Persberichten

15-06-2023

Persberichten
Opnieuw stijging van de ziekenhuiskosten voor de patiënt

Intermutualistisch persbericht De ziekenhuiskosten die de patiënt zelf moet betalen kunnen hoog oplopen en zijn vaak moeilijk te voorspellen, zowel voor ziekenhuisopnames als voor ambulante zorgen. Dat meldt het Intermutualistisch Agentschap (IMA) in het kader van de Ziekenhuisbarometer 2021 en twee studies rond ereloonsupplementen bij ambulante medische beeldvorming en radiotherapie. De financiële impact van ziekenhuiszorg moet voor de patiënt haalbaar en voorspelbaar zijn, ook voor wie geen bijkomende ziektekostenverzekering heeft, om uitstel van zorg te vermijden. De Ziekenhuisbarometer volgt de evolutie op van de aan de patiënten gefactureerde ziekenhuiskosten, om zo de financiële toegankelijkheid van het ziekenhuisverblijf voor de patiënt te evalueren. Voor een klassieke hospitalisatie in een meerpersoonskamer werd in 2021 gemiddeld 304 euro gefactureerd aan de patiënt (+5,3% tegenover 2019). Voor een klassieke ziekenhuisopname in een eenpersoonskamer ligt dat bedrag acht keer hoger, gemiddeld 2.348 euro (+7,2% tegenover 2019). Ook in daghospitalisatie steeg de gemiddelde kost per opname voor de patiënt. De totale kost ten laste van de patiënt (alle dagopnames samen beschouwd) is sterker gestegen (+11,6%) dan het aantal dagopnames (+4,2%). In 2021 waren er ruim 55.000 dagopnames waarbij de factuur voor de patiënt meer dan 1.000 euro bedroeg, wat een sterke stijging is (+19,2%) vergeleken met 2019. In totaal werd in 2021 1,32 miljard euro gefactureerd aan patiënten voor klassieke ziekenhuisverblijven en dagopnames in algemene en universitaire ziekenhuizen. Iets minder dan een derde van dit bedrag (410 miljoen euro) betreft remgeld. Ruim twee derde (911 miljoen euro) zijn bijkomende kosten ten laste van de patiënt, namelijk supplementen of niet-vergoedbare betalingen. Het merendeel (598 miljoen euro) hiervan betreft ereloonsupplementen op artsenhonoraria voor verblijven op eenpersoonskamers. Voor een patiënt is het moeilijk te voorspellen wat zijn eigen aandeel zal zijn. Het bedrag van het ereloonsupplement in euro’s is momenteel niet begrensd. Het maximale percentage ereloonsupplementen bij hospitalisatie varieert van 100% tot 300%, afhankelijk van het ziekenhuis, en geeft geen duidelijk beeld van wat de patiënt kan verwachten of wat de exacte financiële impact is van de kamerkeuze. Het is immers niet duidelijk voor de patiënt op welke artsenhonoraria deze ereloonsupplementen zullen worden aangerekend. Kostenramingen worden niet standaard in alle ziekenhuizen voorzien. Er bestaan ook grote verschillen tussen wat de ziekenhuizen aanrekenen voor de hospitalisatie bij eenzelfde interventie. Zelfs binnen hetzelfde ziekenhuis kunnen de kosten sterk verschillen. Ook bij een opname op een twee- of meerpersoonskamer kan de kost voor de patiënt hoog oplopen, bijvoorbeeld door de kost van implantaten of niet-vergoedbare betalingen. Ereloonsupplementen bij ambulante beeldvorming in ziekenhuizen Ook wanneer er geen opname in het ziekenhuis is, in de zogenaamde ambulante zorg, zijn tariefzekerheid en financiële toegankelijkheid belangrijk. In twee bijkomende studies onderzocht het IMA de ereloonsupplementen die werden aangerekend voor o.a. ambulante MRI-scans, CT-scans en radiotherapie. Dit zijn prestaties die gezien de vereiste apparatuur enkel in ziekenhuizen uitgevoerd kunnen worden. Daar waar bij ziekenhuisopnames de mogelijkheid om ereloonsupplementen te factureren afhangt van de kamerkeuze van de patiënt, is bij ambulante zorg deconventiestatus van de zorgverstrekker bepalend. Ereloonsupplementen zijn enkel mogelijk indien de arts niet geconventioneerd is. Voor ongeveer een vijfde (21%) van de CT-scans en zelfs 44% van de MRI’s wordt een supplement aangerekend. In 2021 werd in totaal 16 miljoen euro aan ereloonsupplementen aangerekend voor MRI-scans en 8,1 miljoen euro voor CT-scans. In meer dan één of vier van de ziekenhuizen zijn er geen volledig geconventioneerde radiologen die CT- en/of MRI-scans uitvoeren. Het merendeel van deze ziekenhuizen situeert zich in Vlaanderen en Brussel. In deze ziekenhuizen is dus geen tariefzekerheid voor de patiënt. De meeste onderzoeken (72%) worden voorgeschreven door een geconventioneerde arts. Bij één op vier onderzoeken die voorgeschreven worden door geconventioneerde artsen worden echter wel ereloonsupplementen aangerekend. Radiotherapie ontsnapt ook niet aan hoge ereloonsupplementen in sommige ziekenhuizen Radiotherapie is een van de pijlers van kankerbehandeling. Deze behandeling dient vanzelfsprekend voor iedereen toegankelijk te zijn. In 2021 betaalden 651 patiënten meer dan 1.000 euro aan ereloonsupplementen voor radiotherapiebehandelingen. Meer dan 95% van deze ereloonsupplementen bij radiotherapie wordt aangerekend door vier Brusselse ziekenhuizen: het Jules BordetInstituut, CHIREC - Delta, de Cliniques Universitaire St Luc en de Europa Ziekenhuizen. In totaal bedroegen de ereloonsupplementen voor radiotherapie bijna 2 miljoen euro. Meer gedetailleerde informatie kan u terugvinden in de rapporten en op de IMA Atlas. Lees het volledige persbericht (.pdf) Intermutualistisch perscontact Clara Vanmuysen0498 23 15 99

14-06-2023

Persberichten
Financiële drempel voor bezoek aan huisarts wordt lager

Betaalt u nog slechts enkele euro’s voor uw bezoek aan de huisarts? Dat is een gevolg van de uitbreiding1 van de zogenaamde derdebetalersregeling. Bij steeds meer huisartsen betaalt u nu enkel het remgeld.Tot vorig jaar was het gebruikelijk dat een patiënt zijn huisarts 27,5 euro betaalde om daarna 23,5 euro van het ziekenfonds terug te krijgen. Voor wie het financieel moeilijker had, was het soms lastig die kosten voor te schieten.Voor die groep, in jargon patiënten met recht op een verhoogde tegemoetkoming (VT), bestaat er sinds 2015 een speciale regeling: de sociale derdebetalersregeling. In dat regime moeten patiënten niet het hele honorarium voorschieten, maar betalen ze enkel een verlaagd remgeld van 1 euro. Via de ziekenfondsen krijgt de huisarts dan de rest van zijn honorarium betaaldSucces vrijwillige derdebetalersregelingSinds vorig jaar merken steeds meer andere patiënten dat ze enkel het remgeld moeten betalen. Dat komt omdat minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) het initiatief nam om de derdebetalersregeling uit te breiden.Was die sinds 2015 al verplicht voor patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming, vanaf januari 2022 kregen artsen de mogelijkheid om de zogenaamde derdebetalersregeling ook te gebruiken voor hun andere patiënten. Het mechanisme bleef gelijk, alleen betalen de gewone patiënten 4 euro remgeld. De huisarts kan zelf kiezen of hij het systeem toepast.Artsen kiezen intussen massaal voor de derdebetalersregeling, zo blijkt uit cijfers van het Nationaal Intermutualistisch College (NIC). In 2022 rekent ruim 8 op de 10 huisartsen zijn patiënt enkel nog het remgeld aan.Ter vergelijking: in 2015 schoot 7 op de 10 patiënten het honorarium nog volledig voor. "Dat is een totale omkering in enkele jaren tijd", zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. "De grote sprong voorwaarts tussen 2021 en 2022 is duidelijk een teken voor het succes van de vrijwillige derdebetalersregeling."Drempelverlagend effectDe uitbreiding van de derdebetalersregeling kwam er om de zorg financieel toegankelijker te maken. Een deel van de middenklasse heeft het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, maar kan geen beroep doen op het gunstregime van de verhoogde tegemoetkoming. Die groep durfde een noodzakelijke doktersvisite al eens uit te stellen.Om te weten of de maatregel ook een drempelverlagend effect heeft gehad, vergeleek de studiedienst van Solidaris de huisartsfactuur2 bij zijn leden in de jaren 2021 en 2022. Het is onmogelijk uit te sluiten dat ook andere factoren meespelen, maar toch zijn een aantal opvallende vaststellingen te doen. De groep leden zonder verhoogde tegemoetkoming die jaarlijks minder dan 50 euro uitgeeft bij de huisarts, telt in 2022 28.000 patiënten minder (-7,1 %) dan een jaar eerder. De groep patiënten die helemaal niet naar de dokter gaat, wordt zelfs 9,1 % kleiner.Het aantal leden zonder verhoogde tegemoetkoming dat tussen 50 en 499 euro uitgeeft, zien we juist stijgen met 3,9 %. Dat gaat om bijna 60.000 extra patiënten. De stijging is beperkt in de groep met een jaarlijkse huisartsfactuur van 50 tot 99 euro (+0,1 %), maar erg duidelijk voor wie elk jaar 100 tot 249 euro (+6 %) dan wel 250 tot 499 euro (+7%) uitgeeft aan huisartsenbezoeken.Zegt Paul Callewaert: “Die cijfers laten veronderstellen dat ook wie net buiten het statuut van verhoogde tegemoetkoming valt, nu minder reden ziet om een bezoek aan de huisarts uit te stellen. De invoering van de facultatieve derdebetalersregeling heeft met andere woorden na één jaar al een impact gehad op de toegankelijkheid van de zorg.”Meer digitaliseringDe keuze van steeds meer huisartsen voor de vrijwillige derdebetalersregeling, hangt ook samen met het streven naar digitalisering en administratieve vereenvoudiging in de ziekteverzekering.Vanaf 2025 wordt de stroom papieren ziektebriefjes afgeschaft en kunnen artsen nog enkel met digitale alternatieven werken. Ze kunnen daarbij kiezen voor een terugbetaling aan de patiënt via het digitaal getuigschrift (eAttest) of voor de digitale derdebetalersregeling (eFact). Bij het eerste moet de patiënt nog steeds de consultatie voorschieten, bij het laatste betaalt hij enkel het remgeld. Nu al is te zien dat huisartsen de voorkeur geven aan het digitale derdebetalerssysteem: in 2022 daalde het aantal artsen dat met eAttest werkt fors, terwijl de groep die kiest voor eFact blijft groeien.Vanuit diverse hoeken komt geregeld de vraag om de derdebetalersregeling te verplichten voor iedereen. Het valt te betwijfelen of die verplichting nog prioritair is nu de facto de derdebetalersregeling de standaard lijkt te worden.Aan het succes van die digitalisering hebben de ziekenfondsen hun steentje bijgedragen. Zij bieden de artsen de zekerheid dat ze binnen 2 tot 3 dagen de rest van hun honorarium krijgen uitbetaald wanneer patiënten enkel nog het remgeld aan de huisarts betalen. In het papieren circuit kon de betalingstermijn wel eens oplopen tot bijna een maand. De papieren verwerking via het postkantoor, met ophaling en manuele input kostte nu eenmaal meer tijd. “De omschakeling die nu merkbaar is, bevestigt dat de ziekenfondsen de digitale omslag hebben gemaakt”, besluit Paul Callewaert.Aan het succes van die digitalisering hebben de ziekenfondsen hun steentje bijgedragen. Zij bieden de artsen de zekerheid dat ze binnen 2 tot 3 dagen de rest van hun honorarium krijgen uitbetaald wanneer patiënten enkel nog het remgeld aan de huisarts betalen. In het papieren circuit kon de betalingstermijn wel eens oplopen tot bijna een maand. De papieren verwerking via het postkantoor, met ophaling en manuele input kostte nu eenmaal meer tijd. “De omschakeling die nu merkbaar is, bevestigt dat de ziekenfondsen de digitale omslag hebben gemaakt”, besluit Paul Callewaert.[1] De uitbreiding is eigenlijk een opheffing van het verbod dat bestond voor de toepassing van de derdebetalersregeling voor bijvoorbeeld consultaties. Voor technische prestaties mochten huisartsen de regeling al wel toepassen.[2] Het honorarium van de huisarts (terugbetaling + remgeld) maar exclusief supplement  Lees het volledige persberichtAchterliggende cijfers derde betaler PerscontactKatrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker Pers SolidarisT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be 

15-05-2023

Persberichten
Solidaris wil rouwverlof voor beide ouders  en vraagt een sterretjesweide in elke gemeente

Van de zwangerschappen die medisch werden vastgesteld eindigt ongeveer 13 % in een zwangerschapsverlies. Dat blijkt uit cijfers van ziekenfonds Solidaris. Een maatschappelijk debat en meer openheid over zwangerschapsverlies zijn noodzakelijk, vindt het ziekenfonds. Solidaris roept op om rouwverlof toe te kennen aan ouders die dit meemaken en vraagt dat elke gemeente een sterretjesweide aanlegt Spreken over een miskraam of zwangerschapsverlies is nog steeds taboe. Nochtans komt het vaker voor dan we denken. Zwangerschapsverlies kan bovendien een grote impact hebben op de vrouw, haar partner en hun omgeving.   De jongste tijd verschenen geregeld getuigenissen in de media. Ook Solidaris ging praten met vrouwen en koppels die met zwangerschapsverlies werden geconfronteerd. “Iedereen bevestigt dat getuigenissen van wie hetzelfde meemaakte, een grote hulp zijn”, zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. “Hoe meer we erover praten, des te sneller het taboe over zwangerschapsverlies doorbroken wordt. Op die manier kan er meer aandacht komen voor rouwverwerking.”   Om die reden heeft het socialistische ziekenfonds een project opgezet voor de vorming van gespecialiseerde zwangerschapsconsulenten. Die medewerkers volgden een opleiding om vrouwen of koppels die met een zwangerschapsverlies worden geconfronteerd, te ondersteunen. Ze helpen bij de administratieve verplichtingen die bij een zwangerschapsverlies komen kijken en zoeken mee naar noodzakelijke hulp en ondersteuning.    Bovendien ontwikkelde Solidaris de website www.erkenmij.be. Daarop staat informatie over rouwverwerking. Op de site zijn voorts getuigenissen te vinden van vrouwen en koppels, net zoals tips om herinneringen aan je ongeboren kindje te bewaren en heel wat administratieve informatie. Leden van het ziekenfonds die een zwangerschapsverlies meemaken, krijgen ook een herinneringsboekje waarin ze herinneringen aan hun overleden kindje kunnen bewaren.  Oproep om rouwverlof toe te kennen aan beide ouders Wie zijn baby na 26 weken zwangerschap verliest, kan momenteel al een beroep doen op een aantal sociale rechten. Zo heb je dan recht op 10 dagen rouwverlof, maar ook op moederschapsrust en het startbedrag van het Groeipakket. Voor zwangerschappen van minder dan 26 weken geldt dat recht op rouwverlof echter niet. In dat geval ben je dus afhankelijk van een ziektebriefje. Nochtans heeft een zwangerschapsverlies ook voor de 26ste week een grote impact, zowel op de vrouw als haar partner. “Op het vlak van de erkenning van zwangerschapsverlies zijn er al symbolische stappen gezet, maar de sociale rechten hinken nog achterop”, zegt Paul Callewaert. “Wij vinden dat aan beide ouders minstens 1 dag rouwverlof moet worden toegekend, ook als je het kindje verliest voor de 26ste week van de zwangerschap. Hierdoor krijgen ouders extra tijd om het verlies te verwerken. In Nieuw-Zeeland krijg je bijvoorbeeld altijd 3 dagen rouwverlof bij een miskraam, ongeacht de duur van de zwangerschap. Door rouwverlof toe te kennen, doorbreken we het taboe en geven we aan dat het oké is om te rouwen voor het verlies van je ongeboren kind.” Sterretjesweide nodig in elke gemeente Rouwrituelen zijn heel belangrijk voor de verwerking van een verlies. “Daarom is dat rouwverlof ook zo belangrijk: je geeft de kans aan ouders om hun kindje te begraven of uit te strooien op een sterretjesweide”, benadrukt Paul Callewaert. Een sterretjesweide of -tuin is een koesterplek waar ouders hun kindje kunnen uitstrooien of begraven. Leuven creëerde in 2009 de eerste Europese sterrenweide Een sterretjesweide of -tuin is helaas slechts terug te vinden in naar schatting 4 op de 10 gemeenten . Solidaris roept gemeenten op om hier snel werk van te maken zodat ouders de kans krijgen om hun overleden kindje te gedenken op een zo’n koesterplek. “Een sterretjesweide in elke gemeente kan helpen om het taboe rond zwangerschapsverlies te doorbreken en de rouwverwerking van ouders te ondersteunen”, zegt Paul Callewaert. Voor interviews contacteer ons. Lees in de bijlagen alvast het getuigenis van Sarah en Nicola Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster Solidaris Roeland Byl | stafmedewerker Solidaris T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be Getuigenis Hoe houden Sarah en Nicola de herinnering aan Norah in leven? Sarah en Nicola zijn in verwachting van hun 2de kindje. Ze zijn daar erg blij mee. De zwangerschap van hun 1ste kindje, Norah, eindigde niet zoals gehoopt. Tijdens de 3de echo in het ziekenhuis kregen ze slecht nieuws. “Ik was op dat moment 23 weken zwanger en we gingen op controle bij onze gynaecoloog. Mijn man Nicola was mee. Tijdens de echo keek de dokter plots raar op. Ze was muisstil en zonder veel te zeggen stond ze recht en ging ze een 2de dokter halen. Deze stelde ons de vraag of er genetische aandoeningen waren in de familie”, vertelt Sarah. “Toch viel onze frank nog niet meteen. Tot de dokter ons vertelde meerdere afwijkingen had waardoor haar levenskwaliteit niet goed zou zijn. Ze had onder meer een open ruggetje, extra tenen en vingers, vocht in de hersenen, een klompvoetje en cystes op de niertjes. We vroegen of er iets mogelijk was, een operatie bijvoorbeeld. Maar dat was niet het geval”, vertelt Nicola. Het koppel moest een erg moeilijke beslissing nemen. Maar een beslissing die voor hun dochter de beste was. “Mijn wereld stortte compleet in”, zegt Sarah. “Ik voelde op dat moment mijn hart breken”, vult Nicola aan. Knuffels, kusjes en verhaaltjes Sarah moest enkele dagen later bevallen van Norah. “Ik was daar eerst heel kwaad over. Ik begreep niet dat ik mijn dochter zo ter wereld moest brengen. We hebben naar andere ziekenhuizen gebeld, maar ook daar vertelden ze dat ik moest bevallen. Omdat we over een bepaalde termijn zaten, 23 weken.” Een chatgesprek met een andere sterrenmama bracht Sarah op andere gedachten. Sterrenmama’s, sterrenpapa’s of sterrenouders verliezen hun kindje tijdens de zwangerschap of in de weken of maanden na de geboorte. “Deze sterrenmama vertelde me hoe belangrijk het voor haar was geweest om haar kindje te zien, vast te houden en er een verhaaltje aan te kunnen vertellen. Ik besefte plots: ik ga mama worden, waarom zou ik mijn kindje dan niet willen zien? Ik ben 180 graden gedraaid. Ik moest Norah kunnen vasthouden, knuffelen, kusjes geven. En haar een verhaaltje kunnen voorlezen.” “Op 16 september 2021 werd Norah geboren. We hebben foto’s gemaakt, haar vastgepakt, iets geschreven en voorgelezen. Er was ook een herdenkingsmoment voor haar in het ziekenhuis. Allemaal belangrijke elementen bij de start van ons verwerkingsproces”, vult Nicola aan. Herinneringen van Norah bewaren, ophalen en delen vinden Sarah en Nicola heel erg belangrijk. “Tijdens de 3de echo, toen we het slechte nieuws kregen, nam ik met mijn smartphone het geluid van haar kloppende hartje op. Ik vond dat zo belangrijk. En op sommige momenten luister ik er nog naar”, vertelt Sarah. Haar kleine handjes en voetjes en hoe klein ze was: dat herinneren Sarah en Nicola zich nog goed. Boven De Wolken (vzw die ouders van doodgeboren baby’s met een gratis fotosessie een tastbare herinnering biedt) maakte foto’s van de kleine Norah. “Deze foto’s zijn van onschatbare waarde. We hebben ook wel foto’s genomen met onze smartphone, maar die zijn toch niet hetzelfde.” “Van in de slaapkamer tot in de living: overal staan foto’s van onze dochter. In huis gaat ze overal met ons mee, maar ook daarbuiten. Zo hebben we allebei een juweel waarin de as van onze dochter zit. Sarah heeft een halsketting, ik heb een armbandje”, gaat Nicola verder. Tastbare herinneringen na zwangerschapsverlies verlichten de pijn Het koppel liet ook tatoeages zetten ter nagedachtenis van hun dochter. Bij mama Sarah staat de naam van hun dochter op haar arm. Samen met een sterretje en de geboortebloem van de maand september.Papa Nicola draagt de voetjes van Norah op zijn binnenarm. De geboortebloem van september staat op zijn been. Ook het koesterbandje liet hij tatoeëren. Sarah draagt het echte armbandje. “Een koesterarmbandje krijg je van het Berrefonds (vzw die ouders ondersteunt bij zwangerschapsverlies) in het ziekenhuis. Het zit in een koesterkoffer met nog meer spulletjes. Denk aan een beertje, armbandjes, een fotoalbum, zaadjes van vergeet-mij-nietjes, gips om een afdruk van haar voetje te maken en de contacten van het fonds. Dat was superbelangrijk voor ons. Zo konden we tastbare herinneringen maken.” “Als we het moeilijk hebben, kijken we ernaar of pakken we die zaken vast. Dan denken we met veel liefde aan onze lieve, kleine Norah. Ook al is ze niet bij ons geweest zoals we wilden, toch zijn we zo trots op haar. Ze is en blijft altijd ons 1ste kindje. Dat verandert nooit.” Achtergrond 1 op de 4 zwangerschappen eindigt in zwangerschapsverlies Zwangerschapsverlies komt helaas vaker voor dan we denken. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 26 % van alle zwangerschappen eindigt in zwangerschapsverlies[1]. Heel wat van deze zwangerschapsverliezen treden op in de eerste weken na de positieve zwangerschapstest, waardoor ze vaak niet worden geregistreerd. Bij zwangerschappen die opgevolgd worden bij een gynaecoloog, eindigt meer dan 1 op de 10 zwangerschappen in het verlies van het kindje. Dat blijkt ook uit cijfers van Solidaris. Van alle zwangerschappen die door middel van een echo bevestigd werden bij een gynaecoloog, bleven er in 2020 in totaal 12,8 % zonder een bevalling. Voorts blijkt uit de cijfers dat het risico op zwangerschapsverlies toeneemt met de leeftijd van de vrouw. leeftijdscategoriegeen bevallingbevallingTotaal% zwangerschapsverlies20-244312667309813.9%25-299007871877110.3%30-34112091111023110.9%35-398234843566614.5%40-445451496204126.7% [1] Dugas C, Slane VH. Miscarriage. 2022 Jun 27. In: StatPearls [Internet]. Treasure Island (FL): StatPearls Publishing; 2022 Jan–. PMID: 30422585.

30-04-2023

Persberichten
Meer zorgverleners en betaalbare geneesmiddelen

Groeiende wachtlijsten, een patiëntenstop en de vruchteloze zoektocht naar een arts of tandarts in de buurt. Vroeger ondenkbaar, vandaag realiteit. Zorgpersoneel wordt almaar schaarser. Daarom pleit Solidaris op de dag van de arbeid voor het opheffen van de numerus clausus in zijn huidige vorm. Voorts blijft de socialistische mutualiteit hameren op betaalbare innovatieve geneesmiddelen. Brussel. Op de dag van de arbeid pleit Solidaris voor meer zorgverleners en blijft het ziekenfonds hameren op betaalbare geneesmiddelen. Het ziekenfonds steunt het voorstel van minister Vandenbroucke om iets te doen aan het tekort aan zorgverleners. Regels uit het verleden zorgen ervoor dat er te weinig huisartsen en tandartsen afstuderen. Solidaris wil daarom de numerus clausus herbekijken. Er is dringend nood aan een hogere instroom van huisartsen. Dat geldt trouwens ook voor sommige specialistische disciplines zoals geriaters, neurologen of psychiaters. De toegankelijkheid van de gezondheidszorg staat onder druk in België. Bijna een op de vier van huisartsen hanteert een patiëntenstop en een tandarts vinden is tegenwoordig ronduit problematisch. Zeker als je op zoek bent naar een geconventioneerde tandarts. De studiedienst van Solidaris onderzocht in welke gemeenten er een schaarste aan huisartsen dreigt. Verrassend genoeg is dat zowel op het platteland als in verstedelijkte gebieden het geval. Met gemiddeld 10,3 huisartsen per 10.000 inwoners is er nauwelijks marge. “Er dreigt op korte termijn een structurele schaarste aan huisartsen over het hele grondgebied”, zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris Solidaris. “Een toenemende zorgvraag als gevolg van de vergrijzing en een stijgend aantal chronisch zieken zorgen voor extra druk. Bovendien vullen artsen in groepspraktijken hun job ook anders in en dreigt de pensioneringsgolf in het vergrijzend huisartsencorps de situatie nog te verergeren.” Numerus clausus op de schop Daarom pleit Solidaris voor het opheffen van de numerus clausus in zijn huidige vorm. Een bredere instroom van studenten geneeskunde en tandheelkunde is nodig. Bovendien moet de selectie van specialisaties in functie van de noden op het terrein gebeuren. Elk beperkend quotum voor huisartsen is momenteel onaanvaardbaar. De toelatingsproef kan behouden blijven, maar naast het testen van academische en wetenschappelijke kennis, moet er aandacht komen voor andere relevante competenties. Wij hebben nood aan sociaal voelende, communicatief sterke en professionele artsen. “Het is toch betreurenswaardig dat we heel wat gemotiveerde jonge mensen de toegang tot het beroep weigeren”, besluit Callewaert. Betaalbare geneesmiddelen In januari presenteerde Solidaris zijn calculator voor betaalbare geneesmiddelen. De berekeningsmodule biedt de mogelijkheid om rechtvaardige en transparante prijzen voor innovatieve geneesmiddelen te berekenen. De Belgische ziekteverzekering besteedt meer dan 5,4 miljard euro per jaar aan geneesmiddelen. Vooral nieuwe medicijnen zijn duur. De vraag is niet of patiënten het recht op zulke dure geneesmiddelen moeten behouden. De vraag is: “Moeten die geneesmiddelen zo duur zijn?”De calculator van Solidaris kan de prijsonderhandelingen met farmabedrijven objectiveren en helpt om de juiste prijs voor innovatieve geneesmiddelen te bepalen. Om dit objectievere referentiekader in de wet te integreren, lanceerde Solidaris in januari een burgerpetitie met als doel het debat over gerechtvaardigde prijzen te openen. Zodra 25.000 handtekeningen zijn verzameld, hoopt Solidaris een wetsvoorstel op de agenda van de kamer te krijgen. Lees het volledige persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

30-03-2023

Persberichten
20 jaar Intermutualistisch Agentschap

Intermutualistisch persbericht “Look back, (re)connect, (get) inspire(d)” Op 24 december 2022 was het twintig jaar geleden dat de Programmawet verscheenwaarmee het Intermutualistisch Agentschap of IMA werd opgericht. Het IMA viert ditjubileum op donderdag 30 maart in aanwezigheid van vele prominenten. Het IMA beheert een uitgebreide collectie gegevens over de gezondheidszorg die doorde ziekenfondsen worden verzameld. Op basis van die data ondersteunt het deziekenfondsen en het beleid met informatie, analyses en studies. “Na een lange corona-periode en met de vaststelling dat we elkaar niet meer zo vaakzien als voor maart 2020, was er snel eensgezindheid over het thema van het event”,zegt Luc Van Gorp, Voorzitter van het Bestuursorgaan van het IMA, verwijzend naarhet thema “Look back, (re)connect, (get) inspire(d)”. “Connectie zit in ons DNA. HetIMA kan onmogelijk bestaan zonder een verbinding tussen de ziekenfondsen, tussengegevens en tussen partners. We zullen ons dus ook laten inspireren door een aantalpartners die hun kijk op de geschiedenis en de toekomst delen.” Naast de ziekenfondsen, die samen aan de wieg stonden van het IMA, beslissen ookhet RIZIV, het KCE (Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg), de FOD’sVolksgezondheid en Sociale Zekerheid, en sinds enkele jaren ook de bevoegderegionale overheden mee over de inhoud van het jaarprogramma van het IMA. De voorbije jaren liepen er tientallen projecten die uitgaan van onderzoekers vanuniversiteiten. Zij krijgen toegang tot de gegevens, vaak gekoppeld aan anderedatabronnen. Het gaat om langlopende projecten waarbij strikte regels rondveiligheid en privacy moeten worden gevolgd. Daarnaast lopen er nog tal vanprojecten met de bevoorrechte partners. Sinds 2013 biedt het Intermutualistisch Agentschap ook de IMA Atlas aan. Dit is eenpubliek toegankelijke online databank met gegevens over sociodemografischekenmerken en het gebruik van de gezondheidszorg in België op verschillendegeografische niveaus. “Er werd veel geïnvesteerd in het IMA en zeker sinds 2015 is het team gestaaggegroeid,” aldus Luc Van Gorp. “Hierdoor heeft het IMA zich kunnen ontplooien toteen betrouwbare en gewaardeerde speler, en heeft het zich kunnen positioneren alsdata-expertisecentrum binnen ons gezondheidszorgstelsel.” De oprichting van het IMA kwam in een stroomversnelling toen de minister vanSociale Zaken Frank Vandenbroucke opriep tot actieve deelname aan deverwezenlijking van het actieplan “Agenda 2002 voor verandering in degezondheidszorg”. Dezelfde minister zal op 30 maart de slottoespraak houden. Lees het volledige persbericht (.pdf) Intermutualistisch perscontact Hannah Wellens0471 99 57 08

16-03-2023

Persberichten
"Kwaliteit borstkankerzorg garanderen voor elke patiënt"

Jaarlijks worden in België ongeveer 10 500 borstkankers behandeld. Uit de resultaten van de KCE studie blijkt dat 1 op 4, ongeveer 2600 Belgische borstkankerpatiënten behandeld worden in niet-erkende borstklinieken. In 2007 benadrukte toenmalig minister van volksgezondheid Laurette Onkelinx zich baserend op een brede internationale wetenschappelijke consensus, dat de oprichting van borstklinieken, waar de nadruk ligt op het multidisciplinaire karakter van de zorg, een betere zorgkwaliteit en overlevingskans van patiënten met borstkanker, moest garanderen. Dat we na 15 jaar vaststellen dat 25% van de patiënten deze kwaliteitsvolle zorg niet krijgen en daardoor een hoger sterfterisico lopen, is betreurenswaardig. Dat bovendien 1 op 3 centra niet aan de minimumnormen voor een erkenning voldoen, is onrustwekkend, aldus Paul Callewaert. Het is dan ook met enige verbijstering dat Solidaris kennis nam van de resultaten van de KCE studie rond borstkankerzorg en borstklinieken. “Waar velen de kwaliteit van onze zorg roemen, nemen sommige ziekenhuizen een loopje met deze ambitie. Dat dit een levensbedreigend karakter aanneemt is onduldbaar” volgens Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris. Gevolg is dat de regelgeving strikter moet om de kwaliteit van deze zorg te borgen. Patiënten moeten ten allen tijde de best mogelijke zorg krijgen. De basisverantwoordelijkheid voor de behandeling van borstkankerpatiënten in niet-erkende ziekenhuiscampussen ligt in de eerste plaats bij de verantwoordelijken en behandelende artsen van het ziekenhuis zelf. Wanneer de overlevingskans van de patiënt onvoldoende motiveert om de te verwachte discipline af te dwingen, kan je niet anders dan deze discipline op te leggen. Solidaris is dan ook vragende partij en steunt de maatregel om de diagnose, het opstellen van het behandelplan en de chirurgie enkel toe te laten en te vergoeden in erkende centra die aan de wettelijke criteria voldoen en voldoende volume en expertise voorleggen, zoals dat vandaag voor de complexe slokdarm- en pancreaskankerbehandeling het geval is. Solidaris zal ook via een gerichte campagne en een toewijzingstool haar leden de weg wijzen naar de erkende centra. Wat de erkenning betreft moeten de regionale overheden, die bevoegd zijn voor de erkenning, niet alleen hun verantwoordelijkheid opnemen bij het toekennen van erkenningen maar deze erkenningsnormen ook systematisch opvolgen en waar nodig de erkenning schorsen of intrekken! Lees het volledige persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

23-02-2023

Persberichten
Intermutualistische persreactie op berichtgeving over Vlaams subsidieregister

Verschillende media berichten vandaag over de subsidies die de Vlaamse overheid verdeelt onder organisaties, verenigingen en lokale overheden en dit naar aanleiding van de eerste verjaardag van het Vlaams subsidieregister. Uiteraard heeft elke Vlaming recht te weten waar zijn belastinggeld voor gebruikt wordt, maar de manier waarop sommige kranten de feiten voorstellen, stuit de Vlaamse ziekenfondsen en zorgkassen zwaar tegen de borst. Verkeerdelijk wordt minstens de indruk gewekt dat de subsidies de eigen werking van ziekenfondsen en zorgkassen ten goede komen, terwijl het geld net ingezet wordt om de sociale noden en de zorg aan bed in Vlaanderen betaalbaar te houden. Dankzij deze werking realiseert Vlaanderen samen met middenveldpartners haar beleid. “17,8 miljard euro Vlaamse subsidies. En nee, cultuur is niet de grote slurper”, kopt De Standaard deze ochtend. In het verlengde van de titel volgt een overzicht van wie dan de grote “subsidieslurpers” zijn. Naast de stad Antwerpen blijkt dat – dixit De Standaard – het “verzuild zorglandschap” te zijn. Als sector wensen de mutualiteiten en de zorgkassen zich uitdrukkelijk te distantiëren van deze kwalijke framing en misleidend taalgebruik. Op zich is een subsidieregister een goed en zelfs lovenswaardig initiatief in functie van transparantie en goed beheer van overheidsmiddelen, maar de voorwaarde is wel dat het correcte informatie en interpretaties weergeeft. Want wat het subsidieregister niet vertelt, is dat deze “subsidies” bijna uitsluitend de overheidsmiddelen zijn die worden aangewend voor het financieren van onder andere de geleverde zorg in ouderenzorgvoorzieningen, de Vlaamse revalidatie, de Vlaamse geestelijke gezondheidszorg en de begeleidingsequipes palliatieve zorg, … voor dat deel dat niet gedekt wordt door de dagprijs die bewoners/gebruikers zelf betalen. En wat het subsidieregister ook niet vertelt, is waar dat geld vandaan komt. En laten we alvast die illusie doorprikken, het geld is geen eigendom van de Vlaamse overheid die het gul uitdeelt. Het is geld van ons allemaal, dat we bijdragen via onze belastingen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat die belastingen ons allemaal ten goede komen, bijvoorbeeld voor de organisatie van onze zorg. En dat is net waar zoveel organisaties uit het middenveld, waaronder de ziekenfondsen en zorgkassen, zich elke dag voor inzetten. Omdat wij transparantie even belangrijk vinden als de Vlaamse overheid, willen wij graag enkele voorbeelden geven van wat ziekenfondsen en zorgkassen realiseren met het geld van de Vlaamse burger. Voor het verblijf in een woonzorgcentrum betaalt een bewoner zelf maandelijks ongeveer 2.000 euro. Zonder tussenkomst van die vermeende “subsidies” voor de zorg die tijdens het verblijf wordt geleverd, zou dat meer dan het dubbele zijn. En dat geldt voor alle duidelijkheid voor alle 1.500 Vlaamse ouderenvoorzieningen, of ze nu openbaar zijn, non-profit of commercieel.Wie gebruik maakt van Vlaamse residentiële revalidatie, betaalt daarvoor ongeveer 46 euro uit eigen zak voor de eerste dag en ongeveer 19 euro per dag vanaf de tweede dag. Zonder de aanvullende “subsidies” zou een verblijf in residentiële revalidatie tot tientallen keren duurder uitvallen voor de patiënt. Daarvoor dienen dus deze subsidies, en niet voor het financieren van eigen instituties en uitbatingen, zoals het artikel van De Standaard doet uitschijnen. Het zijn de zorgkassen die in Vlaanderen zorgen voor een correcte uitbetaling van deze middelen aan de voorzieningen, voorjuiste informatie aan burgers, voor controles, en voor belangenbehartiging voor al wie in Vlaanderen nood heeft aan zorg. De zorgkassen doen zelfs nog meer dan dat: Zo maken zij het onder andere mogelijk dat alle bewoners van woonzorgcentra automatisch recht hebben op het zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden dat maandelijks 135 euro bedraagt (een bedrag dat ze zelf overigens nog altijd te laag vinden voor zorgbehoevende burgers, en dat zelfs niet eens deel uitmaakt van de inventaris in het subsidieregister…). Als samenleving van mensen die het goed met elkaar voor hebben, moeten we net fier zijn op de bedragen die in de lijstjes van het Vlaamse subsidieregister genoemd worden. Het is een goede zaak dat er 7,3 miljard euro besteed wordt aan het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin omdat deze middelen rechtstreeks ten goede komen van de gezondheid en het welzijn van elke Vlaamse burger via broodnodige voorzieningen, dienst- en hulpverlening. We moeten helaas zelfs vaststellen dat dit nog niet voldoende is om een toereikend en betaalbaar zorgaanbod te voorzien voor iedereen. Ziekenfondsen en zorgkassen (én de ruimere zorgsector) kaarten dit met de regelmaat van de klok aan, en zullen dit ook blijven doen. Dat is onze rol als belangenbehartiger voor iedereen, en die rol nemen we uitdrukkelijk op. Dat is wat burgers met een zorgvraag of zorgnood, hun mantelzorgers, zorgverleners en uiteindelijk alle Vlaamse belastingbetalers van ons verwachten. Ondertekend door de leden van het Vlaams Intermutualistisch College (de Vlaamse ziekenfondsen en hun zorgkassen) Lees het volledige persbericht (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

26-01-2023

Persberichten
Solidaris vindt 1 miljard om te herinvesteren in de gezondheidszorg

... en bindt strijd aan tegen overwinsten op geneesmiddelen Solidaris komt op donderdag 26 januari 2023 naar buiten met de studie ‘Een rechtvaardige prijs voor geneesmiddelen’. Hiermee toont het ziekenfonds aan dat de sociale zekerheid jaarlijks een miljard euro kan besparen en herinvesteren als farmaceutische bedrijven een gerechtvaardigde prijs zouden vragen voor hun geneesmiddelen. Een besparing ten voordele van de toegankelijkheid van onze gezondheidszorg en dus de gezondheid van alle burgers. ’Calculator’ berekent juiste prijs Over hoe de prijzen van geneesmiddelen vandaag tot stand komen, heerst veel onduidelijkheid. Als reactie hierop heeft het internationale AIM (Association Internationale de la Mutualité), in nauwe samenwerking met Solidaris, een berekeningsmodule of ‘calculator’ ontwikkeld om rechtvaardige en transparante prijzen voor innovatieve geneesmiddelen te berekenen. De ‘calculator’ berekent een billijke, evenwichtige en rechtvaardige prijs voor zowel de sociale zekerheid als voor de farmaceutische bedrijven die de geneesmiddelen op de markt brengen. De ‘calculator’ houdt rekening met de volgende parameters: onderzoek- en ontwikkelingskost, productie en algemene kosten, verkoop en medische info, basiswinst, innovatiebonus. 1 miljard per jaar Dit model werd toegepast op 7 geneesmiddelen, die relevant zijn voor zeldzame aandoeningen en snelgroeiende domeinen zoals kanker, diabetes type 2 … Het resultaat is duidelijk: we betalen tussen de 5 en 18 keer de gerechtvaardigde prijs voor kanker- en weesgeneesmiddelen en tot 3 keer de prijs voor meer gangbare behandelingen. Bij een rechtvaardige prijs zou onze sociale zekerheid 4 keer minder betalen voor alle innovatieve geneesmiddelen. 1 miljard euro, of 20 % van de geneesmiddelenuitgave kan ons land zo elk jaar herinvesteren. De ziekteverzekering besteedt in België meer dan 5,4 miljard euro per jaar aan geneesmiddelen. Vooral nieuwe medicijnen zijn duur, waarbij kankerbehandelingen tienduizenden euro's kosten en behandelingen voor zeldzame ziekten honderdduizenden euro's per jaar. De vraag is niet of patiënten het recht op dergelijke dure geneesmiddelen moeten behouden. De vraag is: “Moeten die geneesmiddelen zo duur zijn?” Bovendien gaan de prijzen voor geneesmiddelen gestaag omhoog. Niet alleen omdat de kosten stijgen, maar omdat farmaceutische bedrijven steeds meer aanrekenen en de minister van volksgezondheid de middelen niet heeft om beter te onderhandelen. De ‘juiste prijs-calculator’ zal helpen bij die onderhandelingen. Van petitie naar wetsvoorstel Daarom beveelt Solidaris aan om de AIM-toepassing ‘de juiste prijs’ te gebruiken als onderhandelingselement voor de prijs van nieuwe geneesmiddelen in België. Om dit model in de wet te integreren, lanceert Solidaris een grote burgerpetitie met als doel het debat te openen over gerechtvaardigde prijzen van geneesmiddelen en de overwinsten die farmaceutische bedrijven maken. Met 25 000 handtekeningen kunnen we een wetsvoorstel op de agenda van de kamer zetten. België kan niet in zijn eentje transparante en lagere prijzen voor geneesmiddelen introduceren. Daarom vraagt Solidaris dat ons land gebruikmaakt van het voorzitterschap van de Europese Unie om het thema op de agenda te zetten en het debat op gang te brengen over het invoeren van een eerlijk en rechtvaardig prijsmodel op Europees niveau. Ten slotte ontwikkelde het ziekenfonds, i.s.m. het onafhankelijk webmedium Tout Va Bien, een documentaire die de problemen met betrekking tot de juiste prijs van geneesmiddelen op heldere wijze uiteenzet. Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris: "Deze geneesmiddelencampagne is noodzakelijk, niet alleen om de geneesmiddelen toegankelijk te houden, maar de hele gezondheidszorg. De overwinsten van farmaceutische bedrijven bereiken recordniveaus. Gezien de sociale en economische context is het van essentieel belang om de middelen te halen waar dit kan. Als werkgevers vragen de lonen te bevriezen, zie ik niet in waarom we niet kunnen beginnen met het recupereren en herinvesteren van overtollige winsten.” Download het persbericht (.pdf) Lees de volledige studie (.pdf) Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

10-01-2023

Persberichten
Bescherming zieken en sociaal zwakkeren primeert op absolute vrije tariefbepaling

Het akkoord tussen artsen en ziekenfondsen over de tariefafspraken wordt dan toch niet eenzijdig opgeblazen. “De bescherming van mensen met een laag inkomen, die bovendien gezondheidsproblemen kennen, wordt nu door iedereen als een evidentie beschouwd. Het risico op onderconsumptie neemt immers dramatisch toe wanneer de ziektekosten hoog oplopen door onder meer het vragen van supplementen. Vorig jaar werd na raadpleging van de Medicomut, op initiatief van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke, een wet gestemd die supplementen in de ambulante zorg verbiedt voor patiënten met een verhoogde tegemoetkoming (VT). Een goede zaak voor kwetsbare patiënten die deze extra sociale bescherming kunnen gebruiken, aldus Solidaris. Het artsensyndicaat BVAS ging echter in verzet omdat niet-geconventioneerde artsen zich dan voor bepaalde patiënten ook aan de tariefafspraken moeten houden. BVAS wou het Medicomut-akkoord, waarin ziekenfondsen en artsen voor 2 jaar de tarieven van geconventioneerde artsen vastleggen, eenzijdig opzeggen omdat ze meenden dat deze beslissing eenzijdig werd genomen en dat de ruimte voor overleg hen werd ontnomen. Niets bleek minder waar: minister Vandenbroucke heeft tijdens een ultiem overleg met ziekenfondsen en artsenvertegenwoordigers herhaald wat hij in het parlement, tijdens het tot stand komen van de betreffende wet, heeft verklaard: de maatregelen zouden pas ingaan in 2024, dus zonder impact op het lopende akkoord en bovendien onderstreepte de minister dat overleg over extra inhoudelijke modaliteiten in het Medicmut overleg voorzien was. “Het is dan ook jammer dat het tot deze confrontatie moest komen,” vindt Callewaert. Meer bereidwilligheid tot luisteren vanuit het artsensyndicaat had dit kunnen voorkomen. In tegenstelling tot wat de vertegenwoordigers van BVAS beweren was er wél overleg geweest en ook nog voorzien. Ze stonden uiteindelijk ook helemaal alleen in hun interpretatie. “Vrije tariefbepaling mag niet op kap van meest kwetsbare patiënten. Het gezond verstand zegeviert”, reageert Solidaris tevreden. Daarnaast werd ook duidelijk dat er zeer veel op het spel stond bij het opzeggen van dit akkoord. Bvas stelde vast dat hun demarche alleen maar verliezers zou kennen. Niet in het minst hun eigen achterban. Maar ook de tariefzekerheid voor de patiënten en geplande investeringen in de gezondheidszorg zouden verloren gaan. Dit alles overtuigde Bvas om uiteindelijk de procedure in te trekken. Paul Callewaert, algemeen secretaris van het socialistisch ziekenfonds Solidaris, reageert: “Dat inhoud primeert en de bescherming van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving voorgaat op het principe van absolute vrije tariefbepaling door artsen, is een goede zaak.” Het verbod op supplementen voor patiënten met een verhoogde tegemoetkoming zal de meest kwetsbaren – precies die groep die het in deze tijd van ongeziene inflatie en astronomische energiefacturen zo moeilijk heeft – beschermen tegen hoge gezondheidskosten buiten het ziekenhuis. Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisG 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be