Persberichten

22-10-2026

Standpunten
Sluit de achterpoortjes, niet de deur voor kwetsbare gezinnen

Op de regeringstafel zou een voorstel liggen om het recht op Verhoogde Tegemoetkoming (VT) te hervormen. Niet de inkomensgrens of de automatische toekenning zorgt voor moeilijkheden, problematisch zijn veeleer de bestaande beperkingen voor het inkomstenonderzoek. "Sluit de achterpoortjes, maar niet de deur voor wie verhoogde tegemoetkoming nodig heeft”, vindt algemeen secretaris Paul Callewaert. Ruim 1 op de 5 van onze landgenoten heeft recht op Verhoogde Tegemoetkoming (VT). Die mensen betalen bij hun medische kosten een lagere eigen bijdrage. Het VT-statuut geeft namelijk recht op een hogere terugbetaling bij de dokter, de apotheker of tijdens een ziekenhuisopname.  Hervorming of platte besparing?  Naar verluidt wordt er bij de begrotingsonderhandelingen gesproken over 4 miljard euro aan besparingen in de ziekteverzekering. De begrotingsnota rekent daarbij blijkbaar op 750 miljoen euro via een hervorming van het recht op Verhoogde Tegemoetkoming. Te veel mensen die dat niet nodig zouden hebben, zouden daarop een beroep doen. Wij zijn er voorstander van om elk misbruik van sociale bescherming aan te pakken. Profitariaat is profitariaat. Maar een hervorming van VT mag geen platte besparing worden op kap van wie in armoede leeft of er door hoge gezondheidskosten in dreigt terecht te komen.  Het gevaar van een lager inkomstenplafond Vandaag krijgt een alleenstaande een recht op VT als het bruto belastbaar inkomen lager ligt dan 29.236,66 euro per jaar. Naar schatting komt dat neer op ruim 1850 euro netto per maand, terwijl de armoededrempel in ons land 1565 euro per maand bedraagt.  Voor critici reden genoeg om te beweren dat het sociale recht intussen te ruim is geworden. Maar dat is geen valabel argument om het inkomstenplafond voor VT te verlagen. Het recht op Verhoogde Tegemoetkoming is namelijk niet enkel alleen een instrument van armoedebestrijding, maar ook van armoedepreventie.  VT beschermt mensen wanneer ze door ziekte en oplopende gezondheidskosten in financiële problemen dreigen terecht te komen. Een lager inkomstenplafond zou vooral gevolgen hebben voor gepensioneerden met een beperkt pensioen, mensen met een invaliditeitsuitkering, gezinnen die leven van één inkomen en eenoudergezinnen.  Het nut van de automatische toekenning Voorts ligt de automatische toekenning van VT in de vuurlinie. Naast een klassieke aanvraag waarbij het ziekenfonds een lid na een inkomstenonderzoek het recht op VT toekent, kun je het VT-recht namelijk ook automatisch toegekend krijgen. Dat gebeurt als iemand al een erkenning heeft voor bepaalde andere sociaal voordeel. In dat geval gebeurde er al een inkomstenonderzoek door de instelling die het sociaal voordeel toekende.  Sinds 2024 mogen ziekenfondsen ook ambtshalve een inkomstenonderzoek opstarten voor bepaalde groepen, zonder dat die zelf een aanvraag doen. En als die leden aan de voorwaarden voldoen, krijgen ze automatisch een recht op VT. Dat doen we voor mensen die langer dan 3 maanden werkloos of arbeidsongeschikt zijn, en voor invaliden die een uitkering ontvangen.  We vertrekken daarbij van bestaande digitale datastromen. Dat is een kwestie van automatisering, maar geen versoepeling van de voorwaarden. We hanteren dezelfde controle-parameters als bij gewone, klassieke aanvragen.  De noodzaak van uitgebreider inkomstenonderzoek Niet de hoogte van de hoge inkomstenplafonds of de automatische toekenning is een probleem. De gevallen van sociale fraude zijn dat wel. Hoe is het mogelijk dat sommige mensen een sociaal tarief bij de dokter betalen en toch een Porsche voor de deur van hun herenhuis hebben staan?  Beperkingen in de controlemogelijkheden bij het inkomstenonderzoek maken dat mensen soms onterecht een recht op VT vragen en krijgen. Dat komt omdat in bepaalde situaties het bestaande inkomstenonderzoek geen volledig beeld geeft van de financiële draagkracht.  Wie bewust inkomsten buiten beeld houdt of via een vennootschap afleidt, hoort niet thuis in een systeem dat bedoeld is om mensen met een beperkte draagkracht te beschermen. Profitariaat is profitariaat. Daarom moet een hervorming in de eerste plaats de achterpoortjes sluiten die vandaag nog bestaan. Niet de deur dicht doen voor kwetsbare gezinnen. Paul Callewaert   Algemeen secretaris Solidaris  

30-07-2025

Standpunten
Zorg mag geen wapen zijn. Gezondheid is een recht

STANDPUNT HUMANITAIRE CRISIS IN GAZA:Zorg mag geen wapen zijn. Gezondheid is een recht. Voedsel- en hulpverlening in Gaza is dringend. De nood is hoog, het moment om te handelen is nu. Wat we vandaag in Gaza zien, is een schending van fundamentele mensenrechten: gezinnen zonder voedsel, ziekenhuizen zonder medicijnen, kinderen zonder medische zorg. Als ziekenfonds kiezen wij geen partij in geopolitieke conflicten. Maar wanneer de toegang tot zorg, voedsel en menswaardige hulp wordt geblokkeerd door oorlogsomstandigheden, kunnen wij niet zwijgen. Onze stem vertrekt vanuit solidariteit, gezondheid en menselijke waardigheid. Dit fundamentele mensenrecht verdedigen we voor álle burgers. Als ziekenfonds leven we mee met alle slachtoffers van geweld, waar ook ter wereld. Wij roepen de internationale gemeenschap en bevoegde instanties op tot het verzekeren van:• een humanitaire toegang tot voedsel, water en medische hulp voor de bevolking van Gaza• een veilige en vrije voedselverdeling door neutrale organisaties• de bescherming van zorgverleners en gezondheidsinstellingen, volgens het internationaal humanitair recht. De internationale hulporganisaties die ter plaatse opereren, beschikken over expertise en mechanismen om voedsel en medische hulp zo veilig en efficiënt mogelijk tot bij de bevolking te brengen. Net daarom is het zo belangrijk dat zij onbelemmerd toegang krijgen. Gezondheid is geen voorrecht en mag nooit een instrument van oorlog zijn. Toegang tot zorg, voedsel en hulp is een universeel mensenrecht. Altijd, en voor iedereen. Zowel voor burgers in Gaza als voor wie elders getroffen wordt door terreur of geweld. Als Solidaris verdedigen we dat recht, overal ter wereld. Ook, en vooral, wanneer het onder druk staat. Lees hier de PDF-versie Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

03-07-2025

Standpunten
Stakende artsen staken eigenlijk tegen de patiënt

Op 7 juli 2025 legt een deel van de artsen het werk neer. Volgens hen niet uit onvrede over hun inkomen – sommigen verdienen in een week het jaarinkomen van een patiënt met voorkeurtarief – maar wel onder het valse voorwendsel dat de aangekondigde hervorming leidt tot staatsgeneeskunde. Die zou hun vrije beroep en de kwaliteit van de zorg bedreigen. Deze demagogische en populistische redenering is volkomen van de pot gerukt. Een hervorming die de solidaire gezondheidszorg van morgen garandeert, is noodzakelijk. Anders dreigt een Amerikaans gezondheidszorgmodel, en geloof me, dat wil niemand.Geen Amerikaans gezondheidszorgmodelWie beweert dat de aangekondigde hervorming onze gezondheidszorg bedreigt, kijkt weg van de dagelijkse realiteit: de zorg ís nu al versnipperd en ongelijk toegankelijk. Net daarom is verandering nodig. Geen afbraak, maar een noodzakelijke bijsturing van een model dat 60 jaar goed heeft gewerkt. De Belgische gezondheidszorg was lang een internationale referentie. Toegankelijk, kwaliteitsvol en betaalbaar. Maar die reputatie staat onder druk. Wachttijden lopen op, zorgverleners worden schaarser, sommige weigeren bovendien kwetsbare patiënten en vragen steeds vaker supplementen die de zorg onbetaalbaar maken.Artsen worden geen ambtenarenArtsen mogen goed hun brood verdienen. Hun bezorgdheden verdienen erkenning, maar het debat moet wel correct worden gevoerd. Artsen zijn geen ambtenaren. Dat worden ze ook helemaal niet na de hervorming. De stakende artsen vrezen voor hun statuut, maar dat is onterecht. Hun beroep wordt weliswaar gefinancierd met miljarden aan publieke middelen, belastinggeld en sociale bijdragen, maar ze behouden, naast de quasi volledige therapievrijheid, de volle mogelijkheid en verantwoordelijkheid om in overleg met de ziekenfondsen te beslissen over de besteding van die middelen. Helaas ontlopen de artsensyndicaten deze verantwoordelijkheid al te vaak. Ze kiezen er niet voor om systematisch de kaart van doelmatigheid te trekken, maar zetten wel in op de gemakkelijkheidsoplossing van meer budget. En wanneer dat niet (meer) lukt, stellen ze voor om de patiënt te laten opdraaien voor het probleem. Dat is de wereld op zijn kop. We kunnen overconsumptie en ondoelmatigheid toch niet ten laste van de patiënt leggen. En zeker geen twee keer. Aan de ene kant moord en brand schreeuwen dat het overlegmodel niet wordt gerespecteerd en aan de andere kant zelf alle lobbyregisters open trekken om buiten het klassieke overleg hun willetje te forceren, klinkt echt ongeloofwaardig. En al te vaak worden voorstellen die doelmatigheid nastreven op de lange baan geschoven of geblokkeerd.Betaalbaarheid en toegankelijkheid staan op die manier op de helling. Zo bolt de gezondheidszorg, weliswaar in 2 snelheden, wel naar beneden én voor iedereen. Zonder ingrepen, geraken we niet uit die neerwaartse spiraal. Nieuwe afspraken, eerlijk overlegCorrecte verloning én bescherming van de patiënt gaan hand in hand. Dat is waarom ziekenfondsen en artsensyndicaten in ons Belgische overlegmodel met elkaar onderhandelen. Die onderhandelingen worden lastig  wanneer een deel van de onderhandelaars een onrealistische lezing heeft van het doel. De artsensyndicaten hebben een verdienmodel met onbeperkte subsidies en vrijheden voor ogen. De ziekenfondsen willen patiënten beschermen, artsensyndicaten hun macht en  portemonnee. Deze staking is dan ook een staking tegen de patiënt.Als de artsensyndicaten hun verantwoordelijkheid nemen dan kunnen we het overlegmodel behouden. Maar dan moet het vanuit artsenzijde transparanter, grondiger en vooral eerlijker. Zo moeten bijvoorbeeld ook verlagingen van honoraria of tarieven bespreekbaar zijn, als de medische praktijk daartoe aanleiding geeft. Dat gebeurt nu nauwelijks.Op basis van objectieve gegevens over reële kosten en meerwaarde spreken, wordt bemoeilijkt. We stellen vast dat nieuwe technologie, de zorg niet per se beter maakt, maar wel altijd duurder. Groepsaankopen blijven onderbenut en objectieve prijsafspraken blijken in de praktijk soms lastig.In plaats van te staken, staken ze beter het verzet!De hervorming waartegen sommige artsen staken, is geen alleenstaand project. Ze bouwt voort op de herziening van de nomenclatuur en hervorming van de ziekenhuisfinanciering die tijdens de vorige legislatuur al waren opgestart. Ze brengt middelen waar ze het hardst nodig zijn: bij ondergefinancierde  behandelingen, onder meer bij vroedvrouwen, kinesisten en tandzorgen, maar zorgt ook voor een herverdeling binnen beroepsgroepen, én tussen ziekenhuizen en zorgverstrekkers.Een noodzakelijke reshuffle dus, waardoor uiteindelijk de meerderheid van de zorgverstrekkers tegen betere voorwaarden kan werken door een correcte herverdeling. Vraag dat maar aan de kinderartsen, geriaters, … Meer tariefzekerheid, betere stimulansen om akkoorden te sluiten en een duidelijker onderscheid tussen geconventioneerde en niet-geconventioneerde zorg. Dat alles komt uiteindelijk iedereen ten goede. Als het merendeel van de artsen erop vooruitgaat en patiënten beter beschermd worden tegen verrassende en te hoge facturen, zou het dan niet beter zijn om het verzet te staken, in plaats van te staken tegen de hervormingsvoorstellen?Paul CallewaertAlgemeen secretaris Solidaris