Solidaris publiceert regelmatig studies over uiteenlopende gezondheidsthema’s. Hieronder vind je een selectie van de onderzoeken van onze studiedienst. Raadpleeg ook het onderzoek van het IMA.

Contacteer ons
onderzoek&ontwikkeling@solidaris.be

01-05-2014

Onderzoek
Onvervulde noden

Het Ziekenfonds legt een investeringspakket ter waarde van 1,25 miljard euro op tafel voor een betere terugbetaling van tandzorg, brillen, hoorapparaten en psychologische eerstelijnszorg. Het werkte dit plan uit op basis van een enquête bij 5.276 Vlamingen.​​​Uit de rondvraag blijkt dat drie op de vier Belgen zich soms tot vaak zorgen maken over de betaalbaarheid. Mensen die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming maken zich bijna driemaal zoveel zorgen dan gewone rechthebbenden.40 procent van de respondenten vorig jaar noodzakelijke zorg uitstelde om financiële redenen. Dit percentage ligt fors hoger bij kwetsbare groepen.mensen hun toevlucht nemen tot hun 2de keuze (ook vanuit medisch oogpunt), omwille van louter budgettaire redenen. Eén op de drie die een kunstgebit draagt, zegt te hebben verzaakt aan een duurder maar beter alternatief. Eenzelfde percentage vinden we terug bij mensen die een hoorapparaat dragen.er een massaal draagvlak is om de zorgen beter te laten terugbetalen door de wettelijke ziekteverzekering. 75 procent van de respondenten die zorg nodig had, pleit voor een hogere tussenkomst door de wettelijke ziekteverzekering.de patiëntenfactuur zeer hoog ligt. Voor een tandimplantaat betaalt een Vlaming gemiddeld 1.292 euro uit eigen zak, voor een kroon 438 euro, voor een bril 451 euro en voor een hoorapparaat 1.945 euro. Een consulatie bij de psycholoog kost 43 euro. Achter deze gemiddelden schuilen grote verschillen. Zo betaalt een kwart van de respondenten meer dan 1.900 euro voor één implantaat en meer dan 2.669 euro voor een hoorapparaat. Download de volledige studie (.pdf)

01-01-2014

Onderzoek
Bevolkingsonderzoek solidariteit

​Professor emeritus Mark Elchardus voerde in opdracht van het Socialistisch Ziekenfonds een grootschalig bevolkingsonderzoek naar solidariteit in Vlaanderen. Ons ziekenfonds wilde met het onderzoek nagaan wat de Vlaming echt denkt over solidariteit en sociale zekerheid. Eedere rapporten analyseerden de tevredenheid met en keuzes binnen de gezondheidszorg en de opinie van de Vlaming t.o.v. risico en persoonlijke verantwoordelijkheid. Een nieuw rapport onderzoekt het draagvlak van de verzorgingsstaat. ​​​​​​ Het draagvlak van de verzorgingsstaat Vlamingen zien de sociale zekerheid als een prachtige instelling die voorkomt dat heel wat mensen in de miserie zitten. Het draagvlak voor de verzorgingsstaat is zelfs groeiende. Maar Vlamingen wantrouwen sociale fraude en menen dat heel wat mensen die het niet verdienen, steun krijgen. Dat blijkt uit ons grootschalig bevolkingsonderzoek. "We moeten nog meer de positieve merites van de sociale zekerheid in de verf zetten, en ageren tegen misbruiken ervan", stelt algemeen secretaris Paul Callewaert in een reactie. Resultaten Uit de antwoorden blijkt dat het draagvlak voor de verzorgingsstaat zeer solide is, en de afgelopen jaren zelfs aan steun gewonnen heeft. Vlamingen zijn niet gewonnen voor een ongelijke samenleving. Bijna drie kwart vindt dat de klassenverschillen kleiner moeten, en 60 procent vindt dat gewone mensen te weinig van de welvaart krijgen. 81% zegt dat er nood is aan sterke ziekenfondsen om patiëntenrechten te verdedigen.Er heerst een positief beeld over de sociale zekerheid. Een ruime meerderheid onderschrijft verschillende positieve gevolgen van de verzorgingsstaat (voorkomt ellende en armoede, maakt het leven vrijer en aangenamer, geeft mensen meer kansen). Een minderheid, 10 à 20%, onderschrijft negatieve gevolgen van de sociale zekerheid (remmen van de economische groei, mensen lui en onverantwoordelijk maken). De proportie die negatieve gevolgen ziet is daarenboven tussen 2001 en 2012 (sterk) gedaald.Voor het in stand houden van de verzorgingsstaat vindt 67 procent dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Een meerderheid vindt dat uitkeringen op peil moeten blijven ook al vergt dit financiële offers van sommigen. 22 procent is bereid zelf meer belastingen te betalen. 43 procent van de Vlamingen wil langer werken om de sociale zekerheid te vrijwaren. Wel blijkt dat een groeiende groep Vlamingen de indruk heeft dat de sociale zekerheid misbruikt wordt en dat te veel mensen die het niet verdienen steun krijgen. Dit onderwerp verdeelt de Vlamingen. Een derde meent dat de steun terecht komt bij wie het echt nodig heeft, een derde meent van niet en een derde twijfelt. Belangrijk is dat dit vooral een kwestie van ideologie, kennis en inzicht is, veeleer dan van eigenbelang. Reacties Mark Elchardus is verheugd vast te stellen dat de Vlamingen de verzorgingsstaat nog steeds als een prachtige instelling zien. "De pogingen om de welvaartsstaat uit te hollen zijn gebaseerd op een volksvreemd verhaal. Er is geen economische reden om de verzorgingsstaat af te bouwen, dat is louter een politieke keuze."  Hij merkt wel op dat uit zijn onderzoek blijkt dat er vier bedreigingen zijn, met name de tendens tot rantsoeneren (het uitsluiten van groepen of van bepaalde zorg), het stijgend geloof in individuele verantwoordelijkheid, de sociale fraude en de idee dat het geld niet bij de juiste personen terecht komt. Het komt erop aan hier antwoorden op te formuleren. Paul Callewaert, algemeen secretaris van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, beklemtoont het solide draagvlak voor de sociale zekerheid en de idee dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. "We moeten nog meer de positieve merites van de sociale zekerheid in de verf zetten, en ageren tegen misbruiken ervan." Hij wijst erop dat het Socialistisch Ziekenfonds volop zijn medewerking verleent aan alle initiatieven tegen sociale fraude en voor een doelmatig beheer van de middelen. In de ziekte-uitkeringen worden zo op permanente basis gegevens van verschillende bronnen gekoppeld om oneigenlijk gebruik op te sporen. Callewaert voegt eraan toe dat het belangrijk is dat de Belgen de sociale zekerheid blijven zien als hun sociale zekerheid. "De verplichte ziekteverzekering is geen basisverzekering voor de allerarmsten. Integendeel, het is een goede ziekteverzekering voor iedereen. Daar staan wij ook voor. We zullen dit blijvend verdedigen en uitdragen." Tevredenheid over en keuzes in de gezondheidszorg Het deelrapport 'Tevredenheid over en keuzes in de gezondheidszorg' focust op twee zaken: Is de Vlaming tevreden over de gezondheidszorg?Wat is het draagvlak voor rationaliseren versus rantsoeneren. Onder rationaliseren verstaan we beperken van keuzevrijheid van de patiënt en de zorgverstrekker. Onder rantsoeneren wordt verstaan het uitsluiten van bepaalde groepen van bepaalde zorg, of het uitsluiten van bepaalde zorg. Het eerste deelaspect werd bevraagd op algemene wijze en op basis van 21 concrete en uiteenlopende punten. Het tweede deelaspect werd bevraagd door een aantal algemene vragen, en meer specifieke vragen waarbij ondervraagde voor een concrete situatie stelling moest innemen. Resultaten Hoge tevredenheid over gezondheidszorg De tevredenheid over gezondheidszorg is groot. 83% zegt tevreden tot heel tevreden. Over 16 van de specifieke deelaspecten is meer dan de helft van de Vlamingen tevreden. Werkpunten waar minder dan de helft van de Vlamingen tevreden over zijn, zijn Bedrag dat men moet betalen uit eigen zak.Tijd die specialisten uittrekken.Dienstverlening rusthuizen.Infoverstrekking kostprijs.Wachttijden specialisten. Rationaliseren versus rantsoeneren Het draagvlak om te rationaliseren is niet bijster groot in Vlaanderen. Vlamingen zijn erg gehecht aan hun individuele keuzevrijheid en 45 procent is bereid hier meer voor te betalen; eerder dan in te zetten op doelmatige besparingen. Vier op de tien Vlamingen vindt niet dat hij voor bepaalde onderzoeken of behandelingen enkele kilometers verder moet rijden naar een gespecialiseerd ziekenhuis.Meer dan de helft vindt niet dat de arts enkel bloed mag nemen als dit volgens de medische richtlijnen nodig is.Een kleine helft van de Vlamingen vindt niet dat de arts eerst bestaande beeldvorming moet gebruiken alvorens nieuwe foto’s te laten nemen.Een derde van de Vlamingen vindt niet dat hij eerst naar de huisarts moet alvorens naar de spoeddiensten te gaan.Een vierde van de Vlamingen is geen voorstander van het voorschrijven van goedkope maar evenwaardige geneesmiddelen. Verontrustend is dat Vlamingen liever groepen uitsluiten of bepaalde zorg niet langer terugbetalen, eerder dan de individuele keuzevrijheid te beperken. Ze kiezen liever voor een uitsluitingssysteem van rantsoenering door mensen van 85 of ouder of terminale patiënten bepaalde zorgen te ontzeggen die veel geld kosten. Op de vraag of ze vinden het moet kunnen 50.000 euro te investeren voor bepaalde situaties antwoorden de ondervraagden als volgt:  b​ehand​eling​moet altijd kunnenmoet kunnen,behalve bij mensen ouder dan 85 jaarmoet nooit kunnen,ongeacht leeftijd​totaal N​​levensnoodzakelijke behandeling​60,60%36,70%​2,70%​2.624​behandeling van patiënt met zeer zeldzame ziekte​54,40%​41,80%​3,80%​2.614​hoogtechnologische hartapparaat​​42,10%​52,70%​5,10%​2.638​behandeling om terminaal zieke twee maand langer in leven te houden​16,50%​26,40%​57,10%​2.621​behandeling om iemand in coma één jaar langer in leven te laten​14,30%​25,40%​60,30%​2.619 Individuele verantwoordelijkheid in de zorg Het nieuwe deelrapport gaat na wat de Vlaming denkt over risico en persoonlijke verantwoordelijkheid. Een actueel thema. Solidariteit steunde altijd op welbegrepen eigenbelang: het kan ook mij overkomen. Dat is vandaag minder het geval. We kunnen gezondheidsrisico’s steeds beter toewijzen aan individueel gedrag, of we menen dit te kunnen. Aan de hand van concrete vragen werd nagegaan of Vlamingen vinden dat de ziekteverzekering minder moet terugbetalen afhankelijk van het gedrag van het individu. Resultaten Risico's die we 'lopen' Een overgrote meerderheid van de Vlamingen (ruim 80 procent) is niet akkoord om ziekterisico’s die we ‘lopen’ minder terug te betalen. Het gaat om risico’s waarvan wordt aangenomen dat ze niet voortvloeien uit persoonlijk gedrag of een persoonlijke keuze, zoals leeftijd, individueel genoom of schoolloopbaan (levensloopbaanaansprakelijkheid). Dit percentage is stabiel gebleven tegenover 2001. Risico's die we 'nemen' Steeds meer Vlamingen menen dat de ziekteverzekering niet terug moet betalen voor risico’s die we ‘nemen’. Het gaat om risico’s waarvan wordt aangenomen dat ze (minstens ten dele) het gevolg zijn van individuele keuzes en gedrag (levensstijlaansprakelijkheid). Typische voorbeelden zijn roken, eetgewoonten, alcohol, onveilig vrijen, onveilig rijden, drugs. Afhankelijk van het thema vindt 30 tot 40 procent van de Vlamingen dat de ziekteverzekering in deze gevallen minder moet tussenkomen, terwijl 20 à 25 procent van de Vlamingen twijfelt. Bovendien zien we een sterke stijging tussen 2001 en 2012.Indien de levensstijlaansprakelijkheid wordt vertaald naar het eigen kind neemt de steun ervoor af. Niettemin blijft een groep Vlamingen ook dan voorstander van een verminderde terugbetaling - en wordt hardnekkigheid afgestraft. Reacties Mark Elchardus spreekt andermaal van een verontrustende evolutie. “Los van het feit dat dit ethisch verwerpelijk is, zijn er ook geen rationele argumenten pro te bedenken. Wat ga je bestraffen en wat niet? Dat zijn arbitraire keuzes. Hoe ga je dit controleren? Evolueren we naar een welzijnspolitie en een ‘Big Brother’ gezondheidsmaatschappij? Wat is de impact van zo’n beleid op preventie? Er zijn geen voorbeelden waar dit leidt tot daadwerkelijke gedragsaanpassingen. En ook de geldigheid van het principe ‘de vervuiler betaalt’ wordt er niet mee bewezen. Er zijn evenveel studies die zeggen dat een roker minder kost aan de sociale zekerheid dan er zijn die zeggen dat hij meer kost.”Paul Callewaert, algemeen secretaris van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, verwerpt eveneens deze aanpak. “Het Socialistisch Ziekenfonds gaat voor een solidaire ziekteverzekering voor iedereen. We zien de patiënten als slachtoffer, niet als dader. Uiteindelijk is iedereen wel betrokken bij deze thematiek, gaande van de bedrijfsleider die een hartinfarct krijgt van teveel stress tot de skiër die bij een ongeval betrokken geraakt. Niemand is zonder verantwoordelijkheid; dus waar leg je de grens? Bovendien is lang niet alles een eigen keuze in gezondheid. Veel hangt (nog steeds) van opvoeding, scholing of sociaaleconomische achtergrond”.Hij ziet veel betere alternatieven dan een bestraffingsbeleid als je ziek wordt, sowieso al een moeilijk moment in je leven. “Wij zetten in op preventie, gezondheidspromotie en begeleiding van de leden. Het terugdringen van de gezondheidsongelijkheid is eveneens een prioriteit.” Ook maatregelen als het afbouwen van zout, suiker of vetstoffen in voedingsmiddelen haalt hij aan.Voor ons ziekenfonds blijft de inzet van de solidaire ziekteverzekering en de ziekenfondsen duidelijk. “Wij willen de zieken verzorgen en mensen zo gezond mogelijk laten leven. Wij doen niet mee aan een arbitraire en asociale uitsluitings- en afbouwpolitiek.” Meer informatie Lees het deelrapport 'Het draagvlak van de verzorgingsstaat' (.pdf) Lees het deelrapport 'Tevredenheid over en keuzes in gezondheidszorg' (.pdf) Lees het deelrapport 'Risico en Persoonlijke Verantwoordelijkheid' (.pdf)​ ​Het onderzoek Het grootschalig bevolkingsonderzoek naar solidariteit en gezondheidszorg werd afgenomen bij een door het Rijksregister getrokken toevalssteekproef bij inwoners van het Vlaams Gewest tussen 18 en 75 jaar. 2.639 Vlamingen vulden uiteindelijk de vragenlijst in. De analyses zijn gebaseerd op hun antwoorden. Lees het technisch rapport (.pdf)

01-07-2013

Onderzoek
Enquête bij kinderen met diabetes

In de zomer 2013 deed ons ziekenfonds een bevraging bij haar jonge leden met diabetes. 313 kinderen met diabetes kregen een vragenlijst die onderzocht hoe het voor hen is om te leven met zo’n aandoening. 44% heeft geantwoord. Hieronder een overzicht van de resultaten. ​Lichamelijke beleving van diabetes en behandeling Drie kinderen op vier geven aan dat hun behandeling moeilijkheden oplevert. Zij klagen over te laag of te hoog suikergehalte in het bloed, honger, grote dorst of vermoeidheid. Het voortdurend moeten prikken in de vingertoppen en insuline inspuiten is niet evident. Het aantal koolhydraten van een maaltijd tellen is niet eenvoudig.  Uit het onderzoek blijkt dat de ouders zich het meest zorgen maken over het voedingspatroon en het beter onder controle houden van de ziekte. Ze vragen betere monitoringsmogelijkheden en ondersteunende apps. Met vragen over hun diabetes wenden kinderen of jongeren zich meestal tot de diabetesspecialist en hun mama. Ons ziekenfonds leidt daaruit af dat de diabetesspecialist, gesteund door het multidisciplinair team van het Kinderdiabetescentrum, een centrale rol speelt in de behandeling. Emotionele beleving van diabetes Een grote meerderheid (82%) ervaart diabetes als een lastige ziekte. De helft van de kinderen voelt zich soms of vaak ongelukkig. Over hun gevoelens spreken ze het meest met hun mama en de diabetesspecialist. Bijna 40 procent van de kinderen ondervindt dat mensen soms minder leuke dingen zeggen over hun aandoening: “Je krijgt diabetes door te veel te snoepen, te veel cola te drinken, verkeerd te eten en overgewicht”."Ze noemen mij Suikerspons” of “Suikerklontje” of  “Suikerklomp”.“Je zoekt aandacht”. Slechts 30 procent voelt zich voldoende begrepen door mensen uit hun omgeving. Ervaringen met diabetes op school De kinderen geven aan dat aanpassingen op school noodzakelijk zijn, zoals aanpassingen van de maaltijden en traktaties bij een verjaardag. Dieet-en insulineaanpassingen zijn ook nodig bij daguitstappen, meerdaagse reizen en turn- of zwemlessen. De leerkrachten en begeleiders weten doorgaans dat een kind diabetes heeft. Maar enkele kinderen geven aan dat niet alle leerkrachten weten hoe ze moeten omgaan met een hypoglycemie-aanval. De kinderen wensen daarom meer opleiding over diabetes voor de leerkrachten en meer begrip en tolerantie van de andere mensen in het algemeen. Diabetes en vrije tijd De meeste kinderen kunnen goed sporten met hun diabetes. Toch zegt één kind op vier dat het minder of zelfs helemaal niet meer sport. Ook de hobby’s worden aangepast. Eén kind op vijf geeft aan dat het minder vaak blijft slapen bij familie of vrienden dan het zou willen.   Ons ziekenfonds helpt Diabetes type 1 bespreekbaar en kenbaar maken Een grote meerderheid ervaart diabetes als een lastige ziekte. Kinderen met diabetes wensen daarom begrip, op school en daarbuiten. En daar kunnen ze niet altijd op rekenen. Meer zelfs, ze worden soms gepest. Door de problematiek van diabetes type 1 kenbaar en bespreekbaar te maken, wil ons ziekenfonds bijdragen aan meer begrip voor de situatie van kinderen met deze aandoening.  Informatie voor leerkrachten en begeleiders helpen verspreiden Bijscholing van leerkrachten en begeleiders is een must. Gelukkig leveren de gespecialiseerde diabetesteams heel wat inspanningen. Ons ziekenfonds stelt informatie ter beschikking van de kinderen en hun ouders. Tussenkomst voor vakantiekampen Kinderen en jongeren vragen om volwaardig te kunnen sporten en spelen. Speciale kampen voor kinderen met diabetes hebben zeker nut. Ons ziekenfonds biedt een terugbetaling voor vakantiekampen met chronisch zieke kinderen (dus ook diabetes). Pleiten voor technologische ondersteuning Ons ziekenfonds wil dat nieuwe technologische ontwikkelingen inzake behandeling bereikbaar worden. Voor insulinepompen zijn er nieuwe mogelijkheden op komst. Het kan niet zijn dat men om budgettaire redenen de verspreiding ervan zou tegenhouden. Zeker als met die technologie de diabetes fijner geregeld wordt en de autonomie van het kind erdoor vergroot. Ons ziekenfonds ijvert ook voor het ter beschikking stellen van elektronische hulpmiddelen om de behandeling op te volgen of om de koolhydraten in de voeding te tellen. Psychologische steun terugbetalen In ziekenhuizen met diabeteszorg voor kinderen kan beroep gedaan worden op psychologische ondersteuning. Dat is vaak nodig, zeker bij pubers. De veranderingen in het lichaam zijn zeer groot, ze worden zelfstandiger en moeten meer verantwoordelijkheid dragen. Ons ziekenfonds komt financieel tussen in de psychotherapie bij kinderen.

01-03-2012

Onderzoek
Levenskwaliteit en zorgconsumptie bij diabetici

Het aantal leden met Diabetes Mellitus is een grote groep en bedroeg voor onze mutualiteit 166.971 leden in 2010. Verwacht wordt dat deze groep in aantal zal toenemen omwille van de verouderende bevolking. Het is voor ons als mutualiteit van groot belang mee toe te zien dat deze groep patiënten jaarlijks goed opgevolgd wordt met het oog op het vermijden van complicaties. ​​​​Op basis van de geleverde prestaties ambulant en in het ziekenhuis kunnen we afleiden dat deze complicaties (cardiovasculair, oftalmologisch, renaal, …) frequent voorkomen. Daartegenover staat dat een jaarlijks oogonderzoek of een jaarlijkse meting van de cholesterol-, HbA1c- , Microalbumine – waarde niet altijd op systematische wijze gebeurt bij deze doelgroep. Een betere opvolging van deze patiënten is m.a.w. mogelijk. We vonden het ook belangrijk om stil te staan bij de bevraging van de beleving van de diabetespatiënt van zijn ziekte. De meerderheid van deze patiënten zegt van zichzelf een goede tot zeer goede gezondheid te hebben. De helft geeft aan problemen te ondervinden zoals vermoeidheid en angst voor complicaties of verwikkelingen in de toekomst. Een kleine groep is negatief over zowel de dagelijkse zorg voor diabetes die ze als een last beschouwt als over het gevoel van controle over de ziekte. Het is belangrijk om speciale aandacht te besteden aan deze groep van patiënten niet alleen voor wat betreft het goed onder controle houden van de bloedsuikerspiegel maar ook wat betreft een goede opvolging van het jaarlijkse onderzoek. Download de volledige studie (.pdf)