Persberichten

15-11-2024

Persberichten
17 000 Solidaris-leden kregen in oktober betere terugbetaling

Dankzij automatische toekenning van verhoogde tegemoetkoming lage inkomens In oktober kregen 17 000 van onze leden automatisch het recht op verhoogde tegemoetkoming (VT). Het gaat om mensen die hier eigenlijk recht op hebben, maar vanwege administratieve drempels geen erkenning hadden aangevraagd. Sinds 1 oktober kunnen ziekenfondsen voor bepaalde groepen namelijk zelf een inkomstenonderzoek opstarten en het VT-recht automatisch toekennen. In onze ziekteverzekering betalen patiënten gemiddeld 20 tot 25% van de kosten uit de eigen portemonnee. Die eigen bijdrage is niet voor iedereen gelijk. Wie een lager inkomen heeft of in een kwetsbaar sociaal statuut valt, betaalt bij de dokter of in het ziekenhuis minder zelf. Die persoon heeft dan recht op een verhoogde tegemoetkoming (VT) van de ziekteverzekering. Om van dat VT-statuut te genieten, heb je wel een erkenning nodig. Sommige groepen krijgen die automatisch, andere moeten bij het ziekenfonds die erkenning aanvragen. Daardoor blijft het recht al jaren onderbenut bij mensen die er wel nood aan hebben. In een studie van het KCE uit 2020 blijkt dat 1 op de 3 van de mensen met een armoederisico geen VT-erkenning heeft. Mijlpaal administratieve vereenvoudiging Solidaris zet zich al langer in om de toekenning van het VT-recht administratief eenvoudiger te maken en indien mogelijk automatisch toe te kennen. Sinds 1 oktober mogen we ambtshalve een inkomstenonderzoek opstarten voor invaliden en voor personen die 3 maanden werkloosheidsuitkering, een ziekte-uitkering of een combinatie van beide krijgen. Dat gebeurt via consultatie van hun gegevens in de KSZ-databanken. Die mensen hoeven niet meer fysiek naar het loket te komen om die inkomstencontrole aan te vragen en allerhande papieren documenten voor te leggen. Het proces verloopt volledig automatisch en digitaal. Na 1 maand heeft de nieuwe maatregel voor 17 000 Solidaris-leden al een verschil gemaakt. Ze kregen automatisch het recht op verhoogde tegemoetkoming toegekend nadat we in de beschikbare databanken nagekeken hebben of hun inkomen onder de toepasselijke drempel ligt. Net als voor alle andere leden die het recht op VT genieten, zullen we jaarlijks nakijken of ze aan de inkomensvoorwaarde blijven voldoen. “Dit is een mijlpaal in de administratieve vereenvoudiging”, vindt Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris. “Dankzij de automatische toekenning kunnen we wie er recht op heeft, maar in de regeltjes vastloopt, makkelijker helpen. Sociale voordelen zijn maar beter geen administratief doolhof. We vinden het belangrijk om daar als ziekenfonds ons steentje toe bij te dragen.” Lees het volledige persbericht als PDF Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

13-11-2024

Persberichten
1 op de 2 peuters stelt het eerste tandartsbezoek te lang uit

Solidaris, stad Antwerpen en Rebelle dichten de tandzorgkloof op het terrein Nergens is de gezondheidskloof duidelijker dan in de tandzorg. Om die kloof te dichten, zoekt Solidaris met partners zoals de stad Antwerpen en Rebelle vzw het terrein op. Door lokale samenwerkingen zoals bijvoorbeeld in een proefproject op het Kiel in Antwerpen en met gerichte acties wijzen we kinderen van kleinsaf de weg naar een gezond gebit. In de Antwerpse volkswijk het Kiel loopt een bijzonder project. Solidaris probeert er samen met Rebelle en de Stad Antwerpen het belang van preventieve tandzorg te beklemtonen. In bepaalde gevallen gaat dat zelfs tot het maken van afspraken bij een tandarts die de tarieven respecteert. Ook in Gent zijn we met Rebelle betrokken bij wijkgerichte mondzorgscreenings. Zulke acties zijn broodnodig want de gezondheidskloof ontstaat in de tandzorg al op jonge leeftijd. Dat toonde Solidaris in diverse studies al aan. Zo bleek bijvoorbeeld dat dure orthodontie in de lagere inkomensgroepen minder wordt opgestart vanwege de hoge kostprijs. Ook in de basistandzorg Helaas is de kloof niet enkel voelbaar bij gespecialiseerde behandelingen zoals orthodontie. Ook in de basistandzorg valt er niet naast te kijken. Want hoewel preventief tandartsbezoek tot 19 jaar volledig wordt terugbetaald, vinden kinderen uit gezinnen met recht op verhoogde tegemoetkoming[1] moeilijker de weg naar de tandarts. Volgens cijfers van de IMA-Atlas verdubbelde het afgelopen decennium het percentage peuters (3 tot 4-jarigen) dat naar de tandarts ging voor een tweejaarlijkse controle. Over een periode van 2 jaar bezoekt nu 47,5%  van de peuters in ons land een tandarts. Het slechte nieuws is dus: 1 op de 2 peuters stelt zijn eerste tandartsbezoek nog steeds uit. In kwetsbare gezinnen lijkt dat fenomeen duidelijk nog meer te spelen. In 2022 maakten peuters uit kwetsbare gezinnen duidelijk minder gebruik van preventieve mondzorg (zie tabel). Mogelijke oorzaken zijn: digitale ongeletterdheid, onwetendheid over het belang van preventieve tandzorg, financiële drempels of problemen met taal. Het belang van poetsen Meer dan de helft van de kinderen tot 8 jaar poetsen hun tanden onvoldoende. Al vallen melktanden bij opgroeiende kinderen uit, poetsen vanaf het eerste tandje helpt wel degelijk om tandproblemen op latere leeftijd te voorkomen. Door te poetsen verwijder je tandplak, terwijl de fluoride in tandpasta de tanden beter beschermt. Naast poetsen is het voorts aan te raden om al op jonge leeftijd voor preventieve tandzorg naar de tandarts te trekken. Dat doe je best vanaf 2 jaar. Helaas stellen 8 op de 10 ouders het eerste tandartsbezoek van hun peuter te lang uit. Solidaris verkleint tandzorgkloof op het terrein De kloof dichten, doe je op het terrein. Daarom trekt Solidaris de kaart van lokale samenwerkingen en gerichte acties. We zijn blij deel uit te maken van het Antwerpse proefproject waarin mondhygiëniste Carolina Monroy Beltran inzet op bewustmaking via tandscreenings. In de consultatiebureaus van onze partnerorganisatie Rebelle gaat ze het gesprek met prille ouders aan. Ze beklemtoont er het belang van preventieve tandzorg en maakt waar nodig een afspraak met een tandarts die de conventietarieven respecteert. Aan de ouders die met hun baby in een van de consultatiebureaus van Rebelle langskomen, geeft Solidaris bovendien een gratis pakket voor gezonde tanden. Daarin zitten: een tandenborstel, een beker en een folder met poets-tips. Zo nemen we kinderen van kleins af aan mee in een traject naar gezonde tanden. De consultatiebureaus die Rebelle organiseert in opdracht van Kind & Gezin zijn erkend en worden gesubsidieerd door het Agentschap Opgroeien. Jonge ouders gaan er doorgaans te rade voor het opvolgen van de ontwikkeling en gezondheid van hun baby. Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris, benadrukt dat het project tegemoet komt aan fundamentele noden in de tandzorg. “Het tekort aan tandartsen en de meerkosten die supplementen kunnen veroorzaken, liggen mee aan de basis van een groeiende tandzorgkloof”, zegt hij. “Mondhygiënisten zoals in een Antwerps pilootproject op het Kiel kunnen de schaarste in de tandzorg helpen te verlichten. Bovendien blijkt uit de ervaringen op het terrein nog maar eens dat een verbod op supplementen in de tandzorg voor mensen uit kwetsbare gezinnen geen luxe is, maar strikt noodzakelijk voor onze volksgezondheid.” Ter info Rebelle vzw is een partnerorganisatie van Solidaris. Ze verhoogt het welzijn van vrouwen* via thema’s die behoren tot hun leefwereld. Rebelle brengt vrouwen op een innovatieve en laagdrempelige manier samen, inspireert en verbindt hen, en komt op voor hun belangen. Daarnaast zorgt Rebelle er mee voor dat kinderen gelijke ontwikkelingskansen krijgen en dat ouders en opvoeders een luisterend oor vinden en hun stem kunnen laten horen. Daarom is Rebelle organisator van 52 consultatiebureaus in Vlaanderen. Die staan in voor het opvolgen van de groei en ontwikkeling van kinderen van 0 tot en met 3 jaar. INTUSSEN OP HET TERREIN Een veelbelovend pilootproject in Antwerpen “Wie minder taalvaardig is in het Nederlands, vindt moeilijker de weg naar een tandarts”, getuigt mondhygiëniste Carolina Monroy Beltran. Zij doet in het consultatiebureau van Rebelle in de Antwerpse volkswijk het Kiel geregeld screenings tandzorg. De screenings op het Kiel zijn een pilootproject van de dienst Gezondheid van de stad Antwerpen. Niet enkel op het Kiel maar ook in Antwerpen-Luchtbal en Antwerpen-Noord lopen er screenings. In het Antwerpse pilootproject spelen de mondhygiënisten vooral een faciliterende rol. Ze informeren en doen een eerste medische controle. Zegt Caroline Monroy Beltran: “Ik heb een lijstje met tandartsen die de officiële tarieven aanrekenen. Zodra mensen weten dat ze voor hun kinderen geen voorschotten hoeven te betalen en zich geen zorgen over een oplopende factuur moeten maken, vinden ze de weg naar de tandarts meestal wel. Vaak hebben ze gewoon een klein duwtje in de rug nodig.” In andere steden lopen er ook initiatieven met mondhygiënisten in de consultatiebureaus van Rebelle. “In Gent zijn 2 van onze consultatiebureaus betrokken bij het project Gaatjesvrij. We stellen daar onze locatie ter beschikking voor wijkgerichte mondzorgscreenings. Op die manier helpen we op het terrein de tandzorgkloof te verkleinen”, zegt Katrien Van Riet, teamverantwoordelijke van de consultatiebureaus bij Rebelle. Lees het volledige persbericht in PDF Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be [1] Patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming, betalen bij de artsen en voor medische ingrepen een kleinere eigen bijdrage voor hun zorg. Het zogenoemde remgeld ligt voor hen dus lager.

09-11-2024

Persberichten
Ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans gehalveerd

Analyse Solidaris toont impact van gedeeltelijke supplementenverbod Dankzij het vorig jaar ingevoerde supplementenverbod voor CT-scans en MRI-scans betalen patiënten duidelijk minder ereloonsupplementen. “We zijn blij met de daling. Aan de andere kant betreuren we dat sommige ziekenhuizen de nieuwe regels proberen te compenseren door vaker andere en hogere supplementen te vragen. We zullen met die ziekenhuizen in overleg gaan om deze vaststellingen in detail te bespreken”, besluit algemeen secretaris Paul Callewaert. Sinds 4 december 2023 gelden er strengere regels voor ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans. De nieuwe regels kwamen er omdat ziekenhuizen voor deze zogenaamde zware medische beeldvorming bijna systematisch ereloonsupplementen vroegen. Dat ondergroef de toegankelijkheid. We hebben de facturen van Solidaris-leden geanalyseerd om na te gaan of ziekenhuizen en radiologen de nieuwe regels respecteren. Bovendien evalueerden we de impact op de betaalbaarheid voor de patiënt. Als basis voor de analyse namen we de facturen die onze leden kregen voor medische beeldvorming. We vergeleken de periode van december 2023 tot april 2024 met de periode van december 2022 tot april 2023. Dat zijn de eerste vijf maanden sinds het gedeeltelijke supplementenverbod van kracht werd. Daling ereloonsupplementen Dankzij het vorig jaar ingevoerde supplementenverbod voor CT-scans en MRI-scans betalen patiënten duidelijk minder en veel minder vaak ereloonsupplementen. Zo zien we bij onze leden het aantal aangerekende supplementen voor zware medische beeldvorming dalen met 69,4%. Tijdens de eerste vijf maanden sinds de maatregel van kracht werd, hebben onze leden ongeveer 1,2 miljoen euro minder betaald voor ereloonsupplementen bij CT-scans en MRI-scans. Dat is jaar op jaar een daling met 53,3%. Op basis van deze resultaten en de marktaandelen van Solidaris berekenden we dat voor de hele bevolking het gedeeltelijke supplementenverbod op jaarbasis de factuur voor ereloonsupplementen CT-scans en MRI-scans met 11 miljoen euro zou laten dalen. Verschuivingen bij radiologen Toch stellen we vast dat sinds de invoering van de strengere supplementenregeling, bepaalde ziekenhuizen en artsen de daling proberen te compenseren. Ze doen dat door: meer supplementen te vragen voor andere medische beeldvorming zoals een klassieke röntgenfoto of een echografie. Van 8 tot 18:00u de regels van het supplementenverbod te respecteren, maar daarbuiten als aan de voorwaarden is voldaan juist een hoger supplement dan voordien aan te rekenen. Voor onze leden gaat het over de eerste vijf maanden om een compensatiebedrag van 354 541 euro over de eerste vijf maanden. Voor een heel jaar en voor de hele bevolking zou dat volgens onze schatting neerkomen op 3,6 miljoen euro TABEL 1 Evolutie van de globale inkomensbronnen medische beeldvorming [Bij Solidaris-leden in België; dec 2022 – april 23 vergeleken met dec 23 - april 24] Omschrijving 2022-20232023-2024EvolutieZware medische beeldvorming (ZMB)Aantal prestaties ZMB507 274517 929+2,1%Aantal prestaties met ZMB met supplementen91 44027 973-69,4%Bedrag voor honoraria ZMB€ 68 567 474€ 74 287 424+8,2 %Bedrag supplementen ZMB€ 2 201 981€ 1 028 597-53,3%Andere prestaties Radiologie (Rx)Aantal andere prestaties2 640 126 2 699 110 +2,2%Aantal supplementen op andere prestaties RX210 809 242 226 -17,7%Bedrag honoraria andere Rx€ 84 807 163 € 90 633 745 +6,9%Bedrag supplementen andere Rx€ 1 868 698 € 2 223 239 +19,0%Totaal prestaties Radiologie (Rx) en ZMBAantal prestaties3.147.4003.217.039 +2,2%Aantal supplementen385.687 270.199 -29,9%Bedrag honoraria€ 153.374.637 € 164.921.169+7,5%Bedrag supplementen€ 4.070.678 € 3.251.836-20,1% Als we de daling en de verschuivingen bij elkaar optellen, zien we nog altijd een positieve impact van de nieuwe regels. Radiologen en ziekenhuizen rekenen minder vaak ereloonsupplementen aan. Voor alle vormen van medische beeldvorming samen zien we bij onze leden 30% minder gevallen waarbij supplementen worden aangerekend. Ze besparen zo in vijf maanden 818 843 euro of 20% op de supplementen van alle radiologie samen. Als we dat extrapoleren voor heel België en over de termijn van 12 maanden, dan schatten we dat dit de supplementen voor medische beeldvorming met 7,4 miljoen per jaar zou laten dalen. Zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris: “De eindbalans is dus positief, want we zien een aanzienlijke daling van de supplementen. Voor dringende en noodzakelijke medische beeldvorming blijft zo de financiële toegankelijkheid gegarandeerd. Daar zijn we als belangenbehartiger voor de patiënt blij mee.” Regionale en provinciale verschillen De supplementen zware medische beeldvorming zijn vooral een Vlaams fenomeen. Ondanks een stijging van het aantal ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans over de taalgrens, blijft Vlaanderen verantwoordelijk voor 84,6% van de ereloonsupplementen. Voor het supplementenverbod was dat 85,5%. De leden in het Brussels Gewest nemen 12,2% voor hun rekening terwijl dat voorheen 13,9% was. Het Waals Gewest ziet zijn aandeel stijgen van 0.6% naar 3,2%. TABEL 2 Aantallen ereloonsupplementen CT- en MRI-scans per gewest [Aangerekend aan Solidaris-leden, 22-23 vergeleken met 23-24] Omschrijving2022-20232023-2024EvolutieVlaanderen78 16823 688-69,7%Brussel12 7113 400-73,3%Waals Gewest561885+57,8% In alle provincies heeft de nieuwe supplementenregeling een positieve impact op het aantal aangerekende supplementen voor CT-scans en MRI’s. Houden we rekening met de compensatiemechanismen, dan zien we verschillen per provincie. Zo stijgen in de meeste provincies wel de supplementen voor andere radiologieprestaties dan CT- en MRI-scans. Uitzondering is West-Vlaanderen waar ze 40% dalen. De mate waarin de gevraagde supplementenbedragen stijgen, verschilt ook naargelang de provincie. Hier springt West-Vlaanderen negatief in het oog, al is dat vooral te wijten aan 1 ziekenhuis. Verder maken Oost-Vlaamse ziekenhuizen het meeste gebruik van dit mechanisme. Volgzame en hardleerse ziekenhuizen Tussen individuele ziekenhuizen is er een grote variatie. Aan de ene kant staan de modelleerlingen die al voor de nieuwe regeling nagenoeg zonder supplementen werkten. Een tweede categorie zijn de volgers die hun omgang met supplementen aanpasten, wat naar de geest van de regeling een daling aan supplementen meebrengt. Daartegenover staan problematische ziekenhuizen die de supplementendaling gedeeltelijk of (zelfs meer dan) helemaal compenseren. Heel wat ziekenhuizen tonen dat het zonder of met veel minder supplementen kan. Voorbeelden zijn de universitaire ziekenhuizen in Gent en Leuven, maar ook het Jan-Palfijnziekenhuis in Gent of het Mariaziekenhuis van Overpelt. In deze ziekenhuizen rekenden de radiologen net als vorig jaar nauwelijks ereloonsupplementen aan. Andere ziekenhuizen compenseren het gedeeltelijke supplementenverbod. In veel gevallen stijgt de globale factuur voor medische beeldvorming bij die groep. Bijvoorbeeld AZ Klina in Brasschaat vraagt niet langer supplementen voor CT-scans en NMRI’s, maar rekent nu wel supplementen op de forfaits en op andere beeldvorming zoals röntgen en echografieën. Bij het AZ delta in Roeselare daalt het aantal scans met ereloonsupplement met 64 %, maar tegelijk zien we het globaal aangerekende bedrag aan supplementen jaar op jaar met 45% stijgen. Bij het AZ Sint Lucas in Gent zien we een zelfs een vertienvoudiging van het bedrag aan supplementen voor beeldvormingsonderzoeken zoals röntgen en echo’s, bovendien stijgt ook het aangerekende bedrag aan ereloonsupplementen voor CT- en MRI-scans. Het resultaat is bijna een verdubbeling van het aangerekende supplementenbedrag in de radiologie. Het AZ Vesalius in Tongeren laat een substantiële daling van de supplementen zware medische beeldvorming zien, maar noteert tegelijk wel een exponentiële stijging van het supplementenbedrag. Het ziekenhuis vraagt dus minder vaak supplementen, maar als het er vraagt, vraagt het hogere supplementen. Conclusies & aanbevelingen Uit onze analyse komt duidelijk naar voren dat een aanzienlijk deel van de ziekenhuizen weinig of geen supplementen vraagt. Zij tonen aan dat het vragen van supplementen niet nodig is en zijn de referentie op het vlak van toegankelijke gezondheidszorg. We stellen voorts vast dat het gedeeltelijke supplementenverbod op CT- en MRI-scans wel degelijk impact heeft op de patiëntenfactuur. Onze leden betalen duidelijk minder supplementen. De kwalijke trend van systematisch supplementen voor scans te vragen, is daarmee doorbroken. Minder positief is de vaststelling dat een aantal ziekenhuizen compensatiegedrag vertoont. Zij vragen vaker supplementen op andere prestaties en hogere supplementen in de gevallen dat supplementen voor een scan wel nog mogelijk zijn. Het bilan van de nieuwe regeling is positief, maar wat doen we met de ziekenhuizen die het inkomstenverlies compenseren door hogere en andere supplementen? We zullen de ziekenhuizen waar we compensatiegedrag vaststellen, confronteren met de resultaten. In de gemeentebesturen die ziekenhuizen (mede-)beheren, vragen we extra aandacht voor deze problematiek. We zullen patiënten er op blijven wijzen dat supplementen voor scans buiten de kantooruren niet de norm zijn. Zolang ze zelf de voorgestelde data van het ziekenhuis niet wensen te vervroegen of wijzigen, mogen ze niet.Zoals we in een intermutualistische brief eerder dit voorjaar al aankondigden, blijven we erop toezien dat ziekenhuizen zich hier aan de regels houden. Bovendien blijven we de patiënten informeren hoe ze het best supplementen kunnen vermijden. We vragen de volgende regering om de lopende hervormingen in de financiering van de ziekenhuizen en de hervorming van de nomenclatuur voort te zetten, in de wetenschap dat het noodzakelijk is om in voldoende investeringen voor de gezondheidszorg te blijven voorzien. Ten slotte toont onze analyse aan dat een globale aanpak van supplementen nodig blijft om te vermijden dat een selectieve beperking van supplementen leidt tot hogere supplementen elders. Paul Callewaert: “Meer supplementen op gewone medische beeldvorming vragen of hogere supplementen aanrekenen om een regeling ter bescherming van de patiënt te omzeilen, dat zijn praktijken die we een halt willen toeroepen. Ziekenhuizen en radiologen die dat doen, nemen beter een voorbeeld aan collega’s die tonen dat het ook zonder supplementen kan. Op die manier blijft de toegankelijkheid tot zware medische beeldvorming voor iedereen gegarandeerd. Wij willen hierover het overleg hierover met individuele ziekenhuizen aangaan. We verscherpen onze analyses en blijven dit van nabij opvolgen.” Lees de volledige analyse inclusief de bijlagen in dit pdf-bestand Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be Bijlagen Bijlage 1: Achtergrond en methodologie Bijlage 2: Globale inkomstenbronnen medische beeldvorming Bijlage 3: Globale financiële impact 2023-2024 per provincie en per ziekenhuis Bijlage 4: Aantallen en gemiddelde supplementen per type beeldvorming

11-10-2024

Persberichten
’We moeten gender bias in het zorgsysteem serieus nemen’

Dat zegt minister Frank Vandenbroucke tijdens symposium Solidaris en Rebelle Brussel, 11 oktober 2024 - We hebben nood aan een zorgsysteem dat oog heeft voor sekse- en genderverschillen. Dat is het besluit van een druk bijgewoond symposium over gendersensitieve zorg. Organisatoren waren Solidaris en Rebelle. Ook federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke en het Vlaams regeerakkoord erkennen dat er een inhaalbeweging nodig is.  De cijfers liegen er niet om: vrouwen lopen 33% meer risico om door medicatiebijwerkingen in het ziekenhuis te belanden en hebben twee keer zoveel kans om te overlijden aan een hartaanval in vergelijking met mannen. Toch blijft de gezondheidszorg grotendeels gebaseerd op een mannelijke norm, met verstrekkende gevolgen. Dit gebrek aan genderspecifieke zorg kwam uitgebreid aan bod tijdens het symposium.   Daarom brachten Solidaris en Rebelle 125 experts uit de zorg, wetenschap en beleidswereld samen voor een symposium over gendersensitieve zorg. Ze bespraken er hoe de genderongelijkheid in de zorg kan worden aangepakt.   De weg naar een gendersensitieve gezondheidszorg  Zo riep Laura Van Den Borre van Sciensano op tot een inhaalbeweging voor onderzoek naar vrouwspecifieke problemen. Dr. Loes Visser (PhD) vroeg aandacht voor de sekseverschillen bij de neveneffecten van geneesmiddelen. Terwijl dr. Berlinde von Kemp (MD) een vurig pleidooi hield voor een betere vertegenwoordiging van vrouwen in studies: “We zien nog altijd een ondervertegenwoordiging van vrouwen in wetenschappelijke onderzoeken, vooral op het gebied van hart- en vaatziekten. Nochtans is het onze taak als zorggemeenschap om onze patiënten een gezondheidszorg te bieden waarin we mannen en vrouwen een gelijkwaardige zorg verlenen. Dat zal niet eenvoudig zijn.”  In het ⁠panelgesprek, dat werd ingeleid door Dr. Sarah Ahannach werd dieper ingegaan op wat er gedaan kan worden om de geneeskunde in de toekomst wél gendersensitief en inclusief te maken.  Ze zegt: “We willen vrouwen de tools geven om hun eigen gezondheid in handen te nemen.” De rol van zorgverleners blijkt cruciaal. Van de paneldiscussie onthouden we dan ook dat de patiënt steeds betrokken dient te worden bij behandelingen en diagnose. Dat start vanuit een inclusieve aanpak, waarbij je je bewust bent van je eigen bias en waar transparante communicatie en oog voor de complexiteit van elk individu centraal staan. De kennis van reeds aanwezige studies zou bovendien centraal moeten staan in opleidingen en bijscholingen van zorgverleners.   Een gedeelde verantwoordelijkheid  De nieuwe Vlaamse regering neemt zich in haar regeerverklaring voor om een inhaalbeweging te stimuleren. Minister Frank Vandenbroucke overloopt tijdens het symposium de stappen die reeds werden genomen en wat de aandachtspunten zijn: “Of het nu gaat over menopauze, endometriose, ondersteuning van zwangere vrouwen of eetstoornissen, ik denk dat we (met het beleid) stappen aan het zetten zijn. Dat is maar het begin van het verhaal. "We moeten gender bias in het zorgsysteem au serieux nemen".  Voor Bart Demyttenaere, directeur van de studiedienst bij Solidaris, is dat de juiste richting. “We hebben een zorgsysteem nodig dat rekening houdt met sekse- en genderverschillen”, zegt hij. “Iedereen heeft recht op passende medische zorg en vooral op vergelijkbare gezondheidsuitkomsten.”  Zorgverleners, beleidsmakers en onderzoekers hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om van genderspecifieke zorg een prioriteit te maken. "Dit symposium is geen eindpunt, maar net een startschot," aldus Lien Willaert, stafmedewerker bij Rebelle. “We proberen het thema van gendersensitieve gezondheidszorg mee op de politieke agenda te zetten. Dat kunnen we niet alleen. Daarom willen we graag een interdisciplinair samenwerkingsverband oprichten. Samen met zorgprofessionals, experten op vlak van medisch onderwijs en beleidsmakers willen we een strategie uitwerken om van gendersensitieve gezondheidszorg in België een feit te maken. Wie hier wil aan bijdragen, kan met ons contact opnemen.”  Perscontact  Sarah Tertyschnikow | Rebelle vzw G 0484 42 23 69 | E sarah.tertyschnikow@rebelle-vzw.be  Tamara Vanparys | Rebelle vzw G 0478 50 48 23 | E tamara.vanparys@rebelle-vzw.be  Katrien De Weirdt | Woordvoerder Solidaris Roeland Byl | Stafmedewerker Pers T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be 

07-10-2024

Persberichten
Verzekeringscomité doet budgetvoorstel 2025:

'216 miljoen euro besparingsmaatregelen, maar patiënt en zorgverstrekker blijven beschermd Intermutualistisch persbericht Brussel, 7 oktober 2024 – Het Verzekeringscomité van het RIZIV, met vertegenwoordigers van ziekenfondsen, zorgverstrekkers en zorgvoorzieningen, kwam vandaag tot een begrotingsvoorstel gezondheidszorg voor 2025. Een moeilijke opdracht, gezien er 216 miljoen euro bespaard moet worden. “We kunnen met dit voorstel de bescherming van de patiënt vrijwaren. Onze gezondheidszorg mag niet aan toegankelijkheid inboeten,” zegt Luc Van Gorp, voorzitter van het Nationaal Intermutualistisch College (NIC). De besparingsmaatregelen gaan van kracht vanaf 1 januari 2025. “Het is de bedoeling dat we met deze maatregelen ook toekomstige overschrijdingen kunnen vermijden. De kwaliteit en toegankelijkheid van de gezondheidszorg blijven onze prioriteit, samen met het bevorderen van de gezondheid van elke burger, het welzijn van de zorgmedewerker, het optimaliseren van de zorg en het verminderen van onnodige kosten. We gaan énkel besparen waar we budget op een betere manier kunnen inzetten. Dat is de enige manier om de patiënten en de zorgverstrekkers te sparen,” aldus Van Gorp. Het Verzekeringscomité betreurt dat de huidige Europese budgettaire context geen enkele marge laat voor investeringen in sectoren waar de noden zeer hoog zijn, zoals de vroedvrouwen en de ziekenhuizen. Het Verzekeringscomité analyseerde en evalueerde de gezondheidszorguitgaven grondig. Hieruit worden de nodige lessen getrokken en bepaalde uitgaven een halt toegeroepen, met oog op de toekomst van het gezondheidszorgsysteem.Het is de bedoeling deze benadering, die vertrekt vanuit een constante verbetering van de zorg, ook voor de begrotingsprocedure van 2026 en volgende jaren te hanteren. Daarom pleit het Verzekeringscomité voor een goede coördinatie van het overleg tussen alle bevoegde organen rondom dit doel. Het is noodzakelijk dat alle stakeholders samenwerken en kennis opbouwen om de juiste beslissingen te nemen. De belangrijkste voorgestelde besparingen: • In de geneesmiddelensector zal er op drie manieren bespaard worden, voor een totaal van 113 miljoen euro. De prijs van weesgeneesmiddelen waarvoor er geen biosimilair of generiek alternatief is en die al minstens 12 jaar op de markt zijn, maar waarvan het patent wel vervallen is, moet met 20 procent naar beneden gezien het onderzoek al is afgeschreven. Het gaat hier over 9 miljoen euro; De kost van oncologische geneesmiddelen moet voor de ziekteverzekering met 88 miljoen euro omlaag. Dit in combinatie met een betere beheersing van deze gezondheidszorguitgaven; Ook het algemene volume van voorgeschreven geneesmiddelen moet dalen. Hierop zal 16 miljoen euro bespaard worden, onder andere door een hernieuwd engagement van artsen om rationeler voor te schrijven. • Op het vlak van artsenhonoraria wordt de vergoeding voor telefonische consultaties tegen 1 januari 2026 herzien met een overgangsperiode vanaf 1 januari 2025. Het huidige systeem op basis van betaling per prestatie, wordt stopgezet. Er komt een nieuwe forfaitaire vergoeding. Videoconsultaties blijven bestaan. Ook de vergoeding voor een aantal specifieke ingrepen zoals cerebrale angiografie wordt herzien.• Op implantaten wordt 10 miljoen euro bespaard.• In de tandzorg wordt 20 miljoen euro bespaard door een integratie van de DPSI-test (Dutch Periodontal Scoring Index) in het mondonderzoek en een aangepast tarief wanneer dit buiten het mondonderzoek gebeurt, in functie van de tijd die voor het onderzoek nodig is. “We zijn tevreden dat we met de mutualiteiten ook in moeilijke omstandigheden in het overlegmodel tot dit voorstel zijn gekomen. Het overlegmodel garandeert een toegankelijke en kwalitatieve zorg, vanuit de overtuiging dat gedragen sociaal beleid gezondheid en welzijn voor het grootste aantal mensen oplevert. Ook in uitdagende tijden met grote en complexe problemen loont gedegen overleg,” besluit Van Gorp. Op 21 oktober wordt het budgetvoorstel voorgelegd aan de Algemene Raad, waarin naast de vertegenwoordigers van de ziekenfondsen ook de sociale partners en de regering zetelen. Het NIC vraagt de regering om dit voorstel te volgen, gezien het een robuust en evenwichtig antwoord biedt op de huidige budgettaire context. Wat de toekomst betreft, dringt het NIC erop aan de projecties van de gezondheidszorguitgaven van het Planbureau (Promes-model) als referentie te gebruiken. De regering wordt gevraagd voldoende te investeren in de verplichte ziekteverzekering, om de kwaliteit van de zorg te behouden en de toegankelijkheid te verzekeren en om tegemoet te komen aan nieuwe behoeften in heel wat sectoren. De gezamenlijke vertegenwoordigers van de ziekenfondsen Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, Solidaris, Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, Landsbond van Liberale Mutualiteiten, Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen, Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail.

30-09-2024

Persberichten
Solidaris tevreden over miljardeninvestering in Welzijn en Zorg

Het socialistisch ziekenfonds Solidaris is tevreden over de miljardeninvestering in Welzijn en Zorg. “Vlaanderen werd stilaan een regio van wachten. Wachten op kinderopvang. Wachten op een woonzorgcentrum. Wachten op een persoonsvolgend budget. Wachten op jeugdzorg. We zijn ervan overtuigd dat de nieuwe Vlaamse regering met de extra investeringen en met hervormingen dit frustrerende wachtverhaal zal kunnen keren in een hoopvol zorg- en welzijnsverhaal”, stelt algemeen secretaris Paul Callewaert. De nieuwe Vlaamse regering investeert bijna 1 miljard extra in Welzijn en Zorg. In zorg voor kwetsbare jongeren. In zorg voor personen met een handicap. In extra en betere plaatsen in de kinderopvang. In geestelijke gezondheidszorg, in gezinszorg… Voor Solidaris is het een evidentie dat extra investeringen een conditio sine qua non zijn voor het warm en welvarend beleid dat de nieuwe Vlaamse regering ambieert. Vandaag stellen we al te vaak vast dat Vlamingen met een handicap niet de benodigde middelen krijgen voor goede zorg; dat kwetsbare personen met zorgnoden moeten wachten op hulp of dat jonge ouders geen plek in de kinderopvang vinden. Het ziekenfonds hoopt dat met de extra investeringen een trendbreuk is ingezet. "We zijn tevreden dat de nieuwe Vlaamse regering niet enkel naar de portemonnee maar ook naar de Vlaming die zorg nodig heeft, kijkt", beklemtoont algemeen secretaris Paul Callewaert. Het ziekenfonds schuift 3 prioriteiten naar voor waar ze het beleid aan zal toetsen.1) De vermindering van de wachtlijsten2) De verbetering van de betaalbaarheid van zorg en welzijn3) Het voorzien in betere arbeidsvoorwaarden voor het zorgpersoneel Solidaris zal constructief meewerken aan de hervormingen die nodig zijn om dit te bereiken. “Een samenleving die niet samen investeert in mensen die het nodig hebben, is een samenleving die achteruit gaat. Maar ook een samenleving die niet samen hervormt, is een samenleving die achteruit gaat", stelt Callewaert. Het ziekenfonds vindt het onder meer belangrijk dat de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap herbekeken wordt zodat de zorg die nodig is betaalbaar is. Het ziekenfonds is vragende partij om de organisatie van de gezinszorg te herzien zodat de verzorgenden hun tijd maximaal in de zorg voor hun cliënten kunnen stoppen en minder tijd in verplaatsingen moeten steken. Solidaris stelt voorts dat de zorgbehoefte centraal moet staan, en dat samengewerkt moet worden tussen de verschillende zorg- en welzijnsactoren over de sectoren heen. Het ziekenfonds vindt het ten slotte essentieel dat samen met de federale regering verder gewerkt wordt aan geïntegreerde zorg, zoals voor mensen met mentale problemen, met eetstoornissen, met dementie of met obesitas. Solidaris gaat in op de uitgestoken hand van de Vlaamse regering om samen te zorgen dat langdurig zieken waar mogelijk terug aan de slag kunnen in een aangepaste job of via een gerichte opleiding. Callewaert: “We zien dat steeds meer mensen langdurig ziek worden en hun job niet meer kunnen uitoefenen. Dat is een maatschappelijk probleem dat hervormingen op meerdere fronten vereist, onder meer door werkbaar werk te voorzien maar ook door goede begeleiding naar progressieve werkhervatting, een aangepaste job of een nieuwe opleiding. Als ziekenfonds hebben we hier met onze adviserend artsen en met onze terug-naar-werkcoördinatoren een belangrijke rol te spelen. We zullen hier de komende jaren versterkt op inzetten. De overheid vindt in ons ook een medestander om een datagericht beleid uit te werken met het oog op administratieve vereenvoudiging en geïntegreerde zorg.” Het ziekenfonds is tevreden dat de regering de rol van het middenveld erkent. “Het doet plezier te lezen dat middenveldorganisaties een fundamentele schakel in onze gemeenschap zijn en dat ze ruimte moeten krijgen om zelf hun pad te bepalen”, stelt Paul Callewaert. “We beseffen dat dit vertrouwen gepaard gaat met verantwoordelijkheid, en nemen deze handschoen graag op.” Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedeweker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be

25-06-2024

Persberichten
Meest geschikte ADHD-behandeling niet altijd terugbetaald

Terugbetalingskader ADHD is aan modernisering toe De helft van de psychiaters zegt vaak de meest geschikte ADHD-behandeling niet te kunnen voorschrijven. Dat blijkt uit een bevraging die Solidaris en Centrum ZitStil bij de Vlaamse kinderpsychiaters en pediaters heeft afgenomen. Ze zeggen voorts dat de bredere terugbetaling van geneesmiddelen nodig is en vragen terugbetaling voor niet-medicamenteuze behandelingen. Daarom pleit Solidaris voor de uitbouw van een ADHD-zorgtraject. Psychiaters die ADHD behandelen, vinden het bestaande terugbetalingskader voor ADHD te star. Dat valt te besluiten uit een bevraging die we in samenwerking met Centrum ZitStil, het kennis- en expertisecentrum ADHD, hebben gedaan. We stuurden de bevraging vanuit het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van artsen-specialisten (VBS) naar 555 psychiaters. Met108 volledig ingevulde vragenlijsten, was de responsgraad goed. Terugbetalingskader te star De meerderheid van de psychiaters in de bevraging geeft aan dat ze in de huidige terugbetalingsregeling niet de meest geschikte ADHD-medicatie kunnen voorschrijven. Bijna 1 op de 2 zegt vaak tot heel vaak in die situatie te zitten. Er zijn diverse vormen van ADHD. Een behandeling die voor iedereen werkt, bestaat niet. De bekendste remedie is methylfenidaat, in de volksmond beter bekend als rilatine. Daarvan zijn kortwerkende en langwerkende varianten beschikbaar. Bijna 1 op de 2 van de bevraagde psychiaters geeft aan vaak (28%) tot heel vaak (16%) twee verschillende vormen van methylfenidaat met elkaar te combineren. In die situatie is er slechts terugbetaling voor een van beide. Heel wat artsen benadrukken in de bevraging dat één vorm van methylfenidaat niet volstaat. Een minderheid vult de behandeling met methylfenidaat aan door een ander type ADHD-medicatie voor te schrijven. Dat gebeurt met guanfacine (11%), atomoxetine (15%) of lisdexamfetamine (19%). Betaalbaarheid kan beter De meerderheid (79%) van de bevraagde artsen zegt bovendien dat de kostprijs van een behandeling vaak tot heel vaak een impact heeft op de keuze van de ADHD-medicatie. Zo geeft de helft van hen aan dat een therapie met niet-terugbetaalde ADHD-medicatie vaak (38%) tot heel vaak (15%) niet opgestart wordt, of gestopt wordt om financiële redenen. Wie ouder is dan 18 jaar krijgt ADHD-medicatie niet terugbetaald. En dat is volgens de bevraagde artsen een tekortkoming van het terugbetalingsbeleid, omdat in meer dan de helft van de gevallen ADHD ook doorwerkt op jongvolwassen leeftijd. Bijna alle bevraagde artsen (94%) vinden daarom dat terugbetaling van methylfenidaat voor mensen met ADHD die ouder zijn dan 18 jaar nodig is. Onlogisch is voorts dat momenteel het goedkoopste methylfenidaat op de markt, Medikinet, in ons land niet wordt terugbetaald. Medikinet is bovendien niet enkel het goedkoopste methylfenidaat, het is ook verkrijgbaar in meer verschillende doseringen. Niet-medicamenteuze behandelingen Niet-medicamenteuze behandelingen zijn meestal duur en eerder schaars. Er is bovendien geen duidelijk terugbetalingskader. De meerderheid van de psychiaters denkt dat ze wellicht minder geneesmiddelen zouden voorschrijven als niet-medicamenteuze therapieën terugbetaald zouden worden. Toch schrijven ze nu al niet-medicamenteuze therapieën voor. Het vaakst gaat het om psycho-educatie over ADHD zelf (90%). Ook psycho-educatie over de medicatie (72%), oudertraining (67%), vaardigheidstrainingen (63%), psycho-educatie op school (58%) en cognitieve gedragstherapie (48%) worden vaak voorgeschreven. Nood aan ADHD-zorgtraject Solidaris pleit voor een gestructureerd zorgtraject voor ADHD. Een brede en multidisciplinaire aanpak zou toelaten om de zorg voor mensen met ADHD te verbeteren. Om tot een geïntegreerde aanpak te komen, houdt zo’n ADHD-zorgtraject best rekening met een aantal aanbevelingen: Voorzie in een multidisciplinaire ‘terugbetalingskorf’ voor de behandeling van ADHD. Zowel diverse soorten ADHD-medicatie als niet-medicamenteuze behandelingen komen daarbij voor terugbetaling in aanmerking. Vergoed ook de diagnostische testen die noodzakelijk en evidence-based zijn. Op die manier krijgt elke patiënt met ADHD een behandeling op maat. Het spreekt voor zich dat er in die terugbetalingskorf vergoeding voor de behandeling van alle vormen van ADHD moet zijn. Vergroot het aanbod van kinderpsychiaters en psychologen met ADHD-expertise in de eerstelijnspsychologische zorg. Dat maakt tijdige diagnoses en het opstarten van therapie binnen een redelijke termijn mogelijk. Stimuleer en ondersteun bijkomend onderzoek naar het gebruik van ADHD-medicatie buiten de huidige leeftijdsgrenzen. Nu zijn dat 6 jaar als ondergrens en 18 jaar als bovengrens. Er moet ook werk worden gemaakt van transitiezorg: meer dan de helft van de mensen met ADHD heeft nog klachten als jongvolwassene. Anderen worden pas op volwassen leeftijd met ADHD gediagnosticeerd. Ga in gesprek met bepaalde farmaceutische bedrijven over het indienen van een terugbetalingsaanvraag. Op die manier wordt een efficiënte behandeling mogelijk. Zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris: “We zijn overtuigd dat een ADHD-zorgtraject voor een betere behandeling en een geoptimaliseerd gebruik van ADHD-medicatie kan zorgen. Nu wordt het voorschrift soms afgestemd op het budget, niet op de noden van de patiënt. Kinderen die nu terugbetaalde ADHD-medicatie nemen, zouden dan een betere toegang tot niet-medicamenteuze behandelingen krijgen. En voor wie nu al ADHD-medicatie neemt zonder terugbetaling, zal zo'n zorgtraject een betere vergoeding maar ook een betere opvolging betekenen.” Extra's • Lees de volledige studie als PDF De rondvraag van Solidaris en ZitStil • Op 28 november 2023 verstuurd vanuit het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Artsen-Specialisten (VBS) naar 555 psychiaters, neurologen en pediaters.• Op 4 januari 2024 werd de bevraging afgesloten.• 108 artsen vulden de bevraging in, wat overeenkomt met een responsgraad van 20% Perscontact Katrien De Weirdt | Woordvoerster SolidarisRoeland Byl | Stafmedewerker PersT 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E pers@solidaris.be