Persberichten

11-10-2024

Persberichten
’We moeten gender bias in het zorgsysteem serieus nemen’

Dat zegt minister Frank Vandenbroucke tijdens symposium Solidaris en Rebelle Brussel, 11 oktober 2024 - We hebben nood aan een zorgsysteem dat oog heeft voor sekse- en genderverschillen. Dat is het besluit van een druk bijgewoond symposium over gendersensitieve zorg. Organisatoren waren Solidaris en Rebelle. Ook federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke en het Vlaams regeerakkoord erkennen dat er een inhaalbeweging nodig is.  De cijfers liegen er niet om: vrouwen lopen 33% meer risico om door medicatiebijwerkingen in het ziekenhuis te belanden en hebben twee keer zoveel kans om te overlijden aan een hartaanval in vergelijking met mannen. Toch blijft de gezondheidszorg grotendeels gebaseerd op een mannelijke norm, met verstrekkende gevolgen. Dit gebrek aan genderspecifieke zorg kwam uitgebreid aan bod tijdens het symposium.   Daarom brachten Solidaris en Rebelle 125 experts uit de zorg, wetenschap en beleidswereld samen voor een symposium over gendersensitieve zorg. Ze bespraken er hoe de genderongelijkheid in de zorg kan worden aangepakt.   De weg naar een gendersensitieve gezondheidszorg  Zo riep Laura Van Den Borre van Sciensano op tot een inhaalbeweging voor onderzoek naar vrouwspecifieke problemen. Dr. Loes Visser (PhD) vroeg aandacht voor de sekseverschillen bij de neveneffecten van geneesmiddelen. Terwijl dr. Berlinde von Kemp (MD) een vurig pleidooi hield voor een betere vertegenwoordiging van vrouwen in studies: “We zien nog altijd een ondervertegenwoordiging van vrouwen in wetenschappelijke onderzoeken, vooral op het gebied van hart- en vaatziekten. Nochtans is het onze taak als zorggemeenschap om onze patiënten een gezondheidszorg te bieden waarin we mannen en vrouwen een gelijkwaardige zorg verlenen. Dat zal niet eenvoudig zijn.”  In het ⁠panelgesprek, dat werd ingeleid door Dr. Sarah Ahannach werd dieper ingegaan op wat er gedaan kan worden om de geneeskunde in de toekomst wél gendersensitief en inclusief te maken.  Ze zegt: “We willen vrouwen de tools geven om hun eigen gezondheid in handen te nemen.” De rol van zorgverleners blijkt cruciaal. Van de paneldiscussie onthouden we dan ook dat de patiënt steeds betrokken dient te worden bij behandelingen en diagnose. Dat start vanuit een inclusieve aanpak, waarbij je je bewust bent van je eigen bias en waar transparante communicatie en oog voor de complexiteit van elk individu centraal staan. De kennis van reeds aanwezige studies zou bovendien centraal moeten staan in opleidingen en bijscholingen van zorgverleners.   Een gedeelde verantwoordelijkheid  De nieuwe Vlaamse regering neemt zich in haar regeerverklaring voor om een inhaalbeweging te stimuleren. Minister Frank Vandenbroucke overloopt tijdens het symposium de stappen die reeds werden genomen en wat de aandachtspunten zijn: “Of het nu gaat over menopauze, endometriose, ondersteuning van zwangere vrouwen of eetstoornissen, ik denk dat we (met het beleid) stappen aan het zetten zijn. Dat is maar het begin van het verhaal. "We moeten gender bias in het zorgsysteem au serieux nemen".  Voor Bart Demyttenaere, directeur van de studiedienst bij Solidaris, is dat de juiste richting. “We hebben een zorgsysteem nodig dat rekening houdt met sekse- en genderverschillen”, zegt hij. “Iedereen heeft recht op passende medische zorg en vooral op vergelijkbare gezondheidsuitkomsten.”  Zorgverleners, beleidsmakers en onderzoekers hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om van genderspecifieke zorg een prioriteit te maken. "Dit symposium is geen eindpunt, maar net een startschot," aldus Lien Willaert, stafmedewerker bij Rebelle. “We proberen het thema van gendersensitieve gezondheidszorg mee op de politieke agenda te zetten. Dat kunnen we niet alleen. Daarom willen we graag een interdisciplinair samenwerkingsverband oprichten. Samen met zorgprofessionals, experten op vlak van medisch onderwijs en beleidsmakers willen we een strategie uitwerken om van gendersensitieve gezondheidszorg in België een feit te maken. Wie hier wil aan bijdragen, kan met ons contact opnemen.”  Perscontact  Sarah Tertyschnikow | Rebelle vzw G 0484 42 23 69 | E sarah.tertyschnikow@rebelle-vzw.be  Tamara Vanparys | Rebelle vzw G 0478 50 48 23 | E tamara.vanparys@rebelle-vzw.be  Katrien De Weirdt | Woordvoerder Solidaris Roeland Byl | Stafmedewerker Pers T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be 

07-10-2024

Persberichten
Verzekeringscomité doet budgetvoorstel 2025:

'216 miljoen euro besparingsmaatregelen, maar patiënt en zorgverstrekker blijven beschermd Intermutualistisch persbericht Brussel, 7 oktober 2024 – Het Verzekeringscomité van het RIZIV, met vertegenwoordigers van ziekenfondsen, zorgverstrekkers en zorgvoorzieningen, kwam vandaag tot een begrotingsvoorstel gezondheidszorg voor 2025. Een moeilijke opdracht, gezien er 216 miljoen euro bespaard moet worden. “We kunnen met dit voorstel de bescherming van de patiënt vrijwaren. Onze gezondheidszorg mag niet aan toegankelijkheid inboeten,” zegt Luc Van Gorp, voorzitter van het Nationaal Intermutualistisch College (NIC). De besparingsmaatregelen gaan van kracht vanaf 1 januari 2025. “Het is de bedoeling dat we met deze maatregelen ook toekomstige overschrijdingen kunnen vermijden. De kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg blijven onze prioriteit, samen met het bevorderen van de gezondheid van elke burger, het welzijn van de zorgmedewerker, het optimaliseren van de zorg en het verminderen van onnodige kosten. We gaan énkel besparen waar we budget op een betere manier kunnen inzetten. Dat is de enige manier om de patiënten en de zorgverstrekkers te sparen,” aldus Van Gorp. Het Verzekeringscomité betreurt dat de huidige Europese budgettaire context geen enkele marge laat voor investeringen in sectoren waar de noden zeer hoog zijn, zoals de vroedvrouwen en de ziekenhuizen. Het Verzekeringscomité analyseerde en evalueerde de gezondheidszorguitgaven grondig. Hieruit worden de nodige lessen getrokken en bepaalde uitgaven een halt toegeroepen, met oog op de toekomst van het gezondheidszorgsysteem.Het is de bedoeling deze benadering, die vertrekt vanuit een constante verbetering van de zorg, ook voor de begrotingsprocedure van 2026 en volgende jaren te hanteren. Daarom pleit het Verzekeringscomité voor een goede coördinatie van het overleg tussen alle bevoegde organen rondom dit doel. Het is noodzakelijk dat alle stakeholders samenwerken en kennis opbouwen om de juiste beslissingen te nemen. De belangrijkste voorgestelde besparingen: • In de geneesmiddelensector zal er op drie manieren bespaard worden, voor een totaal van 113 miljoen euro. De prijs van weesgeneesmiddelen waarvoor er geen biosimilair of generiek alternatief is en die al minstens 12 jaar op de markt zijn, maar waarvan het patent wel vervallen is, moet met 20 procent naar beneden gezien het onderzoek al is afgeschreven. Het gaat hier over 9 miljoen euro; De kost van oncologische geneesmiddelen moet voor de ziekteverzekering met 88 miljoen euro omlaag. Dit in combinatie met een betere beheersing van deze gezondheidszorguitgaven; Ook het algemene volume van voorgeschreven geneesmiddelen moet dalen. Hierop zal 16 miljoen euro bespaard worden, onder andere door een hernieuwd engagement van artsen om rationeler voor te schrijven. • Op het vlak van artsenhonoraria wordt de vergoeding voor telefonische consultaties tegen 1 januari 2026 herzien met een overgangsperiode vanaf 1 januari 2025. Het huidige systeem op basis van betaling per prestatie, wordt stopgezet. Er komt een nieuwe forfaitaire vergoeding. Videoconsultaties blijven bestaan. Ook de vergoeding voor een aantal specifieke ingrepen zoals cerebrale angiografie wordt herzien.• Op implantaten wordt 10 miljoen euro bespaard.• In de tandzorg wordt 20 miljoen euro bespaard door een integratie van de DPSI-test (Dutch Periodontal Scoring Index) in het mondonderzoek en een aangepast tarief wanneer dit buiten het mondonderzoek gebeurt, in functie van de tijd die voor het onderzoek nodig is. “We zijn tevreden dat we met de mutualiteiten ook in moeilijke omstandigheden in het overlegmodel tot dit voorstel zijn gekomen. Het overlegmodel garandeert een toegankelijke en kwalitatieve zorg, vanuit de overtuiging dat gedragen sociaal beleid gezondheid en welzijn voor het grootste aantal mensen oplevert. Ook in uitdagende tijden met grote en complexe problemen loont gedegen overleg,” besluit Van Gorp. Op 21 oktober wordt het budgetvoorstel voorgelegd aan de Algemene Raad, waarin naast de vertegenwoordigers van de ziekenfondsen ook de sociale partners en de regering zetelen. Het NIC vraagt de regering om dit voorstel te volgen, gezien het een robuust en evenwichtig antwoord biedt op de huidige budgettaire context. Wat de toekomst betreft, dringt het NIC erop aan de projecties van de gezondheidszorguitgaven van het Planbureau (Promes-model) als referentie te gebruiken. De regering wordt gevraagd voldoende te investeren in de verplichte ziekteverzekering, om de kwaliteit van de zorg te behouden en de toegankelijkheid te verzekeren en om tegemoet te komen aan nieuwe behoeften in heel wat sectoren. De gezamenlijke vertegenwoordigers van de ziekenfondsen Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, Solidaris, Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, Landsbond van Liberale Mutualiteiten, Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail.

30-09-2024

Persberichten
Solidaris tevreden over miljardeninvestering in Welzijn en Zorg

Het socialistisch ziekenfonds Solidaris is tevreden over de miljardeninvestering in Welzijn en Zorg. “Vlaanderen werd stilaan een regio van wachten. Wachten op kinderopvang. Wachten op een woonzorgcentrum. Wachten op een persoonsvolgend budget. Wachten op jeugdzorg. We zijn ervan overtuigd dat de nieuwe Vlaamse regering met de extra investeringen en met hervormingen dit frustrerende wachtverhaal zal kunnen keren in een hoopvol zorg- en welzijnsverhaal”, stelt algemeen secretaris Paul Callewaert. De nieuwe Vlaamse regering investeert bijna 1 miljard extra in Welzijn en Zorg. In zorg voor kwetsbare jongeren. In zorg voor personen met een handicap. In extra en betere plaatsen in de kinderopvang. In geestelijke gezondheidszorg, in gezinszorg… Voor Solidaris is het een evidentie dat extra investeringen een conditio sine qua non zijn voor het warm en welvarend beleid dat de nieuwe Vlaamse regering ambieert. Vandaag stellen we al te vaak vast dat Vlamingen met een handicap niet de benodigde middelen krijgen voor goede zorg; dat kwetsbare personen met zorgnoden moeten wachten op hulp of dat jonge ouders geen plek in de kinderopvang vinden. Het ziekenfonds hoopt dat met de extra investeringen een trendbreuk is ingezet. "We zijn tevreden dat de nieuwe Vlaamse regering niet enkel naar de portemonnee maar ook naar de Vlaming die zorg nodig heeft, kijkt", beklemtoont algemeen secretaris Paul Callewaert. Het ziekenfonds schuift 3 prioriteiten naar voor waar ze het beleid aan zal toetsen.1) De vermindering van de wachtlijsten2) De verbetering van de betaalbaarheid van zorg en welzijn3) Het voorzien in betere arbeidsvoorwaarden voor het zorgpersoneel Solidaris zal constructief meewerken aan de hervormingen die nodig zijn om dit te bereiken. “Een samenleving die niet samen investeert in mensen die het nodig hebben, is een samenleving die achteruit gaat. Maar ook een samenleving die niet samen hervormt, is een samenleving die achteruit gaat", stelt Callewaert. Het ziekenfonds vindt het onder meer belangrijk dat de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap herbekeken wordt zodat de zorg die nodig is betaalbaar is. Het ziekenfonds is vragende partij om de organisatie van de gezinszorg te herzien zodat de verzorgenden hun tijd maximaal in de zorg voor hun cliënten kunnen stoppen en minder tijd in verplaatsingen moeten steken. Solidaris stelt voorts dat de zorgbehoefte centraal moet staan, en dat samengewerkt moet worden tussen de verschillende zorg- en welzijnsactoren over de sectoren heen. Het ziekenfonds vindt het ten slotte essentieel dat samen met de federale regering verder gewerkt wordt aan geïntegreerde zorg, zoals voor mensen met mentale problemen, met eetstoornissen, met dementie of met obesitas. Solidaris gaat in op de uitgestoken hand van de Vlaamse regering om samen te zorgen dat langdurig zieken waar mogelijk terug aan de slag kunnen in een aangepaste job of via een gerichte opleiding. Callewaert: “We zien dat steeds meer mensen langdurig ziek worden en hun job niet meer kunnen uitoefenen. Dat is een maatschappelijk probleem dat hervormingen op meerdere fronten vereist, onder meer door werkbaar werk te voorzien maar ook door goede begeleiding naar progressieve werkhervatting, een aangepaste job of een nieuwe opleiding. Als ziekenfonds hebben we hier met onze adviserend artsen en met onze terug-naar-werkcoördinatoren een belangrijke rol te spelen. We zullen hier de komende jaren versterkt op inzetten. De overheid vindt in ons ook een medestander om een datagericht beleid uit te werken met het oog op administratieve vereenvoudiging en geïntegreerde zorg.” Het ziekenfonds is tevreden dat de regering de rol van het middenveld erkent. “Het doet plezier te lezen dat middenveldorganisaties een fundamentele schakel in onze gemeenschap zijn en dat ze ruimte moeten krijgen om zelf hun pad te bepalen”, stelt Paul Callewaert. “We beseffen dat dit vertrouwen gepaard gaat met verantwoordelijkheid, en nemen deze handschoen graag op.” Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedeweker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

25-06-2024

Persberichten
Meest geschikte ADHD-behandeling niet altijd terugbetaald

Terugbetalingskader ADHD is aan modernisering toe De helft van de psychiaters zegt vaak de meest geschikte ADHD-behandeling niet te kunnen voorschrijven. Dat blijkt uit een bevraging die Solidaris en Centrum ZitStil bij de Vlaamse kinderpsychiaters en pediaters heeft afgenomen. Ze zeggen voorts dat de bredere terugbetaling van geneesmiddelen nodig is en vragen terugbetaling voor niet-medicamenteuze behandelingen. Daarom pleit Solidaris voor de uitbouw van een ADHD-zorgtraject. Psychiaters die ADHD behandelen, vinden het bestaande terugbetalingskader voor ADHD te star. Dat valt te besluiten uit een bevraging die we in samenwerking met Centrum ZitStil, het kennis- en expertisecentrum ADHD, hebben gedaan. We stuurden de bevraging vanuit het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van artsen-specialisten (VBS) naar 555 psychiaters. Met108 volledig ingevulde vragenlijsten, was de responsgraad goed. Terugbetalingskader te star De meerderheid van de psychiaters in de bevraging geeft aan dat ze in de huidige terugbetalingsregeling niet de meest geschikte ADHD-medicatie kunnen voorschrijven. Bijna 1 op de 2 zegt vaak tot heel vaak in die situatie te zitten. Er zijn diverse vormen van ADHD. Een behandeling die voor iedereen werkt, bestaat niet. De bekendste remedie is methylfenidaat, in de volksmond beter bekend als rilatine. Daarvan zijn kortwerkende en langwerkende varianten beschikbaar. Bijna 1 op de 2 van de bevraagde psychiaters geeft aan vaak (28%) tot heel vaak (16%) twee verschillende vormen van methylfenidaat met elkaar te combineren. In die situatie is er slechts terugbetaling voor een van beide. Heel wat artsen benadrukken in de bevraging dat één vorm van methylfenidaat niet volstaat. Een minderheid vult de behandeling met methylfenidaat aan door een ander type ADHD-medicatie voor te schrijven. Dat gebeurt met guanfacine (11%), atomoxetine (15%) of lisdexamfetamine (19%). Betaalbaarheid kan beter De meerderheid (79%) van de bevraagde artsen zegt bovendien dat de kostprijs van een behandeling vaak tot heel vaak een impact heeft op de keuze van de ADHD-medicatie. Zo geeft de helft van hen aan dat een therapie met niet-terugbetaalde ADHD-medicatie vaak (38%) tot heel vaak (15%) niet opgestart wordt, of gestopt wordt om financiële redenen. Wie ouder is dan 18 jaar krijgt ADHD-medicatie niet terugbetaald. En dat is volgens de bevraagde artsen een tekortkoming van het terugbetalingsbeleid, omdat in meer dan de helft van de gevallen ADHD ook doorwerkt op jongvolwassen leeftijd. Bijna alle bevraagde artsen (94%) vinden daarom dat terugbetaling van methylfenidaat voor mensen met ADHD die ouder zijn dan 18 jaar nodig is. Onlogisch is voorts dat momenteel het goedkoopste methylfenidaat op de markt, Medikinet, in ons land niet wordt terugbetaald. Medikinet is bovendien niet enkel het goedkoopste methylfenidaat, het is ook verkrijgbaar in meer verschillende doseringen. Niet-medicamenteuze behandelingen Niet-medicamenteuze behandelingen zijn meestal duur en eerder schaars. Er is bovendien geen duidelijk terugbetalingskader. De meerderheid van de psychiaters denkt dat ze wellicht minder geneesmiddelen zouden voorschrijven als niet-medicamenteuze therapieën terugbetaald zouden worden. Toch schrijven ze nu al niet-medicamenteuze therapieën voor. Het vaakst gaat het om psycho-educatie over ADHD zelf (90%). Ook psycho-educatie over de medicatie (72%), oudertraining (67%), vaardigheidstrainingen (63%), psycho-educatie op school (58%) en cognitieve gedragstherapie (48%) worden vaak voorgeschreven. Nood aan ADHD-zorgtraject Solidaris pleit voor een gestructureerd zorgtraject voor ADHD. Een brede en multidisciplinaire aanpak zou toelaten om de zorg voor mensen met ADHD te verbeteren. Om tot een geïntegreerde aanpak te komen, houdt zo’n ADHD-zorgtraject best rekening met een aantal aanbevelingen: Voorzie in een multidisciplinaire ‘terugbetalingskorf’ voor de behandeling van ADHD. Zowel diverse soorten ADHD-medicatie als niet-medicamenteuze behandelingen komen daarbij voor terugbetaling in aanmerking. Vergoed ook de diagnostische testen die noodzakelijk en evidence-based zijn. Op die manier krijgt elke patiënt met ADHD een behandeling op maat. Het spreekt voor zich dat er in die terugbetalingskorf vergoeding voor de behandeling van alle vormen van ADHD moet zijn. Vergroot het aanbod van kinderpsychiaters en psychologen met ADHD-expertise in de eerstelijnspsychologische zorg. Dat maakt tijdige diagnoses en het opstarten van therapie binnen een redelijke termijn mogelijk. Stimuleer en ondersteun bijkomend onderzoek naar het gebruik van ADHD-medicatie buiten de huidige leeftijdsgrenzen. Nu zijn dat 6 jaar als ondergrens en 18 jaar als bovengrens. Er moet ook werk worden gemaakt van transitiezorg: meer dan de helft van de mensen met ADHD heeft nog klachten als jongvolwassene. Anderen worden pas op volwassen leeftijd met ADHD gediagnosticeerd. Ga in gesprek met bepaalde farmaceutische bedrijven over het indienen van een terugbetalingsaanvraag. Op die manier wordt een efficiënte behandeling mogelijk. Zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris: “We zijn overtuigd dat een ADHD-zorgtraject voor een betere behandeling en een geoptimaliseerd gebruik van ADHD-medicatie kan zorgen. Nu wordt het voorschrift soms afgestemd op het budget, niet op de noden van de patiënt. Kinderen die nu terugbetaalde ADHD-medicatie nemen, zouden dan een betere toegang tot niet-medicamenteuze behandelingen krijgen. En voor wie nu al ADHD-medicatie neemt zonder terugbetaling, zal zo'n zorgtraject een betere vergoeding maar ook een betere opvolging betekenen.” Extra's • Lees de volledige studie als PDF De rondvraag van Solidaris en ZitStil • Op 28 november 2023 verstuurd vanuit het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Artsen-Specialisten (VBS) naar 555 psychiaters, neurologen en pediaters.• Op 4 januari 2024 werd de bevraging afgesloten.• 108 artsen vulden de bevraging in, wat overeenkomt met een responsgraad van 20% Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

07-06-2024

Persberichten
Onze leden betalen bijna 60% minder ereloonsupplementen voor zware medische beeldvorming

In december 2023 betaalden onze leden 60% minder aan supplementen voor CT-scan en NMRI’s dan het jaar voordien. In de eerste 2 maanden van dit jaar zien we een vergelijkbare daling. Het ingevoerde verbod op ereloonsupplementen heeft duidelijk een positieve impact voor de patiënten.Sinds 4 december 2023 is tijdens de kantooruren een verbod op ereloonsupplementen voor zware medische beeldvorming van kracht. Dat verbod kwam er omdat radiologen en ziekenhuizen al te vaak hoge supplementen aanrekenden voor ambulante patiënten die een CT-scan of NMRI lieten maken.Volgens de nieuwe regeling mogen radiologen aan patiënten die niet in het ziekenhuis verblijven, deze ereloonsupplementen niet langer zomaar aanrekenen. Het verbod geldt tijdens de kantooruren en bij dringende medische gevallen. Buiten de kantooruren, in het weekend of op een feestdag, en als de patiënt er een schriftelijke toestemming voor geeft nadat hij er zelf uitdrukkelijk om heeft gevraagd, mogen ereloonsupplementen nog wel.Daling aangerekende supplementenOp basis van de facturatiegegevens van onze leden in Belgische ziekenhuizen lijkt de nieuwe regeling in december 2023 een positieve kentering te veroorzaken.We zien in december 2023 het totale bedrag voor ereloonsupplementen medische beeldvorming meer dan halveren vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder.Die sterke afname van de supplementen zet zich nog sterker door in januari 2024. Daar zien we een vergelijkbare daling van de supplementen die onze leden betalen voor zware medische beeldvorming.We vergeleken de daling bovendien met de facturatiegegevens van de laatste 3 maanden van 2022. We stellen vast:Het bedrag dat onze leden voor supplementen zware medische beeldvorming werd aangerekend, schommelde in de laatste 3 maanden van 2022 tussen 402 000 euro en 442 000 euro. In december 2023 zakt dat naar naar 188.989 euro. Dat is een daling van bijna 60%. De terugbetalingsbedragen en het persoonlijke aandeel van de patiënt, het zogenaamde remgeld, blijven wel relatief stabielHet aantal prestaties zware medische beeldvorming waarvoor een supplement werd aangerekend daalt zelfs met 70%. Dat gaat van ongeveer 19 000 naar ongeveer 6000 prestatiesWe zien ook dat de daling van aangerekende supplementen zich voornamelijk tijdens de week manifesteert. Dat komt overeen met de verwachtingen. In het weekend en op feestdagen geldt het supplementenverbod namelijk niet.Solidaris blijft waakzaamNog steeds krijgen we bij Solidaris verhalen en klachten binnen van mensen die vragen hebben bij de aangerekende supplementen of die zorg moeten uitstellen vanwege ereloonsupplementen.Zegt algemeen secretaris Paul Callewaert: “Deze cijfers tonen aan dat het supplementenverbod werkt in het voordeel van de patiënt. Maar we weten dat er toch nog ziekenhuizen zijn die het verbod niet goed toepassen. We roepen onze leden ook op om bij twijfel hun facturen te laten nakijken door Solidaris. Indien nodig vragen we aan het ziekenhuis om de gevraagde supplementen te laten vallen.”“Het is belangrijk deze evolutie de komende maanden verder op te volgen. Als belangenbehartiger wil Solidaris nauwgezet nakijken of radiologen en ziekenhuizen de regels niet omzeilen.”Lees het volledige persbericht als PDFPerscontactKatrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be Extra InfoLees meer over deze nieuwe regelgeving op onze website:Supplementen beperkt bij MRI- en CT-scans  | solidaris-vlaanderen.beOnze tips om supplementen bij scans en MRI’s te vermijdenVraag aan de arts die het onderzoek voorschrijft om de periode waarbinnen het onderzoek moet plaatsvinden op het voorschrift te vermelden.Teken alleen een document als je zelf vroeg om de voorgestelde datum aan te passen. Teken niet als jij wil dat het ziekenhuis de datum op het voorschrift respecteert.Als je een afwijking vraagt van het aangeboden tijdstip, vraag altijd hoeveel het je gaat kosten. Het ziekenhuis moet jou een concrete inschatting geven in euro’s.Vraag een betalingsbewijs en hou dit goed bij.

28-05-2024

Persberichten
Ouders die pas een kind kregen, gebruiken vaker antidepressiva

Niet alleen vrouwen maar ook mannen hebben last van postnatale depressieOuderschap maakt mentaal kwetsbaar. Dat valt af te leiden uit het gebruik van antidepressiva bij prille moeders en vaders. Zij nemen vaker een antidepressivum dan de gemiddelde bevolking.Tussen de 10 en 20 % van de vrouwen krijgt naar schatting te maken met een postnatale depressie. Deze vorm van depressie begint meestal binnen de 6 weken na de bevalling. Minder bekend is dat postnatale depressie ook bij mannen voorkomt. Ongeveer 9 % van prille vaders heeft er last van.Hoewel het soms gemakshalve wordt afgedaan als baby blues, blijkt het fenomeen van postnatale depressie of post-partumdepressie niet zonder gevolgen. Zo is al gebleken dat er wel degelijk een impact op de ontwikkeling van het kind is. Die kinderen hebben in hun latere leven bijvoorbeeld vaker zelf depressieve klachten.Zwangerschap doet gebruik antidepressiva dalenIn een data-analyse bij onze eigen leden keken we naar het gebruik van antidepressiva bij prille moeders en vaders. We vergeleken dit met hun gebruik van antidepressiva in de jaren voor de zwangerschap en de jaren erna.Grafiek 1: Een roze wolk met een scherp randjePercentage leden van Solidaris dat antidepressiva neemt. Voor en na bevallingDaarbij tekent er zich tijdens de zwangerschap een een flinke daling af. Bij vrouwen valt het aantal Solidaris-leden dat antidepressiva slikt tijdens de zwangerschap terug van 8,7 % naar 3,5 %. Bij mannen is de daling kleiner: van 4,8 % naar 4,2 %.De terugval bij vrouwen is allicht voor een groot stuk te wijten aan de mogelijke schadelijke effecten die het nemen van antidepressiva op de ontwikkeling van de foetus kan hebben. Van geen enkel antidepressivum is bewezen dat het veilig kan worden toegediend in het eerste trimester van de zwangerschap. Daarom worden veel behandelingen met antidepressiva onderbroken.De lichte daling bij mannen laat veronderstellen dat er ook andere factoren spelen. We zien in de wetenschappelijke literatuur over postnatale depressie een daling terugkeren in andere landen. Mogelijks heeft het verwachten van een kind een positief effect op mentale gezondheid. Bevalling leidt tot meer antidepressiva 70 % van de prille ouders die in de 3 jaar voor de zwangerschap antidepressiva nam, blijkt een jaar na de bevalling nog steeds zonder antidepressiva te kunnen. Omdat we niet exact weten wanneer die groep zijn depressie overwon, mogelijks staat dat los van de zwangerschap, laten we hen buiten beschouwing. Oorzaak en gevolg verdienen nader onderzoek.Om een zuiver zicht op postnatale depressies te krijgen, focussen we in onze data-analyse op de nieuwe gebruikers en vergelijken hun gebruik van antidepressiva met het algemene gebruik in de bevolking.De resultaten tonen aan dat ouders die in de afgelopen 12 maanden een kind kregen, vaker starten met een antidepressivum dan leden uit de hele bevolking. Dat geldt zowel voor moeders als voor vaders. Een bevalling maakt met andere woorden mentaal kwetsbaarVan de moeders die het afgelopen jaar een kind kregen, blijkt 4,7 % een antidepressivum te slikken. Dat percentage gebruikers ligt hoger dan het gemiddelde in de hele populatie. Dat ligt voor vrouwen tussen 15 en 49 jaar op slechts 2,9 %.Ook prille vaders (15 tot 59 jaar) zijn gevoelig voor een postnatale depressie. In het eerste jaar na de geboorte start 2,7 % van hen met een antidepressivum, terwijl dat percentage voor de hele bevolking in die leeftijdscategorie slechts 2,1 % bedraagt.Niet iedereen loopt evenveel risicoUit de analyse van een bevraging bij onze leden blijkt bovendien dat niet iedereen evenveel risico loopt. De risico’s hangen samen met 4 te onderscheiden factoren:Socio-economische situatieSommige mensen zijn kwetsbaarder door hun socio-economische situatie of de socio-demografische groep waartoe ze behoren.Beschikbare hulp.Alleenstaande moeders en erg jonge ouders hebben een hogere kans op een postnatale depressie. Ze kunnen minder een beroep doen op hun netwerk om een en ander op te vangen. Daarom is de beschikbaarheid van opvangplaatsen cruciaal.Medische zorg.Medische factoren blijken ook van belang. Ouders van een kind dat geboren werd via een keizersnede of ouders van een kind dat kampt met gezondheidsproblemen in het eerste levensjaar, zijn gevoeliger voor een postnatale depressie.Traumatische ervaringen.Ook bepaalde levenservaringen zoals bijvoorbeeld partnergeweld, verhogen het risico.We stellen bovendien vast dat de risicofactoren voor mannen en vrouwen niet altijd in dezelfde mate een rol spelen. Zo zijn vooral vrouwen depressiegevoeliger door oplopende medische kosten van hun baby. Bij mannen is dat geen substantiële factor, terwijl bij hen een recht op verhoogde tegemoetkoming vaker lijkt samen te hangen met postnatale depressie dan bij vrouwen.AanbevelingenWe stellen vast dat sommige risicofactoren voor het krijgen van een postnatale depressie te vermijden zijn. Zo kan er gezorgd worden voor voldoende opvangplaatsen voor jonge kinderen.Andere zullen altijd blijven bestaan, zoals kinderen die ter wereld komen in slechte gezondheid of via een keizersnede. Deze ouders moeten we gepast omringen en opvangen, zodat ook zij hun kinderen in de best mogelijke situatie kunnen opvoeden.Als ziekenfonds pleiten wij daarom voor:- Toekomstige ouders beter voorbereiden op het ouderschap. Om te vermijden dat de ‘roze wolk’ in een donkere rand verdwijnt, moeten we hen er bewust van maken dat niet alles perfect moet zijn.- Een algemene uitrol en betere financiering van psychische zorg ingebed in de algemene perinatale zorg voor kwetsbaren. In dit project van geïntegreerde zorg zou een multidisciplinair zorgteam gezinnen die een kind verwachten, kunnen opvolgen in een prenataal zorgpad. In Vlaanderen is er daarvoor het expertisenetwerk ’Perinatale mentale gezondheid‘ en ook ziekenhuizen rollen zorgpaden uit. Deze zorg zou voor álle aanstaande ouders georganiseerd moeten worden; dus ook vaders.- We vragen ook meer aandacht voor toekomstige vaders: 5 tot 10 procent van de toekomstige vaders krijgt te maken met een depressie in de periode rond de geboorte van hun kind. De meeste zorg is momenteel op de moeder gericht. Daarom pleiten we naast een uitbreiding van het moederschapsverlof, ook voor een verlenging van het geboorteverlof (voor de vader of meeouder). Sinds 1 januari is dat al opgetrokken tot 20 dagen. We denken dat een verdubbeling van het aantal dagen, op te nemen tijdens de 15 weken van het moederschapsverlof, zinvol zou zijn.- Voldoende plaatsen voor kinderopvang. Bovendien moeten de voorwaarden of voorrangsregels op de schop. Momenteel hebben ouders die minstens vier vijfde werken of een opleiding volgen, voorrang bij het toekennen van een plaats in de kinderopvang. Alleenstaande ouders die minder dan vier vijfde werken maken dus minder kans op een plaats voor hun jonge kind.Lees het volledige studie als PDFLees de persbericht als PDFPerscontactKatrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

21-05-2024

Persberichten
Europese Verkiezingen 2024:

Europa mag gezondheid, milieu en klimaatniet aan de kant schuiven De Belgische ziekenfondsen trekken aan de alarmbel. Europa blijkt gezondheid, milieu en klimaat niet als prioritaire domeinen te zien voor de komende legislatuur, terwijl dit net thema’s zijn die de burgers wél als relevant beschouwen. Gezondheid, milieu en klimaat aan de kant schuiven is onverantwoord, Europa toonde de afgelopen jaren net dat meer Europese samenwerking in deze domeinen essentieel is. Op 9 juni 2024 trekken we naar de stembus. In dit druk verkiezingsjaar blijven de Europese verkiezingen een beetje onder de radar. Dat is onterecht, daar de impact van het Europees beleid en de Europese regelgeving groot is voor de lidstaten en haar burgers. Goed om daarbij stil te staan naar aanleiding van de Europadag op 9 mei. Nu meer dan ooit. Uit een gelekte versie van het voorstel van Strategische Agenda 2024 – 2029 blijkt dat voor de lidstaten gezondheid, milieu en klimaat niet tot de prioritaire domeinen behoren in de volgende EU-beleidscyclus 2024-2029. De woorden “gezondheid”, “milieu” en “klimaat” komen zelfs niet voor in de tekst. Uit een recente Eurobarometer van het Europees Parlement blijkt dat burgers thema’s als de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting, volksgezondheid en de strijd tegen klimaatverandering bij de 5 belangrijkste prioriteiten van de EU plaatsen. Ontbrekende prioriteiten “De Belgische ziekenfondsen zijn erg geschrokken van wat er in de Europese voorstellen voor de komende jaren staat, of liever gezegd, wat er niet in staat. Gezondheid en een sociaal milieu- en klimaatbeleid moeten bovenaan de Europese agenda blijven tijdens de legislatuur 2024-2029. Doen we dat niet, zijn de gevolgen niet te overzien. Hebben we dan niets geleerd? Als ziekenfonds moeten we de gezondheid van onze leden beschermen,” benadrukt Luc Van Gorp, voorzitter van het Nationaal Intermutualistisch College. Het recent rapport European Climate Risk Assessment is duidelijk: “Als er nu geen beslissende actie wordt ondernomen, kunnen de meeste geïdentificeerde klimaatrisico’s tegen het einde van deze eeuw een kritiek of catastrofaal niveau bereiken.” Dit zal een enorme impact hebben op de volksgezondheid, zeker voor de kwetsbare groepen. Maatregelen om een Rechtvaardige Transitie te realiseren zijn essentieel. Memorandum Omdat Europa zo belangrijk is voor het gezondheids- en gezondheidszorgbeleid, publiceerden de Belgische ziekenfondsen het Memorandum “Streven naar een goede gezondheid en een toegankelijke gezondheidszorg” n.a.v. de Europese verkiezingen. Daarin worden 6 prioriteiten naar voren geschoven: • Preventie: werken aan de gezondheidsdeterminanten • Milieu en gezondheid: tijd voor een Green Deal 2.0 • Een duurzaam, toegankelijk en betaalbaar geneesmiddelenbeleid door een ondersteunende Europese regelgeving • Naar een inclusief en duurzaam digitaal ecosysteem • Effectieve en bindende voorwaarden voor een kader voor de sociale economie. Verbintenis voor de erkenning van de ziekenfondsen in Europa en internationaal • Waardig leven, in goede gezondheid, overal en voor iedereen: voor internationale en mutualistische samenwerking De Belgische ziekenfondsen vragen om bovenstaande prioriteiten mee op te nemen inhet Europese beleid in de legislatuur 2024-2029. De dynamiek van samenwerking die de EU de afgelopen jaren heeft laten zien, moet net versterkt worden. De ziekenfondsen staan klaar om hier mee hun schouder onder te zetten. Op 24 september 2024 organiseren de Belgische ziekenfondsen een event om het toekomstige Europese beleid te bespreken met de nieuw verkozen leden van het Europees Parlement en hun prioriteiten te presenteren. Lees het persbericht in PDF-versie Contactpersonen ziekenfondsen voor meer info – Christelijke Mutualiteiten:o NL: Hannah Wellens, 0471/99.57.08o FR: Marc De Bont, 0473/98.08.75– Solidaris: Joyce Loridan, 0486/41.74.63– Onafhankelijke Ziekenfondsen: Marianne Hiernaux, 0492/91.24.13 Het Nationaal Intermutualistisch College (NIC) is een mutualiteiten-associatie, samengesteld uit vertegenwoordigers van de 5 landsbonden van de ziekenfondsen (Christelijke Mutualiteiten, Socialistische Mutualiteiten, Onafhankelijke Ziekenfondsen, Liberale Mutualiteiten, Neutraal Ziekenfonds), van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en van de Kas voor Geneeskundige Verzorging van HR Rail. In zijn geheel vertegenwoordigt het NIC alle Belgische sociaal verzekerden, ofwel meer dan 11 miljoen mensen.