Zorgverleners willen andere index voor hun honoraria

Heeft de huidige index afgedaan voor zorgverleners? De torenhoge inflatie laat zich ook voelen in ziekenhuizen en praktijken. Behalve energie en brandstof wordt ook personeel duurder. Terwijl de inkomsten niet verhoudingsgewijs stijgen en de kloof met de dag groter wordt. En dus rijzen er stemmen om een ander indexeringsmechanisme in te voeren in de gezondheidszorg.

Indexmechanisme

Als we zeggen indexeren, dan bedoelen we de waarde aanpassen aan een index. In België passen we onze sociale toelagen en lonen aan aan de inflatie. Daarin zijn we behoorlijk uniek; enkel in Malta en Luxemburg bestaat er ook zo’n automatische index. De index zorgt ervoor dat de inkomsten van onze burgers mee evolueren met de kosten van levensonderhoud. Als economische indicator meet de index de evolutie van de prijzen van een mand van goederen en diensten die representatief zijn voor het consumptiepatroon van onze gezinnen. Kost een korf goederen 100 euro in 2020 en 104 euro in 2021, dan is de index gestegen met 4 % en spreken we van 4 % inflatie.

Welke index?

Dé index bestaat niet. Wel worden er tientallen indexcijfers gebruikt om tarieven, lonen en uitkeringen aan te passen in ons land. Dit zijn de belangrijkste:

Indexcijfer van de consumptieprijzen (klassieke index)Hoeveel duurder wordt het leven voor Belgische huishoudens? Berekend op basis van een representatieve korf van producten en diensten.
GezondheidsindexIngevoerd door het KB van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989. Berekend op basis van het indexcijfer, minus 4 ‘schadelijke’ producten: tabak, alcohol, benzine en diesel.
Afgevlakte gezondheidsindexOm de maandelijkse variatie te beperken, wordt deze index afgevlakt. Berekend op basis van de gemiddelde gezondheidsindex van de laatste 4 maanden. In 2015 met 2 % verlaagd door de indexsprong.
SpilindexBereikt de inflatie een drempelwaarde, dan stijgt de index met 2 %. De spilindex treedt niet overal op hetzelfde ogenblik in werking: in de 1ste maand na de overschrijding worden bijvoorbeeld sociale toelagen, pensioenen en grensbedragen voor verhoogde tegemoetkoming aangepast, in de 2de maand de lonen in de openbare sector.

Het Planbureau publiceert op regelmatige basis voorspellingen rond economische groei en verwachte inflatie, zodat indexevoluties en overschrijdingen van de spilindex enigszins voorspelbaar zijn.

Indexering voor zorgverleners vandaag

In de budgettering van de ziekteverzekering wordt er gewerkt met jaarlijkse begrotingsopmaak. Dat is wettelijk vastgelegd in artikel 40 van de GVU-wet. De begrotingsdoelstelling van het jaar T is gelijk aan die van het voorafgaande jaar, waaraan onder meer “het bedrag dat overeenstemt met de meerkosten in het begrotingsjaar van de indexering van de lonen, verzekeringstegemoetkomingen, tarieven en prijzen” wordt toegevoegd. Het is van belang dat er met een jaarbegroting kan gewerkt worden en dat dus ook de indexering (de indexmassa) voor een volledig jaar bepaald kan worden.

Hiervoor wordt gebruikgemaakt van de afgevlakte gezondheidsindex (gemiddelde over 4 maanden) van juni in het jaar T-1 (de ‘index juni/juni’). Zo wordt de index voor het jaar 2022 berekend op de afgevlakte gezondheidsindex van juni 2021 (0,79 %). Dat betekent dat de begroting van onze sector altijd wat achterloopt op de inflatie.

Dat terwijl de kosten die zorgverleners moeten maken wél onderhevig zijn aan de gebruikelijke spilindex. Personeelskosten, verwarming, materialen … al die zaken zijn het afgelopen jaar beduidend duurder geworden, ook in de zorg. Dit verklaart dan ook waarom de spanningen toenemen.

Uiteindelijk genieten de sectoren die aan die gezondheidsindex gekoppeld zijn, een indexmassa van amper 0,79 %, terwijl de toename van de gezondheidsindex in januari 2022 al 5,10 % bedroeg, en die van juni 2022 (gebruikt voor de indexering in 2023) nog hoger zal uitvallen.

Het verschil werkt zichzelf weg

In 2023 zal de begroting in onze sector berekend worden op basis van de index dit jaar, en zal de index dus hoger uitvallen dan de inflatie daadwerkelijk zal zijn in 2023.

De verschillende indexmechanismen lopen op de langere termijn gelijk:

Voor de verstrekkingen die via de afgevlakte gezondheidsindex worden geïndexeerd, is de indexmassa voor 2022 duidelijk lager dan de geraamde prijsstijging. Die problematiek zal vanzelf verdwijnen op 1 januari 2023, wanneer de sterke stijging volledig zal zijn opgegaan in de nieuwe indexmassa. Maar dat zal door de verschillende zorgverleners van de sectoren die de index juni/juni gedurende het hele jaar 2022 hebben gebruikt, worden aangevoeld als kosten.

Ook de spilindex is gebaseerd op de gezondheidsindex en houdt dus weinig of geen rekening met bijvoorbeeld de brandstofkosten.

Moeten we echt naar een ander systeem?

Hier en daar pleit men voor een ander indexeringsmechanisme in de gezondheidszorg, maar daar schuilen een aantal risico’s in. Zo zou het gebruik van de spilindex beter aansluiten bij stijgende personeelskosten en meer gelijke tred houden met de inflatie, maar zouden heel wat verstrekkingen op verschillende ogenblikken in het jaar automatisch geïndexeerd worden, wat voor de begrotingsopmaak en voor tarificatiesystemen tot grote moeilijkheden zou kunnen leiden.

De vrijheid van de sectoren om de indexmassa gedifferentieerd te kunnen gebruiken zou hiermee ook niet meer mogelijk zijn. En in jaren met lage inflatie bestaat de kans dat er helemaal geen index zou zijn, wat door zorgverleners ook als onrechtvaardig zou worden aangevoeld, zeker in vergelijking met andere sectoren.

Er bestaat geen mirakeloplossing op de korte termijn, maar door bijvoorbeeld de kosten af te splitsen van intellectuele verstrekkingen en te overwegen of beide onderdelen niet verschillend geïndexeerd kunnen worden, zou hier toch al enigszins aan tegemoet gekomen worden.

Dit vergt echter een grondige hervorming van de begrotingsopmaak en aanpassing van diverse regelgevingen. Dat kan niet van vandaag op morgen. We kunnen enkel hopen dat de inflatie onder controle blijft en geleidelijk aan weer meer normale proporties zal aannemen.

Bart Demyttenaere

Directeur Medisch Beleid Studiedienst Solidaris

Ook interessant

BelRAI: een gemeenschappelijke taal voor betere zorgplanning

BelRAI, hoorde je de term al waaien? Wat is die BelRAI nu juist? Waarvoor dient het of waarvoor kan het dienen? Resident…

Lees meer ...
Arbeidsongeschiktheid

Balans van de regering: arbeidsongeschiktheid

Het re-integratiebeleid van minister De Block is repressief en boekhoudkundig. Het ergste van al is dat ze hiermee de meest kwetsbare mensen...

Lees meer ...
Ambulante zorg

Balans van de regering: ambulante zorgen

Net als in de ziekenhuizen, stijgen de supplementen in de ambulante zorg en betaalt de patiënt dus vaker uit eigen zak.

Lees meer ...