Persberichten

30-04-2023

Persberichten
Meer zorgverleners en betaalbare geneesmiddelen

Groeiende wachtlijsten, een patiëntenstop en de vruchteloze zoektocht naar een arts of tandarts in de buurt. Vroeger ondenkbaar, vandaag realiteit. Zorgpersoneel wordt almaar schaarser. Daarom pleit Solidaris op de dag van de arbeid voor het opheffen van de numerus clausus in zijn huidige vorm. Voorts blijft de socialistische mutualiteit hameren op betaalbare innovatieve geneesmiddelen. Brussel. Op de dag van de arbeid pleit Solidaris voor meer zorgverleners en blijft het ziekenfonds hameren op betaalbare geneesmiddelen. Het ziekenfonds steunt het voorstel van minister Vandenbroucke om iets te doen aan het tekort aan zorgverleners. Regels uit het verleden zorgen ervoor dat er te weinig huisartsen en tandartsen afstuderen. Solidaris wil daarom de numerus clausus herbekijken. Er is dringend nood aan een hogere instroom van huisartsen. Dat geldt trouwens ook voor sommige specialistische disciplines zoals geriaters, neurologen of psychiaters. De toegankelijkheid van de gezondheidszorg staat onder druk in België. Bijna een op de vier van huisartsen hanteert een patiëntenstop en een tandarts vinden is tegenwoordig ronduit problematisch. Zeker als je op zoek bent naar een geconventioneerde tandarts. De studiedienst van Solidaris onderzocht in welke gemeenten er een schaarste aan huisartsen dreigt. Verrassend genoeg is dat zowel op het platteland als in verstedelijkte gebieden het geval. Met gemiddeld 10,3 huisartsen per 10.000 inwoners is er nauwelijks marge. “Er dreigt op korte termijn een structurele schaarste aan huisartsen over het hele grondgebied”, zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. “Een toenemende zorgvraag als gevolg van de vergrijzing en een stijgend aantal chronisch zieken zorgen voor extra druk. Bovendien vullen artsen in groepspraktijken hun job ook anders in en dreigt de pensioneringsgolf in het vergrijzend huisartsencorps de situatie nog te verergeren.” Numerus clausus op de schop Daarom pleit Solidaris voor het opheffen van de numerus clausus in zijn huidige vorm. Een bredere instroom van studenten geneeskunde en tandheelkunde is nodig. Bovendien moet de selectie van specialisaties in functie van de noden op het terrein gebeuren. Elk beperkend quotum voor huisartsen is momenteel onaanvaardbaar. De toelatingsproef kan behouden blijven, maar naast het testen van academische en wetenschappelijke kennis, moet er aandacht komen voor andere relevante competenties. Wij hebben nood aan sociaal voelende, communicatief sterke en professionele artsen. “Het is toch betreurenswaardig dat we heel wat gemotiveerde jonge mensen de toegang tot het beroep weigeren”, besluit Callewaert. Betaalbare geneesmiddelen In januari presenteerde Solidaris zijn calculator voor betaalbare geneesmiddelen. De berekeningsmodule biedt de mogelijkheid om rechtvaardige en transparante prijzen voor innovatieve geneesmiddelen te berekenen. De Belgische ziekteverzekering besteedt meer dan 5,4 miljard euro per jaar aan geneesmiddelen. Vooral nieuwe medicijnen zijn duur. De vraag is niet of patiënten het recht op zulke dure geneesmiddelen moeten behouden. De vraag is: “Moeten die geneesmiddelen zo duur zijn?”De calculator van Solidaris kan de prijsonderhandelingen met farmabedrijven objectiveren en helpt om de juiste prijs voor innovatieve geneesmiddelen te bepalen. Om dit objectievere referentiekader in de wet te integreren, lanceerde Solidaris in januari een burgerpetitie met als doel het debat over gerechtvaardigde prijzen te openen. Zodra 25.000 handtekeningen zijn verzameld, hoopt Solidaris een wetsvoorstel op de agenda van de kamer te krijgen. Lees het volledige persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

30-03-2023

Persberichten
20 jaar Intermutualistisch Agentschap

Intermutualistisch persbericht “Look back, (re)connect, (get) inspire(d)” Op 24 december 2022 was het twintig jaar geleden dat de Programmawet verscheenwaarmee het Intermutualistisch Agentschap of IMA werd opgericht. Het IMA viert ditjubileum op donderdag 30 maart in aanwezigheid van vele prominenten. Het IMA beheert een uitgebreide collectie gegevens over de gezondheidszorg die doorde ziekenfondsen worden verzameld. Op basis van die data ondersteunt het deziekenfondsen en het beleid met informatie, analyses en studies. “Na een lange corona-periode en met de vaststelling dat we elkaar niet meer zo vaakzien als voor maart 2020, was er snel eensgezindheid over het thema van het event”,zegt Luc Van Gorp, Voorzitter van het Bestuursorgaan van het IMA, verwijzend naarhet thema “Look back, (re)connect, (get) inspire(d)”. “Connectie zit in ons DNA. HetIMA kan onmogelijk bestaan zonder een verbinding tussen de ziekenfondsen, tussengegevens en tussen partners. We zullen ons dus ook laten inspireren door een aantalpartners die hun kijk op de geschiedenis en de toekomst delen.” Naast de ziekenfondsen, die samen aan de wieg stonden van het IMA, beslissen ookhet RIZIV, het KCE (Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg), de FOD’sVolksgezondheid en Sociale Zekerheid, en sinds enkele jaren ook de bevoegderegionale overheden mee over de inhoud van het jaarprogramma van het IMA. De voorbije jaren liepen er tientallen projecten die uitgaan van onderzoekers vanuniversiteiten. Zij krijgen toegang tot de gegevens, vaak gekoppeld aan anderedatabronnen. Het gaat om langlopende projecten waarbij strikte regels rondveiligheid en privacy moeten worden gevolgd. Daarnaast lopen er nog tal vanprojecten met de bevoorrechte partners. Sinds 2013 biedt het Intermutualistisch Agentschap ook de IMA Atlas aan. Dit is eenpubliek toegankelijke online databank met gegevens over sociodemografischekenmerken en het gebruik van de gezondheidszorg in België op verschillendegeografische niveaus. “Er werd veel geïnvesteerd in het IMA en zeker sinds 2015 is het team gestaaggegroeid,” aldus Luc Van Gorp. “Hierdoor heeft het IMA zich kunnen ontplooien toteen betrouwbare en gewaardeerde speler, en heeft het zich kunnen positioneren alsdata-expertisecentrum binnen ons gezondheidszorgstelsel.” De oprichting van het IMA kwam in een stroomversnelling toen de minister vanSociale Zaken Frank Vandenbroucke opriep tot actieve deelname aan deverwezenlijking van het actieplan “Agenda 2002 voor verandering in degezondheidszorg”. Dezelfde minister zal op 30 maart de slottoespraak houden. Lees het volledige persbericht (.pdf) Intermutualistisch perscontact Hannah Wellens0471 99 57 08

16-03-2023

Persberichten
"Kwaliteit borstkankerzorg garanderen voor elke patiënt"

Jaarlijks worden in België ongeveer 10 500 borstkankers behandeld. Uit de resultaten van de KCE studie blijkt dat 1 op 4, ongeveer 2600 Belgische borstkankerpatiënten behandeld worden in niet-erkende borstklinieken. In 2007 benadrukte toenmalig minister van volksgezondheid Laurette Onkelinx zich baserend op een brede internationale wetenschappelijke consensus, dat de oprichting van borstklinieken, waar de nadruk ligt op het multidisciplinaire karakter van de zorg, een betere zorgkwaliteit en overlevingskans van patiënten met borstkanker, moest garanderen. Dat we na 15 jaar vaststellen dat 25% van de patiënten deze kwaliteitsvolle zorg niet krijgen en daardoor een hoger sterfterisico lopen, is betreurenswaardig. Dat bovendien 1 op 3 centra niet aan de minimumnormen voor een erkenning voldoen, is onrustwekkend, aldus Paul Callewaert. Het is dan ook met enige verbijstering dat Solidaris kennis nam van de resultaten van de KCE studie rond borstkankerzorg en borstklinieken. “Waar velen de kwaliteit van onze zorg roemen, nemen sommige ziekenhuizen een loopje met deze ambitie. Dat dit een levensbedreigend karakter aanneemt is onduldbaar” volgens Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris. Gevolg is dat de regelgeving strikter moet om de kwaliteit van deze zorg te borgen. Patiënten moeten ten allen tijde de best mogelijke zorg krijgen. De basisverantwoordelijkheid voor de behandeling van borstkankerpatiënten in niet-erkende ziekenhuiscampussen ligt in de eerste plaats bij de verantwoordelijken en behandelende artsen van het ziekenhuis zelf. Wanneer de overlevingskans van de patiënt onvoldoende motiveert om de te verwachte discipline af te dwingen, kan je niet anders dan deze discipline op te leggen. Solidaris is dan ook vragende partij en steunt de maatregel om de diagnose, het opstellen van het behandelplan en de chirurgie enkel toe te laten en te vergoeden in erkende centra die aan de wettelijke criteria voldoen en voldoende volume en expertise voorleggen, zoals dat vandaag voor de complexe slokdarm- en pancreaskankerbehandeling het geval is. Solidaris zal ook via een gerichte campagne en een toewijzingstool haar leden de weg wijzen naar de erkende centra. Wat de erkenning betreft moeten de regionale overheden, die bevoegd zijn voor de erkenning, niet alleen hun verantwoordelijkheid opnemen bij het toekennen van erkenningen maar deze erkenningsnormen ook systematisch opvolgen en waar nodig de erkenning schorsen of intrekken! Lees het volledige persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

23-02-2023

Persberichten
Intermutualistische persreactie op berichtgeving over Vlaams subsidieregister

Verschillende media berichten vandaag over de subsidies die de Vlaamse overheid verdeelt onder organisaties, verenigingen en lokale overheden en dit naar aanleiding van de eerste verjaardag van het Vlaams subsidieregister. Uiteraard heeft elke Vlaming recht te weten waar zijn belastinggeld voor gebruikt wordt, maar de manier waarop sommige kranten de feiten voorstellen, stuit de Vlaamse ziekenfondsen en zorgkassen zwaar tegen de borst. Verkeerdelijk wordt minstens de indruk gewekt dat de subsidies de eigen werking van ziekenfondsen en zorgkassen ten goede komen, terwijl het geld net ingezet wordt om de sociale noden en de zorg aan bed in Vlaanderen betaalbaar te houden. Dankzij deze werking realiseert Vlaanderen samen met middenveldpartners haar beleid. “17,8 miljard euro Vlaamse subsidies. En nee, cultuur is niet de grote slurper”, kopt De Standaard deze ochtend. In het verlengde van de titel volgt een overzicht van wie dan de grote “subsidieslurpers” zijn. Naast de stad Antwerpen blijkt dat – dixit De Standaard – het “verzuild zorglandschap” te zijn. Als sector wensen de mutualiteiten en de zorgkassen zich uitdrukkelijk te distantiëren van deze kwalijke framing en misleidend taalgebruik. Op zich is een subsidieregister een goed en zelfs lovenswaardig initiatief in functie van transparantie en goed beheer van overheidsmiddelen, maar de voorwaarde is wel dat het correcte informatie en interpretaties weergeeft. Want wat het subsidieregister niet vertelt, is dat deze “subsidies” bijna uitsluitend de overheidsmiddelen zijn die worden aangewend voor het financieren van onder andere de geleverde zorg in ouderenzorgvoorzieningen, de Vlaamse revalidatie, de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg en de begeleidingsequipes palliatieve zorg, … voor dat deel dat niet gedekt wordt door de dagprijs die bewoners/gebruikers zelf betalen. En wat het subsidieregister ook niet vertelt, is waar dat geld vandaan komt. En laten we alvast die illusie doorprikken, het geld is geen eigendom van de Vlaamse overheid die het gul uitdeelt. Het is geld van ons allemaal, dat we bijdragen via onze belastingen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat die belastingen ons allemaal ten goede komen, bijvoorbeeld voor de organisatie van onze zorg. En dat is net waar zoveel organisaties uit het middenveld, waaronder de ziekenfondsen en zorgkassen, zich elke dag voor inzetten. Omdat wij transparantie even belangrijk vinden als de Vlaamse overheid, willen wij graag enkele voorbeelden geven van wat ziekenfondsen en zorgkassen realiseren met het geld van de Vlaamse burger. Voor het verblijf in een woonzorgcentrum betaalt een bewoner zelf maandelijks ongeveer 2.000 euro. Zonder tussenkomst van die vermeende “subsidies” voor de zorg die tijdens het verblijf wordt geleverd, zou dat meer dan het dubbele zijn. En dat geldt voor alle duidelijkheid voor alle 1.500 Vlaamse ouderenvoorzieningen, of ze nu openbaar zijn, non-profit of commercieel.Wie gebruik maakt van Vlaamse residentiële revalidatie, betaalt daarvoor ongeveer 46 euro uit eigen zak voor de eerste dag en ongeveer 19 euro per dag vanaf de tweede dag. Zonder de aanvullende “subsidies” zou een verblijf in residentiële revalidatie tot tientallen keren duurder uitvallen voor de patiënt. Daarvoor dienen dus deze subsidies, en niet voor het financieren van eigen instituties en uitbatingen, zoals het artikel van De Standaard doet uitschijnen. Het zijn de zorgkassen die in Vlaanderen zorgen voor een correcte uitbetaling van deze middelen aan de voorzieningen, voorjuiste informatie aan burgers, voor controles, en voor belangenbehartiging voor al wie in Vlaanderen nood heeft aan zorg. De zorgkassen doen zelfs nog meer dan dat: Zo maken zij het onder andere mogelijk dat alle bewoners van woonzorgcentra automatisch recht hebben op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden dat maandelijks 135 euro bedraagt (een bedrag dat ze zelf overigens nog altijd te laag vinden voor zorgbehoevende burgers, en dat zelfs niet eens deel uitmaakt van de inventaris in het subsidieregister…). Als samenleving van mensen die het goed met elkaar voor hebben, moeten we net fier zijn op de bedragen die in de lijstjes van het Vlaamse subsidieregister genoemd worden. Het is een goede zaak dat er 7,3 miljard euro besteed wordt aan het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin omdat deze middelen rechtstreeks ten goede komen van de gezondheid en het welzijn van elke Vlaamse burger via broodnodige voorzieningen, dienst- en hulpverlening. We moeten helaas zelfs vaststellen dat dit nog niet voldoende is om een toereikend en betaalbaar zorgaanbod te voorzien voor iedereen. Ziekenfondsen en zorgkassen (én de ruimere zorgsector) kaarten dit met de regelmaat van de klok aan, en zullen dit ook blijven doen. Dat is onze rol als belangenbehartiger voor iedereen, en die rol nemen we uitdrukkelijk op. Dat is wat burgers met een zorgvraag of zorgnood, hun mantelzorgers, zorgverleners en uiteindelijk alle Vlaamse belastingbetalers van ons verwachten. Ondertekend door de leden van het Vlaams Intermutualistisch College (de Vlaamse ziekenfondsen en hun zorgkassen) Lees het volledige persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

26-01-2023

Persberichten
Solidaris vindt 1 miljard om te herinvesteren in de gezondheidszorg

... en bindt strijd aan tegen overwinsten op geneesmiddelen Solidaris komt op donderdag 26 januari 2023 naar buiten met de studie ‘Een rechtvaardige prijs voor geneesmiddelen’. Hiermee toont het ziekenfonds aan dat de sociale zekerheid jaarlijks een miljard euro kan besparen en herinvesteren als farmaceutische bedrijven een gerechtvaardigde prijs zouden vragen voor hun geneesmiddelen. Een besparing ten voordele van de toegankelijkheid van onze gezondheidszorg en dus de gezondheid van alle burgers. ’Calculator’ berekent juiste prijs Over hoe de prijzen van geneesmiddelen vandaag tot stand komen, heerst veel onduidelijkheid. Als reactie hierop heeft het internationale AIM (Association Internationale de la Mutualité), in nauwe samenwerking met Solidaris, een berekeningsmodule of ‘calculator’ ontwikkeld om rechtvaardige en transparante prijzen voor innovatieve geneesmiddelen te berekenen. De ‘calculator’ berekent een billijke, evenwichtige en rechtvaardige prijs voor zowel de sociale zekerheid als voor de farmaceutische bedrijven die de geneesmiddelen op de markt brengen. De ‘calculator’ houdt rekening met de volgende parameters: onderzoek- en ontwikkelingskost, productie en algemene kosten, verkoop en medische info, basiswinst, innovatiebonus. 1 miljard per jaar Dit model werd toegepast op 7 geneesmiddelen, die relevant zijn voor zeldzame aandoeningen en snelgroeiende domeinen zoals kanker, diabetes type 2 … Het resultaat is duidelijk: we betalen tussen de 5 en 18 keer de gerechtvaardigde prijs voor kanker- en weesgeneesmiddelen en tot 3 keer de prijs voor meer gangbare behandelingen. Bij een rechtvaardige prijs zou onze sociale zekerheid 4 keer minder betalen voor alle innovatieve geneesmiddelen. 1 miljard euro, of 20 % van de geneesmiddelenuitgave kan ons land zo elk jaar herinvesteren. De ziekteverzekering besteedt in België meer dan 5,4 miljard euro per jaar aan geneesmiddelen. Vooral nieuwe medicijnen zijn duur, waarbij kankerbehandelingen tienduizenden euro's kosten en behandelingen voor zeldzame ziekten honderdduizenden euro's per jaar. De vraag is niet of patiënten het recht op dergelijke dure geneesmiddelen moeten behouden. De vraag is: “Moeten die geneesmiddelen zo duur zijn?” Bovendien gaan de prijzen voor geneesmiddelen gestaag omhoog. Niet alleen omdat de kosten stijgen, maar omdat farmaceutische bedrijven steeds meer aanrekenen en de minister van volksgezondheid de middelen niet heeft om beter te onderhandelen. De ‘juiste prijs-calculator’ zal helpen bij die onderhandelingen. Van petitie naar wetsvoorstel Daarom beveelt Solidaris aan om de AIM-toepassing ‘de juiste prijs’ te gebruiken als onderhandelingselement voor de prijs van nieuwe geneesmiddelen in België. Om dit model in de wet te integreren, lanceert Solidaris een grote burgerpetitie met als doel het debat te openen over gerechtvaardigde prijzen van geneesmiddelen en de overwinsten die farmaceutische bedrijven maken. Met 25 000 handtekeningen kunnen we een wetsvoorstel op de agenda van de kamer zetten. België kan niet in zijn eentje transparante en lagere prijzen voor geneesmiddelen introduceren. Daarom vraagt Solidaris dat ons land gebruikmaakt van het voorzitterschap van de Europese Unie om het thema op de agenda te zetten en het debat op gang te brengen over het invoeren van een eerlijk en rechtvaardig prijsmodel op Europees niveau. Ten slotte ontwikkelde het ziekenfonds, i.s.m. het onafhankelijk webmedium Tout Va Bien, een documentaire die de problemen met betrekking tot de juiste prijs van geneesmiddelen op heldere wijze uiteenzet. Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris: "Deze geneesmiddelencampagne is noodzakelijk, niet alleen om de geneesmiddelen toegankelijk te houden, maar de hele gezondheidszorg. De overwinsten van farmaceutische bedrijven bereiken recordniveaus. Gezien de sociale en economische context is het van essentieel belang om de middelen te halen waar dit kan. Als werkgevers vragen de lonen te bevriezen, zie ik niet in waarom we niet kunnen beginnen met het recupereren en herinvesteren van overtollige winsten.” Download het persbericht (.pdf) Lees de volledige studie (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

10-01-2023

Persberichten
Bescherming zieken en sociaal zwakkeren primeert op absolute vrije tariefbepaling

Het akkoord tussen artsen en ziekenfondsen over de tariefafspraken wordt dan toch niet eenzijdig opgeblazen. “De bescherming van mensen met een laag inkomen, die bovendien gezondheidsproblemen kennen, wordt nu door iedereen als een evidentie beschouwd. Het risico op onderconsumptie neemt immers dramatisch toe wanneer de ziektekosten hoog oplopen door onder meer het vragen van supplementen. Vorig jaar werd na raadpleging van de Medicomut, op initiatief van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke, een wet gestemd die supplementen in de ambulante zorg verbiedt voor patiënten met een verhoogde tegemoetkoming (VT). Een goede zaak voor kwetsbare patiënten die deze extra sociale bescherming kunnen gebruiken, aldus Solidaris. Het artsensyndicaat BVAS ging echter in verzet omdat niet-geconventioneerde artsen zich dan voor bepaalde patiënten ook aan de tariefafspraken moeten houden. BVAS wou het Medicomut-akkoord, waarin ziekenfondsen en artsen voor 2 jaar de tarieven van geconventioneerde artsen vastleggen, eenzijdig opzeggen omdat ze meenden dat deze beslissing eenzijdig werd genomen en dat de ruimte voor overleg hen werd ontnomen. Niets bleek minder waar: minister Vandenbroucke heeft tijdens een ultiem overleg met ziekenfondsen en artsenvertegenwoordigers herhaald wat hij in het parlement, tijdens het tot stand komen van de betreffende wet, heeft verklaard: de maatregelen zouden pas ingaan in 2024, dus zonder impact op het lopende akkoord en bovendien onderstreepte de minister dat overleg over extra inhoudelijke modaliteiten in het Medicmut overleg voorzien was. “Het is dan ook jammer dat het tot deze confrontatie moest komen,” vindt Callewaert. Meer bereidwilligheid tot luisteren vanuit het artsensyndicaat had dit kunnen voorkomen. In tegenstelling tot wat de vertegenwoordigers van BVAS beweren was er wél overleg geweest en ook nog voorzien. Ze stonden uiteindelijk ook helemaal alleen in hun interpretatie. “Vrije tariefbepaling mag niet op kap van meest kwetsbare patiënten. Het gezond verstand zegeviert”, reageert Solidaris tevreden. Daarnaast werd ook duidelijk dat er zeer veel op het spel stond bij het opzeggen van dit akkoord. Bvas stelde vast dat hun demarche alleen maar verliezers zou kennen. Niet in het minst hun eigen achterban. Maar ook de tariefzekerheid voor de patiënten en geplande investeringen in de gezondheidszorg zouden verloren gaan. Dit alles overtuigde Bvas om uiteindelijk de procedure in te trekken. Paul Callewaert, algemeen secretaris van het socialistisch ziekenfonds Solidaris, reageert: “Dat inhoud primeert en de bescherming van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving voorgaat op het principe van absolute vrije tariefbepaling door artsen, is een goede zaak.” Het verbod op supplementen voor patiënten met een verhoogde tegemoetkoming zal de meest kwetsbaren – precies die groep die het in deze tijd van ongeziene inflatie en astronomische energiefacturen zo moeilijk heeft – beschermen tegen hoge gezondheidskosten buiten het ziekenhuis. Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

23-12-2022

Persberichten
650.000 patiënten met hoog oplopende kosten extra beschermd. Met dank aan de niet-indexering van plafonds van de maximumfactuur.

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke maakte vandaag bekend dat de plafondbedragen voor de maximumfactuur op 1 januari 2023 niet geïndexeerd worden. Als patiëntenverdediger juicht Solidaris deze beslissing toe want het scheelt meer dan een slok op de borrel voor patiënten met hoog oplopende medische kosten. Een belangrijk initiatief van de minister met een groot effect voor wie het financieel nodig heeft. Niet-indexering plafonds maximumfactuur vormt belangrijke extra bescherming voor patiënten met hoog oplopende medische kosten De stijgende inflatie dreigde het plafondbedrag van de maximumfactuur met 10% te verhogen waardoor het voor patiënten die er recht op hebben langer zou duren vooraleer hun remgelden volledig terugbetaald zouden worden. En dat in een periode waarin alles duurder wordt door de energiecrisis. Het initiatief van de minister is er dan ook één met een duidelijke boodschap die wij toejuichen: de meest kwetsbare patiënten mogen niet nog eens de dupe zijn van een inflatie die hen al treft op heel wat andere vlakken. De maximumfactuur biedt financiële bescherming voor wie het hard nodig heeft De maximumfactuur is een solidair principe waarop iedereen in België kan rekenen. Ze biedt mensen die veel medische kosten hebben, de broodnodige extra bescherming. Van zodra een bepaald maximum aan medische kosten (‘plafond’) bereikt is, zorgt de maximumfactuur ervoor dat ook het remgeld vanaf dan automatisch volledig terugbetaald wordt door de ziekteverzekering. En dat zowel bij de dokter als in de apotheek of het ziekenhuis. Onder meer voor chronische zieke patiënten en gezinnen met een laag inkomen die kampen met hoog oplopende medische kosten is de MAF een belangrijke financiële bescherming die hen helpt de kostprijs te dragen om zo de noodzakelijk medische zorg te kunnen blijven genieten. In totaal zijn er meer dan 650.000 personen of gezinnen die vandaag recht hebben op de extra bescherming dankzij de MAF. Door de niet-indexering van de MAF-plafonds wordt zonder extra budgettaire inspanning een toegankelijkheidsvoordeel voor patiënten gecreëerd van 55 miljoen euro. Extra toelichting: de maximumfactuur in het kort Wat is de maximumfactuur? De maximumfactuur is een belangrijk beschermingsmechanisme binnen onze sociale zekerheid. Het valt misschien niet zo op omdat het automatisch in werking schiet van zodra iemand zijn remgeldplafond bereikt, maar het is sterk voorbeeld van hoe onze sociale zekerheid bescherming biedt voor mensen die het nodig hebben. Hoe werkt de maximumfactuur? Al het remgeld dat iemand betaalt voor zijn medische kosten, wordt bijgehouden in een automatische teller. Als die teller een bepaald maximumbedrag (remgeldplafond) bereikt, dan betaalt de ziekteverzekering alle remgelden die nadien volgen automatisch volledig terug. De patiënt hoeft zelf niet te rekenen: het ziekenfonds houdt de teller van de medische kosten netjes bij en zorgt voor de terugbetaling. Komen alle medische kosten in aanmerking voor de maximumfactuur? Een groot deel van alle medische kosten wordt terugbetaald door de ziekteverzekering. Er is wel bijna altijd een deel dat de patiënt uit eigen zak betaalt: het remgeld. De maximumfactuur houdt hiervan de teller bij. Eventuele extra supplementen die een dokter aanrekent, vallen niet onder de teller en blijven ten koste van de patiënt. Vanaf wanneer krijgt iemand zijn remgeld terugbetaald? Elk gezin heeft een eigen remgeldplafond. Dat plafond wordt bepaald op basis van: de gezinssamenstelling op 1 januari van het betrokken jaar. Alle personen die gedomicilieerd zijn op hetzelfde adres vormen 1 gezin voor de berekening.het netto belastbaar inkomen van de persoon en/of gezin van 2 jaar geleden. De FOD Financiën bezorgt het ziekenfonds een inkomenscategorie met het remgeldplafond voor de betrokken persoon en/of gezin. Er worden geen gegevens gedeeld over de exacte inkomensbedragen.of er binnen het gezin recht is op een bepaalde sociale categorie. Zowat alle personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming (VT) vallen hieronder.of iemand in het gezin het statuut ‘persoon met een chronische aandoening’ heeft. Welke types van de maximumfactuur zijn er?Er bestaan 4 types MAF. Inkomens-MAF: Hiervoor komt iedereen in aanmerking. Hier is het bedrag van het remgeldplafond gebaseerd op het netto belastbaar inkomen (van de persoon of het gezin).Sociale MAF: Bepaalde sociale categorieën komen hiervoor in aanmerking. Voor personen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming (VT) bijvoorbeeld, ligt het remgeldplafond vast op 506,79 euro voor die persoon (en gezin).MAF chronisch zieken: Voor personen met het statuut ‘persoon met een chronische aandoening’ en voor gezinnen waarbij de remgeldteller voor een gezinslid in de 2 voorgaande jaren minstens 506,79 euro per jaar bedroeg, is er een verlaging van 112,62 euro op het remgeldplafond.MAF voor kinderen jonger dan 19 jaar: Dit is een extra bescherming voor kinderen. Bij deze MAF ligt het plafondbedrag vast op 732,03 euro. Meer info op www.solidaris.be/maximumfactuur Download het persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

27-10-2022

Persberichten
Robotchirurgie voor prostaatverwijdering: innovatief, duur en niet altijd beter

Is robotchirurgie voor radicale prostatectomie zijn kostprijs waard? Robot-geassisteerde chirurgie voor prostaatverwijdering is al jaren ingeburgerd in ons land. Ondanks de pijlsnelle stijging van het gebruik ervan zijn de resultaten voor de patiënt niet altijd beter. Dat blijkt uit een studie van het ziekenfonds Solidaris, die de gevolgen op korte en middellange termijn analyseerde. “Een meer rationele aanpak en een aangepaste financiering zijn meer dan aangewezen”, zegt algemeen secretaris Paul Callewaert. Nergens meer robotsystemen dan in Vlaanderen België behoort bij de koplopers in Europa wat het aantal systemen voor robotchirurgie per inwoner betreft. In de data van Solidaris zijn er al minstens 40 systemen voor robotchirurgie terug te vinden in België. Dat zijn er ongeveer even veel als in Nederland1, dat toch de helft méér inwoners heeft. Ook in Duitsland2 en Frankrijk3 zijn er minder chirurgische robots per inwoner. De chirurgische robots staan ook niet mooi verdeeld over het land. Uit de verdeling van de robotsystemen binnen België, gebaseerd op ingrepen bij leden van Solidaris, blijkt duidelijk dat ze vooral in Vlaamse en Brusselse ziekenhuizen staan. Solidaris vergelijkt soorten ingrepen prostaatverwijdering Uit een vergelijkende analyse bij 4883 leden van ziekenfonds Solidaris die een klassieke open ingreep, een kijkoperatie (laparoscopie) zonder robot of een kijkoperatie mét robot ondergingen, blijkt dat de robot-geassisteerde ingrepen een kortere ligduur en iets minder bloedverlies kennen dan klassieke open ingrepen. Vergelijkt men de kijkoperatie zonder robotchirurgie met de kijkoperatie met robotchirurgie dan zijn die verschillen kleiner voor de ligduur en minimaal voor bloedverlies. Patiënten die een robot-geassisteerde ingreep ondergingen doen meer beroep op het incontinentieforfait. Uit de vergelijking blijkt ook dat de robot-geassisteerde ingreep de ziekteverzekering én de patiënt meer kost. Is robotchirurgie - duurder voor patiënt en maatschappij - een meerwaarde? De gemiddelde kostprijs voor een robot-geassisteerde kijkoperatie komt op 5585 euro per verblijf, terwijl dit voor de kijkoperatie zonder robot en de open ingreep op respectievelijk 4600 euro en 3891 euro uitkomt. In sommige ziekenhuizen loopt de kost voor een robot-geassisteerde ingreep op tot 11.467 euro. Sinds 2016 is een tegemoetkoming vanuit de ziekteverzekering voor het gebruik van de robot voorzien. Toch valt de kost – zowel voor de ziekteverzekering als voor de patiënt – meestal een pak duurder uit. “Meer betalen voor een technologie die uiteindelijk niet beter scoort, valt niet te rijmen met efficiënt beheer”, aldus Paul Callewaert. Schoolvoorbeeld van forfaitaire financiering Het socialistisch ziekenfonds benadrukt dat het helemaal niet tegen robotchirurgie is. Wel voor rationeel gebruik van innovatieve technologieën. Zo is het belangrijk om nieuwe technieken steeds te evalueren op het vlak van kwaliteit en prijszetting. Callewaert: “Elk ziekenhuis zijn robot, dat kan niet de standaard zijn. Er is nood aan een sterke programmatie van robotsystemen in functie van de noden van de bevolking en in functie van voldoende hoge volumes aan chirurgie om de hoge aankoop- en onderhoudskosten te kunnen verantwoorden. Wij hebben geen nood aan dure technologie die het grootste deel van de tijd werkloos aan de kant blijft.” “Gezien de meerwaarde voor de patiënt op het vlak van gezondheidswinst van robot-geassisteerde laparoscopie onvoldoende is aangetoond, moet de ziekteverzekering hiervoor ook niet meer betalen”, vindt Paul Callewaert. “Dit is een schoolvoorbeeld waar forfaitaire en uniforme financiering, ongeacht de techniek die gebruikt wordt, het verschil kan maken. Dat kan volgens onze berekening 3 miljoen euro opleveren die voor andere zorgen kunnen ingezet worden.” Ook kennis klassieke chirurgie borgen Robotchirurgie voor prostaatverwijdering is sterk ingeburgerd. Negentig procent van alle prostaatverwijderingen gebeurt vandaag met de robot. Solidaris vraagt zich af of er nog voldoende ervaring is met technieken zonder robot. Heeft de patiënt die alleen via een open operatie geholpen kan worden, nog voldoende kwaliteitsgaranties? De kwaliteit van zorg staat voorop, vindt Solidaris, en daarvoor is het noodzakelijk dat artsen in opleiding naast de robot-geassisteerde technieken ook voldoende expertise opbouwen in andere, vaak meer klassieke technieken. “Tot slot moet de patiënt terdege geïnformeerd worden over de voor- en nadelen van elke techniek en over de kostprijs zodat deze op een bewuste manier een keuze kan maken”, besluit Callewaert. Download het persbericht (.pdf) Lees het volledige onderzoeksrapport (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

27-09-2022

Persberichten
Professionele activiteit stijgt na bariatrische ingreep

Intermutualistisch persbericht Bariatrische chirurgie – een ingreep ter behandeling van patiënten met obesitas – heeft een positieve impact op de beroepsactiviteit van deze patiënten. Dat is het resultaat van een eerste verkennende studie van het Intermutualistisch Agentschap (IMA). De onderzoekers willen een antwoord geven op de vraag uit een KCE-assessment1 van 2019 omtrent de impact van bariatrische chirurgie op de productiviteit van deze patiënten. Obesitas is een belangrijk volksgezondheidsprobleem. Naast de gevolgen voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid, is er ook een sociale en economische kost: lagere productiviteit, meer absenteïsme, een hogere werkloosheid … In een aantal situaties kan bariatrische chirurgie de aangewezen behandeling zijn. Hierbij wordt met een chirurgische ingreep de maag verkleind of wordt een deel van de spijsvertering omgeleid. Dit leidt tot aanzienlijk en blijvend gewichtsverlies, en het heeft doorgaans een positieve invloed op de gezondheidsproblemen die samenhangen met obesitas. Ondanks de soms vrij ernstige bijwerkingen – zoals voedingstekorten of problemen met het zelfbeeld – is de totale kosten/batenverhouding positief. Eerdere studies suggereerden ook al een positieve impact op de tewerkstelling. In België worden bariatrische ingrepen terugbetaald voor volwassenen met een Body Mass Index (BMI) van minstens 40, of bij een BMI van minstens 35 voor patiënten die lijden aan diabetes type 2, therapieresistente hoge bloeddruk of obstructieve slaapapneu. Sinds de invoering van de terugbetaling in 2007 ondergingen 145.470 patiënten deze ingreep (cijfers van 2007-2020). Een grootschalige nationale retrospectieve studie van het Intermutualistisch Agentschap, in samenwerking met het UZ Leuven, onderzocht het effect van bariatrische chirurgie op de tewerkstelling op basis van data van het IMA omtrent werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Hierbij werd van 16.276 personen tussen 25 en 55 jaar, die in 2014-2015 een bariatrische ingreep ondergingen, de tewerkstellingsstatus geanalyseerd in de periode van twee jaar voor en drie jaar na de ingreep. Effect van ingreep op tewerkstelling De impact van bariatrische chirurgie op de beroepsactiviteit is positief: drie jaar na de ingreep zijn er meer patiënten bij wie de beroepsactiviteit is gestegen dan patiënten waarbij dit is gedaald. Het percentage patiënten zonder dagen werkloosheid of arbeidsongeschiktheid stijgt van 49,7% twee jaar voor de ingreep tot 61,2% drie jaar na de ingreep. Bij 12,3% van de bestudeerde patiënten daalde de inactiviteit (op jaarbasis) met meer dan 6 maanden. Van de patiënten die volledig werkloos of arbeidsongeschikt waren (9,1% van de bestudeerde patiënten), had 20,9% drie jaar na de ingreep een beroepsactiviteit. Jongere patiënten, mannen, patiënten die voor de operatie een statuut chronische aandoening hadden en patiënten met een hogere sociaal-economische status gaan het vaakst terug aan de slag na dit soort ingreep. Beperkingen van de studie Dit is een eerste verkennende studie om na te gaan of administratieve gegevens omtrent werkloosheid en arbeidsongeschiktheid gebruikt kunnen worden om het effect van een behandeling op de beroepsactiviteit te meten. Er zijn echter een aantal beperkingen. Er zijn voor de patiënten in dit onderzoek geen gegevens beschikbaar over het voorkomen van aan obesitas gerelateerde aandoeningen (bv. diabetes, hoge bloeddruk …) en metabool syndroom (een combinatie van verschillende stofwisselingsproblemen, bv. verstoorde cholesterol, hoge bloeddruk …). We kunnen dus niet achterhalen hoe deze evolueerden na de ingreep en wat de impact ervan was op de activiteit. Er was tot slot ook geen informatie over de reden waarom personen niet konden werken (medische redenen, psychologische redenen of andere), wat waardevolle informatie zou zijn voor de interpretatie van de resultaten. Daarnaast zou het interessant zijn om meer in detail te onderzoeken wanneer de patiënt opnieuw aan de slag ging en of dit voltijds of deeltijds was. Download het persbericht (.pdf) Lees het volledige onderzoeksrapport (.pdf) Intermutualistisch perscontact Conrad van de Werve0477 87 74 44