderen van kleinsaf de weg naar een gezond gebit. In de Antwerpse volkswijk het Kiel loopt een bijzonder project. Solidaris probeert er samen met Rebelle en de Stad Antwerpen het belang van preventieve tandzorg te beklemtonen. In bepaalde gevallen gaat dat zelfs tot het maken van afspraken bij een tandarts die de tarieven respecteert. Ook in Gent zijn we met Rebelle betrokken bij wijkgerichte mondzorgscreenings. Zulke acties zijn broodnodig want de gezondheidskloof ontstaat in de tandzorg al op jonge leeftijd. Dat toonde Solidaris in diverse studies al aan. Zo bleek bijvoorbeeld dat dure orthodontie in de lagere inkomensgroepen minder wordt opgestart vanwege de hoge kostprijs. Ook in de basistandzorg Helaas is de kloof niet enkel voelbaar bij gespecialiseerde behandelingen zoals orthodontie. Ook in de basistandzorg valt er niet naast te kijken. Want hoewel preventief tandartsbezoek tot 19 jaar volledig wordt terugbetaald, vinden kinderen uit gezinnen met recht op verhoogde tegemoetkoming[1] moeilijker de weg naar de tandarts. Volgens cijfers van de IMA-Atlas verdubbelde het afgelopen decennium het percentage peuters (3 tot 4-jarigen) dat naar de tandarts ging voor een tweejaarlijkse controle. Over een periode van 2 jaar bezoekt nu 47,5%  van de peuters in ons land een tandarts. Het slechte nieuws is dus: 1 op de 2 peuters stelt zijn eerste tandartsbezoek nog steeds uit. In kwetsbare gezinnen lijkt dat fenomeen duidelijk nog meer te spelen. In 2022 maakten peuters uit kwetsbare gezinnen duidelijk minder gebruik van preventieve mondzorg (zie tabel). Mogelijke oorzaken zijn: digitale ongeletterdheid, onwetendheid over het belang van preventieve tandzorg, financiële drempels of problemen met taal. Het belang van poetsen Meer dan de helft van de kinderen tot 8 jaar poetsen hun tanden onvoldoende. Al vallen melktanden bij opgroeiende kinderen uit, poetsen vanaf het eerste tandje helpt wel degelijk om tandproblemen op latere leeftijd te voorkomen. Door te poetsen verwijder je tandplak, terwijl de fluoride in tandpasta de tanden beter beschermt. Naast poetsen is het voorts aan te raden om al op jonge leeftijd voor preventieve tandzorg naar de tandarts te trekken. Dat doe je best vanaf 2 jaar. Helaas stellen 8 op de 10 ouders het eerste tandartsbezoek van hun peuter te lang uit. Solidaris verkleint tandzorgkloof op het terrein De kloof dichten, doe je op het terrein. Daarom trekt Solidaris de kaart van lokale samenwerkingen en gerichte acties. We zijn blij deel uit te maken van het Antwerpse proefproject waarin mondhygiëniste Carolina Monroy Beltran inzet op bewustmaking via tandscreenings. In de consultatiebureaus van onze partnerorganisatie Rebelle gaat ze het gesprek met prille ouders aan. Ze beklemtoont er het belang van preventieve tandzorg en maakt waar nodig een afspraak met een tandarts die de conventietarieven respecteert. Aan de ouders die met hun baby in een van de consultatiebureaus van Rebelle langskomen, geeft Solidaris bovendien een gratis pakket voor gezonde tanden. Daarin zitten: een tandenborstel, een beker en een folder met poets-tips. Zo nemen we kinderen van kleins af aan mee in een traject naar gezonde tanden. De consultatiebureaus die Rebelle organiseert in opdracht van Kind & Gezin zijn erkend en worden gesubsidieerd door het Agentschap Opgroeien. Jonge ouders gaan er doorgaans te rade voor het opvolgen van de ontwikkeling en gezondheid van hun baby. Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris, benadrukt dat het project tegemoet komt aan fundamentele noden in de tandzorg. “Het tekort aan tandartsen en de meerkosten die supplementen kunnen veroorzaken, liggen mee aan de basis van een groeiende tandzorgkloof”, zegt hij. “Mondhygiënisten zoals in een Antwerps pilootproject op het Kiel kunnen de schaarste in de tandzorg helpen te verlichten. Bovendien blijkt uit de ervaringen op het terrein nog maar eens dat een verbod op supplementen in de tandzorg voor mensen uit kwetsbare gezinnen geen luxe is, maar strikt noodzakelijk voor onze volksgezondheid.” Ter info Rebelle vzw is een partnerorganisatie van Solidaris. Ze verhoogt het welzijn van vrouwen* via thema’s die behoren tot hun leefwereld. Rebelle brengt vrouwen op een innovatieve en laagdrempelige manier samen, inspireert en verbindt hen, en komt op voor hun belangen. Daarnaast zorgt Rebelle er mee voor dat kinderen gelijke ontwikkelingskansen krijgen en dat ouders en opvoeders een luisterend oor vinden en hun stem kunnen laten horen. Daarom is Rebelle organisator van 52 consultatiebureaus in Vlaanderen. Die staan in voor het opvolgen van de groei en ontwikkeling van kinderen van 0 tot en met 3 jaar. INTUSSEN OP HET TERREIN Een veelbelovend pilootproject in Antwerpen “Wie minder taalvaardig is in het Nederlands, vindt moeilijker de weg naar een tandarts”, getuigt mondhygiëniste Carolina Monroy Beltran. Zij doet in het consultatiebureau van Rebelle in de Antwerpse volkswijk het Kiel geregeld screenings tandzorg. De screenings op het Kiel zijn een pilootproject van de dienst Gezondheid van de stad Antwerpen. Niet enkel op het Kiel maar ook in Antwerpen-Luchtbal en Antwerpen-Noord lopen er screenings. In het Antwerpse pilootproject spelen de mondhygiënisten vooral een faciliterende rol. Ze informeren en doen een eerste medische controle. Zegt Caroline Monroy Beltran: “Ik heb een lijstje met tandartsen die de officiële tarieven aanrekenen. Zodra mensen weten dat ze voor hun kinderen geen voorschotten hoeven te betalen en zich geen zorgen over een oplopende factuur moeten maken, vinden ze de weg naar de tandarts meestal wel. Vaak hebben ze gewoon een klein duwtje in de rug nodig.” In andere steden lopen er ook initiatieven met mondhygiënisten in de consultatiebureaus van Rebelle. “In Gent zijn 2 van onze consultatiebureaus betrokken bij het project Gaatjesvrij. We stellen daar onze locatie ter beschikking voor wijkgerichte mondzorgscreenings. Op die manier helpen we op het terrein de tandzorgkloof te verkleinen”, zegt Katrien Van Riet, teamverantwoordelijke van de consultatiebureaus bij Rebelle. Lees het volledige persbericht in PDF Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be [1] Patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming, betalen bij de artsen en voor medische ingrepen een kleinere eigen bijdrage voor hun zorg. Het zogenoemde remgeld ligt voor hen dus lager.

09-11-2024

Persberichten
Ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans gehalveerd

Analyse Solidaris toont impact van gedeeltelijke supplementenverbod Dankzij het vorig jaar ingevoerde supplementenverbod voor CT-scans en MRI-scans betalen patiënten duidelijk minder ereloonsupplementen. “We zijn blij met de daling. Aan de andere kant betreuren we dat sommige ziekenhuizen de nieuwe regels proberen te compenseren door vaker andere en hogere supplementen te vragen. We zullen met die ziekenhuizen in overleg gaan om deze vaststellingen in detail te bespreken”, besluit algemeen secretaris Paul Callewaert. Sinds 4 december 2023 gelden er strengere regels voor ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans. De nieuwe regels kwamen er omdat ziekenhuizen voor deze zogenaamde zware medische beeldvorming bijna systematisch ereloonsupplementen vroegen. Dat ondergroef de toegankelijkheid. We hebben de facturen van Solidaris-leden geanalyseerd om na te gaan of ziekenhuizen en radiologen de nieuwe regels respecteren. Bovendien evalueerden we de impact op de betaalbaarheid voor de patiënt. Als basis voor de analyse namen we de facturen die onze leden kregen voor medische beeldvorming. We vergeleken de periode van december 2023 tot april 2024 met de periode van december 2022 tot april 2023. Dat zijn de eerste vijf maanden sinds het gedeeltelijke supplementenverbod van kracht werd. Daling ereloonsupplementen Dankzij het vorig jaar ingevoerde supplementenverbod voor CT-scans en MRI-scans betalen patiënten duidelijk minder en veel minder vaak ereloonsupplementen. Zo zien we bij onze leden het aantal aangerekende supplementen voor zware medische beeldvorming dalen met 69,4%. Tijdens de eerste vijf maanden sinds de maatregel van kracht werd, hebben onze leden ongeveer 1,2 miljoen euro minder betaald voor ereloonsupplementen bij CT-scans en MRI-scans. Dat is jaar op jaar een daling met 53,3%. Op basis van deze resultaten en de marktaandelen van Solidaris berekenden we dat voor de hele bevolking het gedeeltelijke supplementenverbod op jaarbasis de factuur voor ereloonsupplementen CT-scans en MRI-scans met 11 miljoen euro zou laten dalen. Verschuivingen bij radiologen Toch stellen we vast dat sinds de invoering van de strengere supplementenregeling, bepaalde ziekenhuizen en artsen de daling proberen te compenseren. Ze doen dat door: meer supplementen te vragen voor andere medische beeldvorming zoals een klassieke röntgenfoto of een echografie. Van 8 tot 18:00u de regels van het supplementenverbod te respecteren, maar daarbuiten als aan de voorwaarden is voldaan juist een hoger supplement dan voordien aan te rekenen. Voor onze leden gaat het over de eerste vijf maanden om een compensatiebedrag van 354 541 euro over de eerste vijf maanden. Voor een heel jaar en voor de hele bevolking zou dat volgens onze schatting neerkomen op 3,6 miljoen euro TABEL 1 Evolutie van de globale inkomensbronnen medische beeldvorming [Bij Solidaris-leden in België; dec 2022 – april 23 vergeleken met dec 23 - april 24] Omschrijving 2022-20232023-2024EvolutieZware medische beeldvorming (ZMB)Aantal prestaties ZMB507 274517 929+2,1%Aantal prestaties met ZMB met supplementen91 44027 973-69,4%Bedrag voor honoraria ZMB€ 68 567 474€ 74 287 424+8,2 %Bedrag supplementen ZMB€ 2 201 981€ 1 028 597-53,3%Andere prestaties Radiologie (Rx)Aantal andere prestaties2 640 126 2 699 110 +2,2%Aantal supplementen op andere prestaties RX210 809 242 226 -17,7%Bedrag honoraria andere Rx€ 84 807 163 € 90 633 745 +6,9%Bedrag supplementen andere Rx€ 1 868 698 € 2 223 239 +19,0%Totaal prestaties Radiologie (Rx) en ZMBAantal prestaties3.147.4003.217.039 +2,2%Aantal supplementen385.687 270.199 -29,9%Bedrag honoraria€ 153.374.637 € 164.921.169+7,5%Bedrag supplementen€ 4.070.678 € 3.251.836-20,1% Als we de daling en de verschuivingen bij elkaar optellen, zien we nog altijd een positieve impact van de nieuwe regels. Radiologen en ziekenhuizen rekenen minder vaak ereloonsupplementen aan. Voor alle vormen van medische beeldvorming samen zien we bij onze leden 30% minder gevallen waarbij supplementen worden aangerekend. Ze besparen zo in vijf maanden 818 843 euro of 20% op de supplementen van alle radiologie samen. Als we dat extrapoleren voor heel België en over de termijn van 12 maanden, dan schatten we dat dit de supplementen voor medische beeldvorming met 7,4 miljoen per jaar zou laten dalen. Zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris: “De eindbalans is dus positief, want we zien een aanzienlijke daling van de supplementen. Voor dringende en noodzakelijke medische beeldvorming blijft zo de financiële toegankelijkheid gegarandeerd. Daar zijn we als belangenbehartiger voor de patiënt blij mee.” Regionale en provinciale verschillen De supplementen zware medische beeldvorming zijn vooral een Vlaams fenomeen. Ondanks een stijging van het aantal ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans over de taalgrens, blijft Vlaanderen verantwoordelijk voor 84,6% van de ereloonsupplementen. Voor het supplementenverbod was dat 85,5%. De leden in het Brussels Gewest nemen 12,2% voor hun rekening terwijl dat voorheen 13,9% was. Het Waals Gewest ziet zijn aandeel stijgen van 0.6% naar 3,2%. TABEL 2 Aantallen ereloonsupplementen CT- en MRI-scans per gewest [Aangerekend aan Solidaris-leden, 22-23 vergeleken met 23-24] Omschrijving2022-20232023-2024EvolutieVlaanderen78 16823 688-69,7%Brussel12 7113 400-73,3%Waals Gewest561885+57,8% In alle provincies heeft de nieuwe supplementenregeling een positieve impact op het aantal aangerekende supplementen voor CT-scans en MRI’s. Houden we rekening met de compensatiemechanismen, dan zien we verschillen per provincie. Zo stijgen in de meeste provincies wel de supplementen voor andere radiologieprestaties dan CT- en MRI-scans. Uitzondering is West-Vlaanderen waar ze 40% dalen. De mate waarin de gevraagde supplementenbedragen stijgen, verschilt ook naargelang de provincie. Hier springt West-Vlaanderen negatief in het oog, al is dat vooral te wijten aan 1 ziekenhuis. Verder maken Oost-Vlaamse ziekenhuizen het meeste gebruik van dit mechanisme. Volgzame en hardleerse ziekenhuizen Tussen individuele ziekenhuizen is er een grote variatie. Aan de ene kant staan de modelleerlingen die al voor de nieuwe regeling nagenoeg zonder supplementen werkten. Een tweede categorie zijn de volgers die hun omgang met supplementen aanpasten, wat naar de geest van de regeling een daling aan supplementen meebrengt. Daartegenover staan problematische ziekenhuizen die de supplementendaling gedeeltelijk of (zelfs meer dan) helemaal compenseren. Heel wat ziekenhuizen tonen dat het zonder of met veel minder supplementen kan. Voorbeelden zijn de universitaire ziekenhuizen in Gent en Leuven, maar ook het Jan-Palfijnziekenhuis in Gent of het Mariaziekenhuis van Overpelt. In deze ziekenhuizen rekenden de radiologen net als vorig jaar nauwelijks ereloonsupplementen aan. Andere ziekenhuizen compenseren het gedeeltelijke supplementenverbod. In veel gevallen stijgt de globale factuur voor medische beeldvorming bij die groep. Bijvoorbeeld AZ Klina in Brasschaat vraagt niet langer supplementen voor CT-scans en NMRI’s, maar rekent nu wel supplementen op de forfaits en op andere beeldvorming zoals röntgen en echografieën. Bij het AZ delta in Roeselare daalt het aantal scans met ereloonsupplement met 64 %, maar tegelijk zien we het globaal aangerekende bedrag aan supplementen jaar op jaar met 45% stijgen. Bij het AZ Sint Lucas in Gent zien we een zelfs een vertienvoudiging van het bedrag aan supplementen voor beeldvormingsonderzoeken zoals röntgen en echo’s, bovendien stijgt ook het aangerekende bedrag aan ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans. Het resultaat is bijna een verdubbeling van het aangerekende supplementenbedrag in de radiologie. Het AZ Vesalius in Tongeren laat een substantiële daling van de supplementen zware medische beeldvorming zien, maar noteert tegelijk wel een exponentiële stijging van het supplementenbedrag. Het ziekenhuis vraagt dus minder vaak supplementen, maar als het er vraagt, vraagt het hogere supplementen. Conclusies & aanbevelingen Uit onze analyse komt duidelijk naar voren dat een aanzienlijk deel van de ziekenhuizen weinig of geen supplementen vraagt. Zij tonen aan dat het vragen van supplementen niet nodig is en zijn de referentie op het vlak van toegankelijke gezondheidszorg. We stellen voorts vast dat het gedeeltelijke supplementenverbod op CT- en MRI-scans wel degelijk impact heeft op de patiëntenfactuur. Onze leden betalen duidelijk minder supplementen. De kwalijke trend van systematisch supplementen voor scans te vragen, is daarmee doorbroken. Minder positief is de vaststelling dat een aantal ziekenhuizen compensatiegedrag vertoont. Zij vragen vaker supplementen op andere prestaties en hogere supplementen in de gevallen dat supplementen voor een scan wel nog mogelijk zijn. Het bilan van de nieuwe regeling is positief, maar wat doen we met de ziekenhuizen die het inkomstenverlies compenseren door hogere en andere supplementen? We zullen de ziekenhuizen waar we compensatiegedrag vaststellen, confronteren met de resultaten. In de gemeentebesturen die ziekenhuizen (mede-)beheren, vragen we extra aandacht voor deze problematiek. We zullen patiënten er op blijven wijzen dat supplementen voor scans buiten de kantooruren niet de norm zijn. Zolang ze zelf de voorgestelde data van het ziekenhuis niet wensen te vervroegen of wijzigen, mogen ze niet.Zoals we in een intermutualistische brief eerder dit voorjaar al aankondigden, blijven we erop toezien dat ziekenhuizen zich hier aan de regels houden. Bovendien blijven we de patiënten informeren hoe ze het best supplementen kunnen vermijden. We vragen de volgende regering om de lopende hervormingen in de financiering van de ziekenhuizen en de hervorming van de nomenclatuur voort te zetten, in de wetenschap dat het noodzakelijk is om in voldoende investeringen voor de gezondheidszorg te blijven voorzien. Ten slotte toont onze analyse aan dat een globale aanpak van supplementen nodig blijft om te vermijden dat een selectieve beperking van supplementen leidt tot hogere supplementen elders. Paul Callewaert: “Meer supplementen op gewone medische beeldvorming vragen of hogere supplementen aanrekenen om een regeling ter bescherming van de patiënt te omzeilen, dat zijn praktijken die we een halt willen toeroepen. Ziekenhuizen en radiologen die dat doen, nemen beter een voorbeeld aan collega’s die tonen dat het ook zonder supplementen kan. Op die manier blijft de toegankelijkheid tot zware medische beeldvorming voor iedereen gegarandeerd. Wij willen hierover het overleg hierover met individuele ziekenhuizen aangaan. We verscherpen onze analyses en blijven dit van nabij opvolgen.” Lees de volledige analyse inclusief de bijlagen in dit pdf-bestand Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be Bijlagen Bijlage 1: Achtergrond en methodologie Bijlage 2: Globale inkomstenbronnen medische beeldvorming Bijlage 3: Globale financiële impact 2023-2024 per provincie en per ziekenhuis Bijlage 4: Aantallen en gemiddelde supplementen per type beeldvorming