Persberichten

18-09-2023

Persberichten
Solidaris steunt uitbreiding van de rol van apothekers en verpleegkundigen bij griepvaccinatie

Het Verzekeringscomité heeft zich vandaag positief uitgesproken over het wetsontwerp om financieel te regelen dat apothekers en verpleegkundigen griepvaccins kunnen zetten. Solidaris steunt de uitbreiding naar meer zorgverleners omdat zo overbelasting van de eerstelijnszorg vermeden kan worden. Terwijl vanaf het midden van september 2023 Vlaanderen met nieuwe vaccinaties tegen COVID-19 is gestart, heeft een meerderheid van het Verzekeringscomité positief geadviseerd over het plan van minister Frank Vandenbroucke om meer zorgverleners in de eerste lijn, waaronder apothekers, nauwer te betrekken bij de komende vaccinatiecampagne tegen griep. De covidvaccins werden al toegediend door huisartsen, apothekers en verpleegkundigen in de eerstelijnszorg. Nu zullen die ook de klassieke griepvaccins kunnen zetten. Overbelasting eerstelijnssector vermijden Al was het advies niet unaniem, Solidaris juicht toe dat kwetsbare patiënten niet het slachtoffer worden van gebakkelei over wie nu een spuitje mag zetten. Artsensyndicaten BVAS en het Kartel wijzen op mogelijke medische gevolgen. Die zijn echter bijzonder zeldzaam. Bovendien kregen de apothekers een specifieke opleiding. Zelfs een korte opleiding bij het Rode Kruis, kan iemand accuraat doen reageren. Er is een belangrijk argument om ook apothekers en verpleegkundigen te betrekken bij de griepvaccinatie: ze helpen de herfstpiek die eraan zit te komen opvangen. Zoals bekend kampt de eerstelijnszorg met capaciteitsproblemen. Een snelle bereikbaarheid van de huisarts staat vandaag onder druk. Logistieke drempels blijven bij een vaccinatiecampagne best zo laag mogelijk. Uiteindelijk zijn kwetsbare patiënten die niet tijdig gevaccineerd geraken, medisch problematischer dan de zeldzame complicaties die kunnen opduiken door apothekers het griepvaccin te laten zetten. Bovendien vermijden we op deze manier dat patiënten met hoge en dringende medische nood, zelf niet meer terecht kunnen in een wachtkamer die is volgelopen met patiënten die een covid- en/of griepprik komen halen. Solidaris begrijpt wel de bezorgdheid over de kwalitatieve doorstroming van vaccinatiegegevens. “De ziekenfondsen zullen daarom maximale inspanningen leveren om die gegevensdoorstroming te faciliteren”, benadrukt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. Lees hier het volledige persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker pers T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

08-09-2023

Persberichten
Solidaris vraagt debat over Europese geneesmiddelenprijzen

Al 35 000 Belgen steunen model voor rechtvaardige prijszetting Al 35 000 Belgen ondertekenden Solidaris’ petitie voor rechtvaardige geneesmiddelenprijzen. Handtekeningen lopen nog steeds binnen, maar nu al is duidelijk dat er een breed draagvlak is. Wij vragen aan onze politici om het debat over een instrument voor de objectieve prijszetting van geneesmiddelen op de Europese agenda te zetten. Dit jaar verzamelde Solidaris al zo’n 35.000 handtekeningen met een petitie voor rechtvaardige geneesmiddelenprijzen. Die zijn ongeveer gelijk verdeeld over Franstaligen en Nederlandstaligen. De petitie loopt nog steeds, maar het succes tot op heden bevestigt dat er een breed draagvlak bestaat voor de invoering van een rechtvaardiger prijszetting van geneesmiddelen. Gebalanceerd prijsmodel Begin dit jaar presenteerde Solidaris een nieuw berekeningsmodel voor rechtvaardige geneesmiddelenprijzen. Dat kwam tot stand in samenwerking met de Association Internationale de la Mutualité (AIM). Het model laat toe een prijs te berekenen die billijk, evenwichtig en rechtvaardig is voor zowel de sociale zekerheid als voor de farmaceutische bedrijven die de geneesmiddelen op de markt brengen. Eventueel vrijgekomen financiële ruimte kan voor andere medische noden worden ingezet. Diverse parameters zijn bepalend voor het model: onderzoeks- en ontwikkelingskosten, de productiekosten maar ook algemene kosten en de uitgaven voor de verkoop en medische informatie. Bovendien worden een basiswinst en een innovatiebonus meegenomen in de prijsbepaling. Succesvolle petitie Nu duidelijk is dat er een breed draagvlak is voor een objectief en evenwichtig prijsmodel, vraagt Solidaris in een brief aan premier Alexander De Croo, minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke en kamervoorzitster Eliane Tillieux om het debat over geneesmiddelenprijzen tijdens het Belgische EU-voorzitterschap in 2024 op gang te trekken en de principes van het AIM-model in onze nationale wetgeving te integreren. Alleen een Europese aanpak biedt voldoende tegengewicht voor de winsthonger die multinationals geneesmiddelenindustrie soms vertonen.   “Overwinsten in de geneesmiddelenindustrie zijn voor ons onrechtvaardig”, zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. “Het is toch logisch dat een sector uit de gezondheidszorg waarvan de kennis en expertise, de infrastructuur en de gigantische afzetmarkt worden gesubsidieerd door de overheid, iets terugdoet voor de gemeenschap die al die centen investeert? Die investering mag renderen voor de aandeelhouders, maar laat ze ook renderen voor de zieken. Wij willen naast winst voor de aandeelhouders, ruimte voor meer gezondheidswinst. Dat signaal geven al 35 000 Belgen. Het is nu aan de politici om hun verantwoordelijkheid te nemen”  Extra Download het volledige persbericht (.pdf) Brief aan eerste minister Alexander De CrooBrief aan minister van Volksgezondheid Frank VandenbrouckeBrief aan kamervoorzitster Eliane Tillieux Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster Solidaris Roeland Byl | Stafmedewerker Pers T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be 

13-07-2023

Persberichten
Solidaris vraagt eerlijke discussie over aanpak langdurig zieken

Solidaris staat open voor een eerlijke discussie over de aanpak van langdurig zieken. “Maar dan wel een waarbij de responsabilisering van alle actoren wordt nagestreefd”, reageert Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris op een uitspraak van VBO-topman in De Tijd. “Wat responsabilisering betreft moet Pieter Timmermans niet naar de ziekenfondsen kijken. Wij worden al geresponsabiliseerd. Blijkbaar wil het VBO zijn eigen njet in de schoenen van de ziekenfondsen schuiven.” De maatregelen die de regering-De Croo vorig jaar heeft uitgewerkt om het groeiende aantal langdurig zieken te laten dalen, hebben voorlopig nog niet het gewenste effect. Een echte responsabilisering van de werkgevers laat op zich wachten. De Vivaldi-regering wil bovendien graag voor het zomerreces een fiscale hervorming gestemd krijgen. In die context lanceert minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) een voorstel om werkgevers te laten betalen voor de twee eerste maanden ziekte van hun werknemers. Nu betalen werkgevers slechts één maand bij bedienden en twee weken bij arbeiders, daarna neemt de sociale zekerheid over. Vandenbroucke ziet de maatregel als een hefboom in de aanpak van de langdurig zieken, maar wil tegelijk de werkgevers compenseren door met de opbrengst van de maatregel, geschat op 420 miljoen euro, de patronale bijdragen verlagen. Responsabiliseer iedereen? Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder bij het VBO, reageert afwijzend. In De Tijd roept VBO-voorzitter op om niet enkel werkgevers te responsabiliseren maar ook de ziekenfondsen. Timmermans zegt: “Als de minister de werkgevers financieel wil responsabiliseren, dan moet hij dat ook doen met de werknemers, de ziekenfondsen en de dokters.” Concreet vraagt de VB0-topman dat de minister een deel van de dotatie van de mutualiteiten koppelt aan de resultaten die de ziekenfondsen boeken in hun aanpak van langdurig zieken. Timmermans stelt voor dat de minister een deel van de dotatie inhoudt, en pas uitbetaalt als de ziekenfondsen resultaten boeken. “Ik kijk uit naar de reactie van CM en Solidaris”, aldus de VBO-topman. Ziekenfondsen worden al geresponsabiliseerd Solidaris staat open voor een eerlijke discussie over de aanpak van langdurig zieken. Responsabilisering van alle actoren is daarbij noodzakelijk. “Van ons komt er geen principieel njet”, reageert Paul Callewaert. “Voor de responsabilisering moet mijnheer Timmermans niet naar de ziekenfondsen kijken. Wij worden al sinds jaren geresponsabiliseerd op onze administratiekosten. Veel meer dan men bij het VBO blijkbaar vermoedt.” In de huidige berekeningswijze van de dotatie wordt 25 miljoen euro verdeeld in functie van behaalde resultaten. Daarbovenop worden in het kader van het variabele gedeelte administratiekosten ook miljoenen euro’s afhankelijk gemaakt van de resultaten en tot slot krijgt een ziekenfonds slechts 1/12 vergoed voor een aangeslotene die langdurig ziek is. Dat is een pak minder dan voor een gezond lid, terwijl net die zieke leden meer werk met zich brengen. “Het VBO zou beter in de spiegel kijken in plaats van wie zijn verantwoordelijkheid al neemt met de vinger te wijzen”, zegt Callewaert. “Het voorstel van Vandenbroucke is trouwens niet helemaal nieuw. De regering-Michel kondigde aanvankelijk een vergelijkbare maatregel aan om de werkgevers te responsabiliseren. Alleen verdween dat voorstel snel in de prullenmand.” “Het voorstel dat nu voorligt voorziet in een compensatie voor de werkgevers via een daling van de patronale bijdragen”, zegt Callewaert. “Wat de ziekenfondsen betreft, is de responsabilsiering al een feit. Wij verwachten mijnheer Timmermans bijgevolg aan tafel. Het regeerakkoord vraagt bij de aanpak van arbeidsongeschiktheid de responsabilisering van alle actoren. Ook van de werkgevers. En daarbij is het uiteraard belangrijk dat de effecten van de voorgestelde maatregel in de breedte en diepte volledig in kaart worden gebracht.” Download het volledige persbericht Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster Solidaris Roeland Byl | stafmedewerker pers T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

06-07-2023

Persberichten
Mutualiteiten dringen bij Vlaamse regering aan op indexering van zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden

Brussel, 6 juli 2023 – De Vlaamse mutualiteiten vragen de Vlaamse regering om het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden dringend te indexeren. “Sinds 2009 is het bedrag quasi exact hetzelfde gebleven. Terwijl de levensduurte enorm is toegenomen,” klinkt het bij de mutualiteiten. “Deze maandelijkse premie maakt voor vele zorgbehoevende Vlamingen het inschakelen van (professionele) thuiszorg financieel meer verteerbaar.” Het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden werd in 2001 door de Vlaamse regering in het leven geroepen, toen nog onder de naam ‘zorgverzekering’. Elke Vlaming die kon aantonen mantelzorg of thuishulp nodig te hebben, of in de residentiële zorg verbleef, had recht op deze maandelijkse premie. Die bedroeg in 2003, toen het systeem zoals we het nu kennen in voege trad, 90 euro per maand. In de beginjaren werd de indexatie steeds toegepast, waardoor het bedrag in 2009 130 euro bedroeg. Sindsdien bleef het bedrag quasi hetzelfde, ondanks een stevige stijging van de levensduurte én van de kosten van zorg zoals thuisverpleging, thuishulp etc. Begin dit jaar kwam er een eenmalige verhoging met 5 euro, wat het totaalbedrag op 135 euro bracht. Dat kleine surplus is een welkome eerste stap, maar helaas niet toereikend. “Als we de waarde mee zouden laten evolueren met de inflatie sinds 2009, zou het vandaag om een maandelijks bedrag van 177,70 euro gaan,” zegt Luc Van Gorp, voorzitter van het Vlaams Intermutualistisch College, dat de mutualiteiten verenigt. Vandaag doen 264.836 Vlamingen een beroep op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden. Meer dan twee derde van hen (187.367) zijn mensen die thuis wonen en hulp inschakelen van mantel- en/of thuiszorg. Iets minder dan een derde (77.469) van de aanvragers verblijft in de residentiële zorg (woonzorgcentra en psychiatrische verzorgingstehuizen). Het zorgbudget wordt o.a. gebruikt door ouderen, chronisch zieken met een zware zorgbehoefte, mensen die palliatieve zorg krijgen en mensen die revalideren van een zware behandeling. Bijna 80 procent van de aanvragers is ouder van 65. Van de Vlamingen in de residentiële ouderenzorg die een beroep doen op de premie, is 96 procent ouder dan 65. Van de Vlamingen die de premie inzetten voor mantel- of thuiszorg, is 73 procent ouder dan 65. “Veel mensen steunen op zorgbudget om hulp in te schakelen” We merken dat steeds meer mensen een beroep doen op professionele thuiszorg en/of mantelzorg. Het zorgbudget is een middel om die zorgnoden betaalbaar te houden. In onze sterk vergrijzende samenleving is het bovendien een belangrijke tool om ouderen te ondersteunen om zo lang mogelijk thuis te blijven,” aldus de mutualiteiten. “Daarom vragen we de Vlaamse regering om zo snel mogelijk werk te maken van de indexatie van het zorgbudget.” Perscontact: Clara Vanmuysen, +32 498 23 15 99, clara.vanmuysen@cm.be

30-06-2023

Persberichten
Woonzorgcentra zorgen voor rationeler geneesmiddelengebruik

Anders dan algemeen wordt aangenomen, zorgt een verhuis naar een woonzorgcentrum er juist voor dat senioren minder geneesmiddelen slikken. Dat blijkt uit de update van onze studie uit 2013: de trend naar rationeler geneesmiddelengebruik is nog uitgesprokener dan 10 jaar geleden.Hoewel diverse studies het medicatiegebruik in woonzorgcentra onderzoeken, wordt daarin zelden nagegaan hoe het medicatiegebruik evolueert. Solidaris deed die oefening al een keer in 2013. Tien jaar later was het tijd voor een update: we selecteerden 3747 Solidaris-leden die in het eerste semester van 2021 naar een woonzorgcentrum in Vlaanderen of Wallonië zijn verhuisd en vergeleken de geneesmiddelen die ze 6 maanden voor de verhuis namen, met hun geneesmiddelenverbruik 6 maanden na de opname in het woonzorgcentrum.Minder geneesmiddelenBewoners van woonzorgcentra nemen minder geneesmiddelen dan voor hun verhuis. Het gaat, uitgedrukt in dagdosissen, om een daling van gemiddeld 18 procent. Tien jaar geleden was die trend ook al zichtbaar, maar bleef de daling beperkt tot 2 %.In de studie uit 2013 daalde het gemiddeld aantal dagdosissen van 973 naar 954 per bewoner, terwijl nu per bewoner het globaal medicatiegebruik daalt van gemiddeld 943 dagdosissen tijdens de 6 maanden voor de verhuis naar een woonzorgcentrum tot gemiddeld 772 dagdosissen tijdens de 6 maanden na opname. Dat betekent dat er − in vergelijking met 10 jaar geleden − ook in de thuissituatie een kleine daling (- 3%) van het totaal medicatiegebruik was.Voor de meer uitgesproken daling in woonzorgcentra zijn een aantal mogelijke verklaringen. Zo werd in 2015 de verplichte aflevering per pil in woonzorgcentra ingevoerd. Voorts is er een toegenomen aandacht voor rationeler medicatiegebruik en spelen coördinerende en raadgevende artsen (CRA) meer hun rol.Ook het aantal verschillende soorten geneesmiddelen dat bewoners tegelijk nemen, daalt lichtjes na de verhuis naar een woonzorgcentrum. Tijdens de eerste 6 maanden in het woonzorgcentrum worden aan de bewoners uit de studie gemiddeld 8 verschillende geneesmiddelenklassen voorgeschreven. Voor de verhuis naar het woonzorgcentrum nam diezelfde groep medicatie uit gemiddeld 9 geneesmiddelenklassen. In de studie van 2013 kregen de rusthuisbewoners voor en na hun verhuis uit 8 geneesmiddelenklassen voorgeschreven.Tabel 1: Aflevering van dagdosissen (DDD) volgens geneesmiddelengroep, 6 maanden voor en 6 maanden na verhuis naar een woonzorgcentrum tijdens de eerste helft van 2021 Type medicatie Aantal DDD voor opname Aantal DDD na opname Verschil (absoluut) Verschil (relatief) Ontstekingsremmers 20 514 10 442 -10 072 -49% Antidiabetica 162 403 10 9591 -52 813 -33% Antitrombotica 491 533 366 218 -125 315 -25% Antibiotica 44 909 34 975 -9934 -22% Overige 986 137 770 597 -215 540 -22% Opioïden 59 225 49 272 -9953 -17% Bloeddrukverlagers 942 044 783 912 -158 132 -17% Statines 267 151 233 280 -33 871 -13% Antidepressiva 242 164 223 553 -18 611 -8% Protonpompremmers 277 167 270 081 -7086 -3% Antipsychotica 42 029 45 279 3250 8% TOTAAL 3 535 2772 897 199-638 077-18 %Andere geneesmiddelenIn de woonzorgcentra valt er, net als tien jaar geleden, ook een evolutie in het gebruik van geneesmiddelen te bespeuren. Sommige bewoners stoppen met bepaalde behandelingen, andere behandelingen worden juist opgestart. Zo nemen bewoners van woonzorgcentra duidelijk meer antidepressiva (+8 %) en antipsychotica (+14 %), maar wel minder ontstekingsremmers (-50 %) en minder cholesterolverlagers (-17 %).Van de rusthuisbewoners in de onderzochte groep nemen er 1437 antidepressiva . Drie kwart daarvan kreeg al een behandeling met antidepressiva voor hun verhuis. 339 of 24 % is met antidepressiva gestart in het woonzorgcentrum. Ongeveer de helft (215) van de 427 bewoners die antipsychotica nemen, is daarmee begonnen na hun verhuis naar het woonzorgcentrum.Tegenover tien jaar geleden valt er een positieve evolutie te noteren. Nog steeds beginnen heel wat bewoners met het gebruik van antipsychotica in het woonzorgcentrum, maar de toename is een pak minder fors dan in 2013. Toen steeg het aantal bewoners dat antipsychotica nam, nog met 34 % tegenover 14 % vandaag.Figuur 1: Percentage personen met een stopzetting, opstart en verderzetting van een behandeling en zonder behandeling bij de verhuis naar een woonzorgcentrum (selectie van 10 geneesmiddelengroepen)Het aantal 70-plussers dat een behandeling met bloedverdunners (antitrombotica) krijgt, daalt na de verhuis naar een woonzorgcentrum. Van de 2533 personen die in de zes maanden voor opname in het woonzorgcentrum al minstens 30 dagdosissen namen, zijn er 572 (ofwel 22%) die hun behandeling hebben stopgezet tijdens de eerste 6 maanden van hun verblijf in het woonzorgcentrum. Bij cholesterolverlagende statines bedraagt het aandeel stopzettingen zelfs 27 % (391 van de 1447 leden).Woonzorgcentra geven het voorbeeldUit onze studie blijkt dat de jongste jaren vooruitgang is geboekt in het rationeler voorschrijven van geneesmiddelen in woonzorgcentra. Om die tendens voort te zetten, is blijvende aandacht voor een correct voorschrijfgedrag van medicatie bij ouderen noodzakelijk. Daarbij geven woonzorgcentra het goede voorbeeld.Solidaris ziet daarbij een rol voor apothekers. Dat kan door de aanstelling van een Coördinerende en Adviserende Apotheker (CAA). Die kan dan samen met de Coördinerende en Adviserende Arts (CRA) toezien op de therapietrouw, de contra-indicaties, de mogelijke bijwerkingen, of de wisselwerkingen tussen de verschillende voorgeschreven en voorschriftvrije geneesmiddelenWe geloven voorts in de versterking van de rol van de Coördinerende en Adviserende Arts (CRA) in woonzorgcentra. Solidaris stelt voor dat de CRA op regelmatige tijdstippen een multidisciplinair overleg organiseert over het medicatiegebruik. Daarbij zitten de CRA, de CAA en de verpleegkundigen van het woonzorgcentrum samen met huisartsen uit de eerstelijnszone die patiënten in het woonzorgcentrum hebben.Het woonzorgcentrum mag niet langer worden gestigmatiseerd als een plek voor systematische overconsumptie van geneesmiddelen. Het probleem van de overconsumptie van geneesmiddelen bij ouderen moet het onderwerp zijn van een breed volksgezondheidsbeleid. Ook bij ouderen die nog thuis wonen, spelen problemen met overmatig geneesmiddelenverbruik.De good practices toegepast in de woonzorgcentra zouden senioren daarbuiten kunnen inspireren. Dat leidt tot zuiniger geneesmiddelengebruik. Bijvoorbeeld medicatie op maat, de aflevering per pil en de individuele medicatievoorbereiding zoals die nu al bestaat in de woonzorgcentra, kan worden uitgebreid naar ouderen die nog thuis of in een assistentiewoning wonen. Het zou de verspilling van geneesmiddelen verminderen. Tegelijk krijgen de apotheker en de behandelende arts een beter zicht op het medicatiegebruik van de patiënt Ongepaste medicatie en wisselwerkingen tussen geneesmiddelen kunnen op die manier makkelijker vermeden worden. BijlagenLees de volledige studiePDF van het persberichtPerscontactKatrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

29-06-2023

Persberichten
Reactie Solidaris op wetsvoorstel supplementen scans

Een gedeeltelijk verbod op het gebruik van ereloonsupplementen voor medische beeldvorming is goed nieuws. Iedereen krijgt zo de kans om in zijn eigen regio scans te laten doen zonder daarvoor extra te moeten betalen. Elk ziekenhuis moet binnenkort medische beeldvorming zoals CT-scans en MRI-scans tegen officiële tarieven aanbieden. Een voorstel van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) in die zin is door de regering goedgekeurd. Daarmee zouden eindelijk de ereloonsupplementen voor medische beeldvorming aan banden worden gelegd. Concreet komt er voor scans tijdens de kantooruren een verbod op extra vergoedingen, de zogenaamde ereloonsupplementen. Enkel in het weekend, op feestdagen en op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt zijn supplementen nog toegestaan voor medische beeldvorming. "Solidaris steunt het voorstel. Iedereen krijgt zo de kans om in zijn eigen regio een CT-scan of MRI te laten uitvoeren zonder daar supplementen voor te moeten betalen”, zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. Een Vlaams probleem De ereloonsupplementen voor medische beeldvorming zijn vooral een probleem in Vlaamse ziekenhuizen. Zo zijn er op dit moment in Vlaanderen 27 ziekenhuizen waar geen enkele radioloog tegen de officiële tarieven werkt. "Patiënten worden daar gedwongen om extra's te betalen, zelfs als ze financieel zwakker staan en recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming”, zegt Callewaert. “Het zou toch normaal moeten zijn een patiënt overal tegen officiële tarieven te helpen? Dat was niet overal het geval in Vlaanderen." Bijlagen Lees ook het persbericht van minister Frank Vandenbroucke over supplementen Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster Solidaris Roeland Byl | stafmedewerker Pers T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

15-06-2023

Persberichten
Opnieuw stijging van de ziekenhuiskosten voor de patiënt

Intermutualistisch persbericht De ziekenhuiskosten die de patiënt zelf moet betalen kunnen hoog oplopen en zijn vaak moeilijk te voorspellen, zowel voor ziekenhuisopnames als voor ambulante zorgen. Dat meldt het Intermutualistisch Agentschap (IMA) in het kader van de Ziekenhuisbarometer 2021 en twee studies rond ereloonsupplementen bij ambulante medische beeldvorming en radiotherapie. De financiële impact van ziekenhuiszorg moet voor de patiënt haalbaar en voorspelbaar zijn, ook voor wie geen bijkomende ziektekostenverzekering heeft, om uitstel van zorg te vermijden. De Ziekenhuisbarometer volgt de evolutie op van de aan de patiënten gefactureerde ziekenhuiskosten, om zo de financiële toegankelijkheid van het ziekenhuisverblijf voor de patiënt te evalueren. Voor een klassieke hospitalisatie in een meerpersoonskamer werd in 2021 gemiddeld 304 euro gefactureerd aan de patiënt (+5,3% tegenover 2019). Voor een klassieke ziekenhuisopname in een eenpersoonskamer ligt dat bedrag acht keer hoger, gemiddeld 2.348 euro (+7,2% tegenover 2019). Ook in daghospitalisatie steeg de gemiddelde kost per opname voor de patiënt. De totale kost ten laste van de patiënt (alle dagopnames samen beschouwd) is sterker gestegen (+11,6%) dan het aantal dagopnames (+4,2%). In 2021 waren er ruim 55.000 dagopnames waarbij de factuur voor de patiënt meer dan 1.000 euro bedroeg, wat een sterke stijging is (+19,2%) vergeleken met 2019. In totaal werd in 2021 1,32 miljard euro gefactureerd aan patiënten voor klassieke ziekenhuisverblijven en dagopnames in algemene en universitaire ziekenhuizen. Iets minder dan een derde van dit bedrag (410 miljoen euro) betreft remgeld. Ruim twee derde (911 miljoen euro) zijn bijkomende kosten ten laste van de patiënt, namelijk supplementen of niet-vergoedbare betalingen. Het merendeel (598 miljoen euro) hiervan betreft ereloonsupplementen op artsenhonoraria voor verblijven op eenpersoonskamers. Voor een patiënt is het moeilijk te voorspellen wat zijn eigen aandeel zal zijn. Het bedrag van het ereloonsupplement in euro’s is momenteel niet begrensd. Het maximale percentage ereloonsupplementen bij hospitalisatie varieert van 100% tot 300%, afhankelijk van het ziekenhuis, en geeft geen duidelijk beeld van wat de patiënt kan verwachten of wat de exacte financiële impact is van de kamerkeuze. Het is immers niet duidelijk voor de patiënt op welke artsenhonoraria deze ereloonsupplementen zullen worden aangerekend. Kostenramingen worden niet standaard in alle ziekenhuizen voorzien. Er bestaan ook grote verschillen tussen wat de ziekenhuizen aanrekenen voor de hospitalisatie bij eenzelfde interventie. Zelfs binnen hetzelfde ziekenhuis kunnen de kosten sterk verschillen. Ook bij een opname op een twee- of meerpersoonskamer kan de kost voor de patiënt hoog oplopen, bijvoorbeeld door de kost van implantaten of niet-vergoedbare betalingen. Ereloonsupplementen bij ambulante beeldvorming in ziekenhuizen Ook wanneer er geen opname in het ziekenhuis is, in de zogenaamde ambulante zorg, zijn tariefzekerheid en financiële toegankelijkheid belangrijk. In twee bijkomende studies onderzocht het IMA de ereloonsupplementen die werden aangerekend voor o.a. ambulante MRI-scans, CT-scans en radiotherapie. Dit zijn prestaties die gezien de vereiste apparatuur enkel in ziekenhuizen uitgevoerd kunnen worden. Daar waar bij ziekenhuisopnames de mogelijkheid om ereloonsupplementen te factureren afhangt van de kamerkeuze van de patiënt, is bij ambulante zorg deconventiestatus van de zorgverstrekker bepalend. Ereloonsupplementen zijn enkel mogelijk indien de arts niet geconventioneerd is. Voor ongeveer een vijfde (21%) van de CT-scans en zelfs 44% van de MRI’s wordt een supplement aangerekend. In 2021 werd in totaal 16 miljoen euro aan ereloonsupplementen aangerekend voor MRI-scans en 8,1 miljoen euro voor CT-scans. In meer dan één of vier van de ziekenhuizen zijn er geen volledig geconventioneerde radiologen die CT- en/of MRI-scans uitvoeren. Het merendeel van deze ziekenhuizen situeert zich in Vlaanderen en Brussel. In deze ziekenhuizen is dus geen tariefzekerheid voor de patiënt. De meeste onderzoeken (72%) worden voorgeschreven door een geconventioneerde arts. Bij één op vier onderzoeken die voorgeschreven worden door geconventioneerde artsen worden echter wel ereloonsupplementen aangerekend. Radiotherapie ontsnapt ook niet aan hoge ereloonsupplementen in sommige ziekenhuizen Radiotherapie is een van de pijlers van kankerbehandeling. Deze behandeling dient vanzelfsprekend voor iedereen toegankelijk te zijn. In 2021 betaalden 651 patiënten meer dan 1.000 euro aan ereloonsupplementen voor radiotherapiebehandelingen. Meer dan 95% van deze ereloonsupplementen bij radiotherapie wordt aangerekend door vier Brusselse ziekenhuizen: het Jules BordetInstituut, CHIREC - Delta, de Cliniques Universitaire St Luc en de Europa Ziekenhuizen. In totaal bedroegen de ereloonsupplementen voor radiotherapie bijna 2 miljoen euro. Meer gedetailleerde informatie kan u terugvinden in de rapporten en op de IMA Atlas. Lees het volledige persbericht (.pdf) Intermutualistisch perscontact Clara Vanmuysen0498 23 15 99

14-06-2023

Persberichten
Financiële drempel voor bezoek aan huisarts wordt lager

Betaalt u nog slechts enkele euro’s voor uw bezoek aan de huisarts? Dat is een gevolg van de uitbreiding1 van de zogenaamde derdebetalersregeling. Bij steeds meer huisartsen betaalt u nu enkel het remgeld.Tot vorig jaar was het gebruikelijk dat een patiënt zijn huisarts 27,5 euro betaalde om daarna 23,5 euro van het ziekenfonds terug te krijgen. Voor wie het financieel moeilijker had, was het soms lastig die kosten voor te schieten.Voor die groep, in jargon patiënten met recht op een verhoogde tegemoetkoming (VT), bestaat er sinds 2015 een speciale regeling: de sociale derdebetalersregeling. In dat regime moeten patiënten niet het hele honorarium voorschieten, maar betalen ze enkel een verlaagd remgeld van 1 euro. Via de ziekenfondsen krijgt de huisarts dan de rest van zijn honorarium betaaldSucces vrijwillige derdebetalersregelingSinds vorig jaar merken steeds meer andere patiënten dat ze enkel het remgeld moeten betalen. Dat komt omdat minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) het initiatief nam om de derdebetalersregeling uit te breiden.Was die sinds 2015 al verplicht voor patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming, vanaf januari 2022 kregen artsen de mogelijkheid om de zogenaamde derdebetalersregeling ook te gebruiken voor hun andere patiënten. Het mechanisme bleef gelijk, alleen betalen de gewone patiënten 4 euro remgeld. De huisarts kan zelf kiezen of hij het systeem toepast.Artsen kiezen intussen massaal voor de derdebetalersregeling, zo blijkt uit cijfers van het Nationaal Intermutualistisch College (NIC). In 2022 rekent ruim 8 op de 10 huisartsen zijn patiënt enkel nog het remgeld aan.Ter vergelijking: in 2015 schoot 7 op de 10 patiënten het honorarium nog volledig voor. "Dat is een totale omkering in enkele jaren tijd", zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. "De grote sprong voorwaarts tussen 2021 en 2022 is duidelijk een teken voor het succes van de vrijwillige derdebetalersregeling."Drempelverlagend effectDe uitbreiding van de derdebetalersregeling kwam er om de zorg financieel toegankelijker te maken. Een deel van de middenklasse heeft het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, maar kan geen beroep doen op het gunstregime van de verhoogde tegemoetkoming. Die groep durfde een noodzakelijke doktersvisite al eens uit te stellen.Om te weten of de maatregel ook een drempelverlagend effect heeft gehad, vergeleek de studiedienst van Solidaris de huisartsfactuur2 bij zijn leden in de jaren 2021 en 2022. Het is onmogelijk uit te sluiten dat ook andere factoren meespelen, maar toch zijn een aantal opvallende vaststellingen te doen. De groep leden zonder verhoogde tegemoetkoming die jaarlijks minder dan 50 euro uitgeeft bij de huisarts, telt in 2022 28.000 patiënten minder (-7,1 %) dan een jaar eerder. De groep patiënten die helemaal niet naar de dokter gaat, wordt zelfs 9,1 % kleiner.Het aantal leden zonder verhoogde tegemoetkoming dat tussen 50 en 499 euro uitgeeft, zien we juist stijgen met 3,9 %. Dat gaat om bijna 60.000 extra patiënten. De stijging is beperkt in de groep met een jaarlijkse huisartsfactuur van 50 tot 99 euro (+0,1 %), maar erg duidelijk voor wie elk jaar 100 tot 249 euro (+6 %) dan wel 250 tot 499 euro (+7%) uitgeeft aan huisartsenbezoeken.Zegt Paul Callewaert: “Die cijfers laten veronderstellen dat ook wie net buiten het statuut van verhoogde tegemoetkoming valt, nu minder reden ziet om een bezoek aan de huisarts uit te stellen. De invoering van de facultatieve derdebetalersregeling heeft met andere woorden na één jaar al een impact gehad op de toegankelijkheid van de zorg.”Meer digitaliseringDe keuze van steeds meer huisartsen voor de vrijwillige derdebetalersregeling, hangt ook samen met het streven naar digitalisering en administratieve vereenvoudiging in de ziekteverzekering.Vanaf 2025 wordt de stroom papieren ziektebriefjes afgeschaft en kunnen artsen nog enkel met digitale alternatieven werken. Ze kunnen daarbij kiezen voor een terugbetaling aan de patiënt via het digitaal getuigschrift (eAttest) of voor de digitale derdebetalersregeling (eFact). Bij het eerste moet de patiënt nog steeds de consultatie voorschieten, bij het laatste betaalt hij enkel het remgeld. Nu al is te zien dat huisartsen de voorkeur geven aan het digitale derdebetalerssysteem: in 2022 daalde het aantal artsen dat met eAttest werkt fors, terwijl de groep die kiest voor eFact blijft groeien.Vanuit diverse hoeken komt geregeld de vraag om de derdebetalersregeling te verplichten voor iedereen. Het valt te betwijfelen of die verplichting nog prioritair is nu de facto de derdebetalersregeling de standaard lijkt te worden.Aan het succes van die digitalisering hebben de ziekenfondsen hun steentje bijgedragen. Zij bieden de artsen de zekerheid dat ze binnen 2 tot 3 dagen de rest van hun honorarium krijgen uitbetaald wanneer patiënten enkel nog het remgeld aan de huisarts betalen. In het papieren circuit kon de betalingstermijn wel eens oplopen tot bijna een maand. De papieren verwerking via het postkantoor, met ophaling en manuele input kostte nu eenmaal meer tijd. “De omschakeling die nu merkbaar is, bevestigt dat de ziekenfondsen de digitale omslag hebben gemaakt”, besluit Paul Callewaert.Aan het succes van die digitalisering hebben de ziekenfondsen hun steentje bijgedragen. Zij bieden de artsen de zekerheid dat ze binnen 2 tot 3 dagen de rest van hun honorarium krijgen uitbetaald wanneer patiënten enkel nog het remgeld aan de huisarts betalen. In het papieren circuit kon de betalingstermijn wel eens oplopen tot bijna een maand. De papieren verwerking via het postkantoor, met ophaling en manuele input kostte nu eenmaal meer tijd. “De omschakeling die nu merkbaar is, bevestigt dat de ziekenfondsen de digitale omslag hebben gemaakt”, besluit Paul Callewaert.[1] De uitbreiding is eigenlijk een opheffing van het verbod dat bestond voor de toepassing van de derdebetalersregeling voor bijvoorbeeld consultaties. Voor technische prestaties mochten huisartsen de regeling al wel toepassen.[2] Het honorarium van de huisarts (terugbetaling + remgeld) maar exclusief supplement  Lees het volledige persberichtAchterliggende cijfers derde betaler PerscontactKatrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker Pers SolidarisT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be 

15-05-2023

Persberichten
Solidaris wil rouwverlof voor beide ouders  en vraagt een sterretjesweide in elke gemeente

Van de zwangerschappen die medisch werden vastgesteld eindigt ongeveer 13 % in een zwangerschapsverlies. Dat blijkt uit cijfers van ziekenfonds Solidaris. Een maatschappelijk debat en meer openheid over zwangerschapsverlies zijn noodzakelijk, vindt het ziekenfonds. Solidaris roept op om rouwverlof toe te kennen aan ouders die dit meemaken en vraagt dat elke gemeente een sterretjesweide aanlegt Spreken over een miskraam of zwangerschapsverlies is nog steeds taboe. Nochtans komt het vaker voor dan we denken. Zwangerschapsverlies kan bovendien een grote impact hebben op de vrouw, haar partner en hun omgeving.   De jongste tijd verschenen geregeld getuigenissen in de media. Ook Solidaris ging praten met vrouwen en koppels die met zwangerschapsverlies werden geconfronteerd. “Iedereen bevestigt dat getuigenissen van wie hetzelfde meemaakte, een grote hulp zijn”, zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. “Hoe meer we erover praten, des te sneller het taboe over zwangerschapsverlies doorbroken wordt. Op die manier kan er meer aandacht komen voor rouwverwerking.”   Om die reden heeft het socialistische ziekenfonds een project opgezet voor de vorming van gespecialiseerde zwangerschapsconsulenten. Die medewerkers volgden een opleiding om vrouwen of koppels die met een zwangerschapsverlies worden geconfronteerd, te ondersteunen. Ze helpen bij de administratieve verplichtingen die bij een zwangerschapsverlies komen kijken en zoeken mee naar noodzakelijke hulp en ondersteuning.    Bovendien ontwikkelde Solidaris de website www.erkenmij.be. Daarop staat informatie over rouwverwerking. Op de site zijn voorts getuigenissen te vinden van vrouwen en koppels, net zoals tips om herinneringen aan je ongeboren kindje te bewaren en heel wat administratieve informatie. Leden van het ziekenfonds die een zwangerschapsverlies meemaken, krijgen ook een herinneringsboekje waarin ze herinneringen aan hun overleden kindje kunnen bewaren.  Oproep om rouwverlof toe te kennen aan beide ouders Wie zijn baby na 26 weken zwangerschap verliest, kan momenteel al een beroep doen op een aantal sociale rechten. Zo heb je dan recht op 10 dagen rouwverlof, maar ook op moederschapsrust en het startbedrag van het Groeipakket. Voor zwangerschappen van minder dan 26 weken geldt dat recht op rouwverlof echter niet. In dat geval ben je dus afhankelijk van een ziektebriefje. Nochtans heeft een zwangerschapsverlies ook voor de 26ste week een grote impact, zowel op de vrouw als haar partner. “Op het vlak van de erkenning van zwangerschapsverlies zijn er al symbolische stappen gezet, maar de sociale rechten hinken nog achterop”, zegt Paul Callewaert. “Wij vinden dat aan beide ouders minstens 1 dag rouwverlof moet worden toegekend, ook als je het kindje verliest voor de 26ste week van de zwangerschap. Hierdoor krijgen ouders extra tijd om het verlies te verwerken. In Nieuw-Zeeland krijg je bijvoorbeeld altijd 3 dagen rouwverlof bij een miskraam, ongeacht de duur van de zwangerschap. Door rouwverlof toe te kennen, doorbreken we het taboe en geven we aan dat het oké is om te rouwen voor het verlies van je ongeboren kind.” Sterretjesweide nodig in elke gemeente Rouwrituelen zijn heel belangrijk voor de verwerking van een verlies. “Daarom is dat rouwverlof ook zo belangrijk: je geeft de kans aan ouders om hun kindje te begraven of uit te strooien op een sterretjesweide”, benadrukt Paul Callewaert. Een sterretjesweide of -tuin is een koesterplek waar ouders hun kindje kunnen uitstrooien of begraven. Leuven creëerde in 2009 de eerste Europese sterrenweide Een sterretjesweide of -tuin is helaas slechts terug te vinden in naar schatting 4 op de 10 gemeenten . Solidaris roept gemeenten op om hier snel werk van te maken zodat ouders de kans krijgen om hun overleden kindje te gedenken op een zo’n koesterplek. “Een sterretjesweide in elke gemeente kan helpen om het taboe rond zwangerschapsverlies te doorbreken en de rouwverwerking van ouders te ondersteunen”, zegt Paul Callewaert. Voor interviews contacteer ons. Lees in de bijlagen alvast het getuigenis van Sarah en Nicola Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster Solidaris Roeland Byl | stafmedewerker Solidaris T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be Getuigenis Hoe houden Sarah en Nicola de herinnering aan Norah in leven? Sarah en Nicola zijn in verwachting van hun 2de kindje. Ze zijn daar erg blij mee. De zwangerschap van hun 1ste kindje, Norah, eindigde niet zoals gehoopt. Tijdens de 3de echo in het ziekenhuis kregen ze slecht nieuws. “Ik was op dat moment 23 weken zwanger en we gingen op controle bij onze gynaecoloog. Mijn man Nicola was mee. Tijdens de echo keek de dokter plots raar op. Ze was muisstil en zonder veel te zeggen stond ze recht en ging ze een 2de dokter halen. Deze stelde ons de vraag of er genetische aandoeningen waren in de familie”, vertelt Sarah. “Toch viel onze frank nog niet meteen. Tot de dokter ons vertelde meerdere afwijkingen had waardoor haar levenskwaliteit niet goed zou zijn. Ze had onder meer een open ruggetje, extra tenen en vingers, vocht in de hersenen, een klompvoetje en cystes op de niertjes. We vroegen of er iets mogelijk was, een operatie bijvoorbeeld. Maar dat was niet het geval”, vertelt Nicola. Het koppel moest een erg moeilijke beslissing nemen. Maar een beslissing die voor hun dochter de beste was. “Mijn wereld stortte compleet in”, zegt Sarah. “Ik voelde op dat moment mijn hart breken”, vult Nicola aan. Knuffels, kusjes en verhaaltjes Sarah moest enkele dagen later bevallen van Norah. “Ik was daar eerst heel kwaad over. Ik begreep niet dat ik mijn dochter zo ter wereld moest brengen. We hebben naar andere ziekenhuizen gebeld, maar ook daar vertelden ze dat ik moest bevallen. Omdat we over een bepaalde termijn zaten, 23 weken.” Een chatgesprek met een andere sterrenmama bracht Sarah op andere gedachten. Sterrenmama’s, sterrenpapa’s of sterrenouders verliezen hun kindje tijdens de zwangerschap of in de weken of maanden na de geboorte. “Deze sterrenmama vertelde me hoe belangrijk het voor haar was geweest om haar kindje te zien, vast te houden en er een verhaaltje aan te kunnen vertellen. Ik besefte plots: ik ga mama worden, waarom zou ik mijn kindje dan niet willen zien? Ik ben 180 graden gedraaid. Ik moest Norah kunnen vasthouden, knuffelen, kusjes geven. En haar een verhaaltje kunnen voorlezen.” “Op 16 september 2021 werd Norah geboren. We hebben foto’s gemaakt, haar vastgepakt, iets geschreven en voorgelezen. Er was ook een herdenkingsmoment voor haar in het ziekenhuis. Allemaal belangrijke elementen bij de start van ons verwerkingsproces”, vult Nicola aan. Herinneringen van Norah bewaren, ophalen en delen vinden Sarah en Nicola heel erg belangrijk. “Tijdens de 3de echo, toen we het slechte nieuws kregen, nam ik met mijn smartphone het geluid van haar kloppende hartje op. Ik vond dat zo belangrijk. En op sommige momenten luister ik er nog naar”, vertelt Sarah. Haar kleine handjes en voetjes en hoe klein ze was: dat herinneren Sarah en Nicola zich nog goed. Boven De Wolken (vzw die ouders van doodgeboren baby’s met een gratis fotosessie een tastbare herinnering biedt) maakte foto’s van de kleine Norah. “Deze foto’s zijn van onschatbare waarde. We hebben ook wel foto’s genomen met onze smartphone, maar die zijn toch niet hetzelfde.” “Van in de slaapkamer tot in de living: overal staan foto’s van onze dochter. In huis gaat ze overal met ons mee, maar ook daarbuiten. Zo hebben we allebei een juweel waarin de as van onze dochter zit. Sarah heeft een halsketting, ik heb een armbandje”, gaat Nicola verder. Tastbare herinneringen na zwangerschapsverlies verlichten de pijn Het koppel liet ook tatoeages zetten ter nagedachtenis van hun dochter. Bij mama Sarah staat de naam van hun dochter op haar arm. Samen met een sterretje en de geboortebloem van de maand september.Papa Nicola draagt de voetjes van Norah op zijn binnenarm. De geboortebloem van september staat op zijn been. Ook het koesterbandje liet hij tatoeëren. Sarah draagt het echte armbandje. “Een koesterarmbandje krijg je van het Berrefonds (vzw die ouders ondersteunt bij zwangerschapsverlies) in het ziekenhuis. Het zit in een koesterkoffer met nog meer spulletjes. Denk aan een beertje, armbandjes, een fotoalbum, zaadjes van vergeet-mij-nietjes, gips om een afdruk van haar voetje te maken en de contacten van het fonds. Dat was superbelangrijk voor ons. Zo konden we tastbare herinneringen maken.” “Als we het moeilijk hebben, kijken we ernaar of pakken we die zaken vast. Dan denken we met veel liefde aan onze lieve, kleine Norah. Ook al is ze niet bij ons geweest zoals we wilden, toch zijn we zo trots op haar. Ze is en blijft altijd ons 1ste kindje. Dat verandert nooit.” Achtergrond 1 op de 4 zwangerschappen eindigt in zwangerschapsverlies Zwangerschapsverlies komt helaas vaker voor dan we denken. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 26 % van alle zwangerschappen eindigt in zwangerschapsverlies[1]. Heel wat van deze zwangerschapsverliezen treden op in de eerste weken na de positieve zwangerschapstest, waardoor ze vaak niet worden geregistreerd. Bij zwangerschappen die opgevolgd worden bij een gynaecoloog, eindigt meer dan 1 op de 10 zwangerschappen in het verlies van het kindje. Dat blijkt ook uit cijfers van Solidaris. Van alle zwangerschappen die door middel van een echo bevestigd werden bij een gynaecoloog, bleven er in 2020 in totaal 12,8 % zonder een bevalling. Voorts blijkt uit de cijfers dat het risico op zwangerschapsverlies toeneemt met de leeftijd van de vrouw. leeftijdscategoriegeen bevallingbevallingTotaal% zwangerschapsverlies20-244312667309813.9%25-299007871877110.3%30-34112091111023110.9%35-398234843566614.5%40-445451496204126.7% [1] Dugas C, Slane VH. Miscarriage. 2022 Jun 27. In: StatPearls [Internet]. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; 2022 Jan–. PMID: 30422585.